Donner: plea-bargaining niet overnemen van VS

Het Amerikaanse systeem van plea-bargaining, waarbij een verdachte een `deal' sluit met de officier van justitie in ruil voor strafvermindering, past niet in het Nederlandse strafproces, waarin de rechter een actieve rol speelt bij de waarheidsvinding en de beoordeling van bewijsmateriaal. Dat schrijft minister Donner (Justitie) vandaag in een brief aan de Tweede Kamer. Hij antwoordt hiermee op een motie van D66-fractievoorzitter Dittrich, die had voorgesteld eenvoudige strafzaken voortaan af te handelen met plea-bargaining. In de Verenigde Staten wordt meer dan 90 procent van de strafzaken afgehandeld met dit systeem, ook de zwaardere zaken.

Minister Donner baseert zijn oordeel op een rechtsvergelijkend onderzoek dat naar hij naar aanleiding van de motie heeft laten uitvoeren door het Willem Pompe-instituut van de Universiteit Utrecht. Het instituut onderzocht hoe plea-bargaining in het Amerikaanse en het Engelse recht is geregeld en hoe het functioneert. De minister wilde weten of met plea-bargaining de overbelasting van de rechtbanken in Nederland zou kunnen worden verlicht.

Het voornaamste bezwaar tegen de invoering van plea-bargaining, constateren de onderzoekers, is dat hierbij geen openbaar strafproces plaatsheeft waarin de hele strafzaak inhoudelijk wordt behandeld. De officier van justitie en de verdachte maken in een informele procedure, achter gesloten deuren, afspraken. De rol van de rechter blijft dan beperkt tot het vaststellen van de straf, bij het beoordelen van de feiten is hij niet betrokken.

Minister Donner vindt dat de rol van de rechter in zwaardere strafzaken niet gereduceerd mag worden, uitsluitend om de werklast van de rechtbanken te verlichten. De invoering van plea-bargaining in lichtere zaken levert volgens hem weinig tijdwinst op, omdat het openbaar ministerie nu ook al de mogelijkheid heeft verdachten van lichte vergrijpen een `transactie' aan te bieden, zoals een werkstraf. Donner wil deze mogelijkheden wel uitbreiden.

Aanleiding voor de discussie in de Kamer over plea-bargaining was de uitlevering van verscheidene Nederlanders aan de VS. De `Zwolse dj' Raymond K. bijvoorbeeld werd in 2001 op verdenking van xtc-smokkel uitgeleverd aan de VS, waar hem na ondertekening van een gedeeltelijke schuldbekentenis 97 maanden gevangenisstraf werd opgelegd. Hij hoefde deze straf daar niet volledig uit te zitten, maar mocht terug naar Nederland, waar zijn straf werd omgezet in 4,5 jaar met aftrek van de tijd die hij al had uitgezeten.