Ondernemers, besef dat het kartelparadijs niet terugkomt

Bedrijven die een kartel vormen, plegen diefstal ten koste van de burger. Gelukkig wordt verbetering van de marktwerking in Nederland eindelijk serieus genomen, constateren Aute Kasdorp en Michiel Verkoulen.

Het kabinet maakt zich grote zorgen. Met recht, want het gaat slecht met de Nederlandse economie. Koningin Beatrix wees er in de troonrede op dat het Nederlandse bedrijfsleven qua arbeidsproductiviteit en innovatief vermogen aanzienlijk slechter presteert dan onze buurlanden. Premier Balkenende is zelfs persoonlijk voorzitter van het nieuwe Innovatieplatform, dat ideeën moet opleveren waarmee Nederland zijn concurrentiepositie kan oplappen.

Eén van de oorzaken van deze problemen is de overlegcultuur die heerst in ons bedrijfsleven. Sinds de bouwfraude is voor iedereen duidelijk dat deze traditie is doorgeschoten. Dat het niet normaal is als ondernemers in overleg opdrachten ,,eerlijk onder elkaar verdelen''. Of afspreken hoeveel de prijs van ieders product moet stijgen, zodat iedereen `een behoorlijke boterham' kan verdienen. Want wie betaalt die boterham uiteindelijk? Waarom heet dat ook alweer concurrentievervalsing, en wat heeft dat te maken met onze slechter wordende concurrentiepositie?

Concurrentievervalsing kan bestaan uit het smeden van een kartel (bijvoorbeeld een prijsafspraak tussen concurrenten of een collectieve boycotactie), maar ook uit het misbruiken van een economische machtspositie door een monopolist. Kartelafspraken verminderen de onderlinge concurrentie en daarmee de natuurlijke onzekerheid van ondernemers op een markt. Als een ondernemer met zijn concurrenten afspreekt voor hetzelfde product dezelfde verkoopprijs te hanteren, hoeft hij dankzij deze kartelafspraak immers niet onzeker te zijn of zijn concurrent hem zal `onderbieden'. Dat is een rustgevend idee. Als een monopolist een startende concurrent van de markt drukt met tijdelijke dumpprijzen (misbruik van economische machtspositie), weet hij zeker dat hij daarna weer zelf zijn (hogere) prijs kan bepalen zonder last van concurrenten of `weglopende' afnemers. Dat is fijn. Voor hem.

Maar niet voor onze economie. Want de sluimerende, altijd knagende onzekerheid of zijn prijzen wel scherp genoeg zijn, of zijn producten wel goed genoeg zijn en of hij die volgend jaar ook nog kwijtraakt, is juist wat een ondernemer voortdrijft. Dit zet hem ertoe aan nieuwe, nog betere en goedkopere producten en diensten te ontwikkelen en door innovatie in het productieproces zijn productiviteit te verhogen. Deze stimulans voor een ondernemer is de motor van onze markteconomie. Kartelafspraken die deze prikkel wegnemen hebben tot gevolg dat creatief ondernemerschap wordt onderdrukt, innovatie onvoldoende wordt gestimuleerd en daarmee de keuze voor consumenten wordt verkleind. Tekortschietende concurrentie heeft daardoor tot gevolg dat verbeteringen van Nederlandse producten te lang op zich laten wachten, waardoor bedrijven de slag met buitenlandse concurrenten op termijn verliezen.

En – last but not least – dat de klant te veel betaalt; of dat nu een consument is, een inkopend bedrijf of dat de overheid zelf (en daarmee de belastingbetaler) de klant is. Want de prijs die een karteldeelnemer dicteert, heb je te slikken. Je kunt niet uitwijken naar een goedkopere concurrent: die zit ook in het kartel. Kartelleden vormen daarmee gezamenlijk een machtsblok op bijna dezelfde manier als een monopolist dat in zijn ééntje doet. Een kartel veroorzaakt dan ook vergelijkbare schade als ondernemingen die misbruik maken van een economische machtspositie. ,,It's plain theft'', zoals Amerikaanse kartelspecialisten zouden zeggen; ,,a crime against the people''.

Diefstal dus, ten koste van de burger, als consument en belastingbetaler. Dit besef dringt in Nederland steeds meer door. Daarom is het nu eindelijk ernst met het verbeteren van marktwerking. Soms kunnen bedrijven zelf een markt in beweging brengen, zoals de ambitieuze prijsvechters in de vliegtuigindustrie en de benzinemarkt. Maar dit gaat niet altijd vanzelf en dit is niet altijd genoeg. Soms moet er actief worden gewerkt aan het afbreken van onnodige monopolies en het realiseren van normale concurrentieverhoudingen tussen bedrijven. Zo is de winkeltijdenwet verruimd, is het telefoonmonopolie doorbroken en wordt concurrentievervalsing tegenwoordig aangepakt.

Het is natuurlijk essentieel dit weloverwogen te doen. Concurrentie is geen haarlemmerolie, die alle problemen altijd en overal vanzelf oplost. Dat vraagt soms omzichtigheid, aandacht voor de bijzondere kenmerken van een sector en extra overheidsmaatregelen; de energiemarkt is een goed voorbeeld. Ook hier kan concurrentie bijdragen aan innovatie, hogere productiviteit en daardoor lagere kosten. Minister Brinkhorst heeft recent aangekondigd de toezichthouder DTe te versterken om deze nieuwe markt goed te laten werken. De uiteindelijke voordelen voor zowel de individuele klant als de Nederlandse maatschappij zijn die moeite meer dan waard.

Maar wie niet horen wil, moet voelen. Ondernemers die nu nog steeds mensen oplichten door met geheime kartelafspraken de normale concurrentie te frustreren verdienen boetes. Als straf, én om toekomstige overtreders af te schrikken. Die preventie werkt alleen als kartelbouwers de kans voldoende groot achten dat ze worden gepakt, áls de boete die dan wordt opgelegd ook daadwerkelijk pijn doet, én als het waarschijnlijk is dat die boete ook na een uitspraak van de rechter in stand blijft. Grote pakkans, fikse boete en grondig onderbouwde beslissingen. In dat laatste schuilt meteen de bescherming van de rechten van de verdediging, die ook karteldeelnemers niet moet worden ontzegd. De mededingingsautoriteit (NMa) zal haar opsporingswerk zo zorgvuldig moeten blijven doen, dat de beroepsrechter de hierop gebaseerde boetes ook in de toekomst in stand laat, zodat steeds meer ondernemers zich gaan afvragen of concurrentievervalsing nog wel loont.

Als er nog nostalgische ondernemers zijn die terugverlangen naar de chique herenakkoorden van het kartelparadijs – zoals Nederland een paar jaar terug nog bekend stond – en naar de tijd dat ze nog af en toe konden indutten, dan kunnen ze ondertussen niet meer rekenen op veel sympathie. Niet van patiënten die bij de apotheek een te hoge prijs moeten betalen voor hun medicijnen. Detaillisten die voor elke pintransactie te veel geld kwijt zijn. Belastingbetalers die gemiddeld 10 procent te veel hebben betaald voor grote bouwprojecten. Maar ook niet van gezinnen die zijn overgeleverd aan monopolistische energiebedrijven en bellers die meer moeten gaan betalen voor hun mobieltje. Al deze mensen hebben recht op goed werkende markten.

Mr.drs. E.A. Kasdorp en drs. M. Verkoulen zijn werkzaam bij de directie Concurrentietoezicht van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa).

    • Aute Kasdorp
    • Michiel Verkoulen