Rotterdam stelt eis aan nieuwkomers

In Rotterdam mogen binnenkort alleen nog mensen komen wonen die een bewijsbaar ,,sociaal-economische binding'' met de stad hebben. Ook gaat Rotterdam het rijk vragen de Huisvestingswet zo aan te passen, dat voor toelating van nieuwe bewoners de criteria gelden dat ze ,,een inburgeringscursus hebben gevolgd, een inkomen hebben en zelfstandig in hun levensonderhoud voorzien''. Dit zei de Rotterdamse wethouder Sjaak van der Tak (Integratie) gisteren bij zijn verhoor door de Kamercommissie Onderzoek Integratiebeleid, die de afgelopen dagen een ronde `openbare gesprekken' in Rotterdam voerde. Rotterdam wil volgens Van der Tak een ,,nieuw vestigingsbeleid'' met een ,,remmende werking'' op de instroom van kansarme allochtone nieuwkomers.

Van der Tak liep met zijn opmerkingen vooruit op een `concreet actieprogramma' voor een `eerlijker spreiding' van kansarme allochtone nieuwkomers over stad en land dat het Rotterdamse college (Leefbaar Rotterdam, CDA en VVD) over enkele weken presenteert. Het spreidingsdebat dat in de stad de politieke gemoederen bezighoudt, laaide twee maanden geleden op na bevolkingsprognoses waaruit bleek dat in 2017 de Rotterdamse deelgemeente Charlois 85 procent allochtonen zal tellen. Dit cijfer leidde tot een politiek pleidooi voor een `hek rond Rotterdam'.

Van der Tak onderstreepte gisteren dat het ,,niet gaat om een hek, ik zou liever zeggen: een rem''. Rotterdam heeft veel goedkope huurwoningen en trekt daardoor verhoudingsgewijs veel kansarme nieuwkomers aan. Het gaat daarbij met name om Antillianen, Kaapverdianen en uitgeprocedeerde, illegale asielzoekers uit Somalië en voormalig Joegoslavië. [Vervolg ALLOCHTONENSTOP: pagina 3]

ALLOCHTONEN

Wet staat afremmen van instroom toe

[Vervolg van pagina 1] ,,Wij willen die instroom afremmen, om de investeringen die wij in mensen doen te laten renderen. Wij kiezen voor de mensen die hier al wonen.''

Rotterdam bepleit bij het rijk ook ,,een nationaal migratiebeleid'', zo zei wethouder Van der Tak. Van de pakweg 30.000 nieuwkomers die jaarlijks in Rotterdam komen wonen, ,,heeft ongeveer de helft eerst in een andere gemeente gewoond, maar daarna kiezen ze toch voor de grote stad''. Van der Tak: ,,Het komt erop neer dat andere delen van het land niet solidair zijn met de grote steden.''

Het hanteren van sociaal-economische binding als toelatingscriterium is een bestaand wettelijk instrument waarvan gemeenten gebruik mogen maken. Dit doet bijvoorbeeld Utrecht. Wie daar wil komen wonen moet in de regio werk hebben of `een redelijk uitzicht op werk'. Naast sociaal-economische binding hanteert Utrecht ook `maatschappelijke binding' met de regio.

Dit wordt gedefinieerd als `ten minste de afgelopen drie jaar in de regio hebben gewoond' of in de afgelopen tien jaar `een aaneengesloten periode van zes jaar', aldus een woordvoerder van de gemeente.

In Rotterdam wordt alleen het fiscaal jaarinkomen als criterium gehanteerd bij de toewijzing van een huurwoning. Dit kan dus ook een inkomen uit een uitkering zijn. Naar aanleiding van de spreidingsdiscussie in Rotterdam zijn in de Tweede Kamer vragen gesteld over de (on)mogelijkheden van het spreiden van nieuwkomers. In antwoord daarop heeft minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie) laten weten dat ,,het kabinet bereid is in overleg met Rotterdam en andere grote steden positieve maatregelen te verkennen'' op dit gebied.