Ingrijpende keuzes voor Europese Unie

De Europese welvaartsstaten staan als gevolg van de uitbreiding onder druk. Het Centraal Planbureau schetst vandaag in vier scenario's de toekomst van groot-Europa.

Welk Europa willen we over veertig jaar hebben? Sterk, globaliserend, transatlantisch of regionaal? Welk Europa biedt de hoogste groei, is het best bestand tegen schommelingen in de wereldeconomie, of biedt de beste sociale zekerheden voor haar burgers? Met de uitbreiding voor de deur, moeten de lidstaten keuzes maken, over samenwerking, over economische afspraken, sociale zekerheid, internationale samenwerking en harmonisatie van regels. Maar op basis waarvan worden die keuzes gemaakt?

Vandaag presenteerde het Centraal Planbureau (CPB) zijn studie Four Futures of Europe, een opvolger van Scanning the future uit 1992. Four Futures is een lijvig rapport waarin onderzoekers Ruud de Mooij en Paul Tang aan de hand van een analyse van het huidige Europa vier scenario's schetsen voor de Europese Unie. ,,Europa staat op een kruispunt'', zeggen zij. De uitkomst van de Conventie, de Europese Grondwet, over de gewenste samenwerking binnen de Unie en andere internationale gremia als de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en de bereidheid van lidstaten om het beleid aan te passen aan het lidmaatschap van de Unie, zijn dan ook direct de twee `sleutelonzekerheden' die de onderzoekers inbouwen in hun rapport.

De onderzoekers geven direct al twee harde signalen af. Allereerst zijn de verzorgingsstaten van de EU-15 (de huidige Unie) onhoudbaar. Zo zullen de komende jaren de kosten voor de vergrijzing sterk toenemen, hetgeen de druk op de sociale stelsels in de lidstaten zal vergroten. Een vergrijzende bevolking zal een groter beroep doen op de zorg, die daarmee ook duurder wordt.

Daarnaast is voor een `houdbaar Europa' een betere toepassing van het beginsel `nationaal wat nationaal kan, Europees wat Europees moet' nodig. ,,Europa wint aan legitimiteit en slagvaardigheid als zij zich concentreert op die zaken die ook echt op Europees niveau moeten worden geregeld'', schrijven de onderzoekers. Dit zogenoemde subsidiariteitsbeginsel wordt nu te willekeurig toegepast, vinden de onderzoekers.

Als Europa aan de Lissabon-doelstellingen wil blijven voldoen (Europa wil in 2010 de meest concurrerende en dynamische economie ter wereld zijn), en dat moet volgens het CPB, kunnen de lidstaten een aantal dingen doen. ,,De welvaartsstaten moeten een keuze maken: terugtrekken op kerntaken, of, bij gelijkblijvende taken, veel gerichter gaan werken.'' Een combinatie van beide is natuurlijk ook mogelijk.

Het CPB schetst vier mogelijke Europa's:

Sterk Europa: De kenmerken daarvan zijn een sterker en groter Europa. Turkije treedt als 28-ste lidstaat toe en groeit op termijn uit tot het grootste EU-land. De Unie zelf groeit in de komende decennia uit tot een economische en politieke supermacht op het wereldtoneel, naast de VS. Milieu en de publieke verantwoordelijkheid bij het beschermen van zwakkeren in de samenleving krijgen een centrale plaats in het beleid van de sterke Unie. Extra aandacht voor de `softe' economie zorgt wel voor een wat mager groeiscenario.

Globaliserende economie: Europa slaagt er in de interne markt te verbreden én te verdiepen. De Wereldhandelsorganisatie WTO beleeft een succesvolle ronde, zodat internationale samenwerking blijft, zij het slechts op economisch terrein. Europa breidt uit naar het Oosten, inclusief Turkije, en de nationale overheden treden deels terug en beperken hun rol tot het reguleren van markten (ook op het gebied van zorg en onderwijs) waardoor private investeringen meer kans krijgen. Kind van de rekening worden de onderlinge solidariteit (verzorgingsstaat) en het milieu.

Transatlantische markt: Europa kijkt meer naar het westen dan naar het oosten. Turkije treedt niet toe tot de Unie. Dit maakt de kloof tussen arm en rijk mondiaal alleen maar groter, ook binnen de Europese lidstaten. Het Amerikaanse individualisme neemt hand over hand toe, hetgeen het draagvlak voor collectieve arrangementen (de verzorgingsstaat) doet afbrokkelen. Ook hier lijden vooral de zwakkeren en het milieu onder de toegenomen appreciatie van privaat ondernemerschap. De economie groeit hard, maar de zich te ver terugtrekkende overheid en de onmogelijkheid tot vergaande hervormingen in met name de pensioenstelsel zorgen voor een rem op die groei.

Regionale samenlevingen: Zowel binnen als buiten de Unie ontstaan economische machtsblokken. Binnen Europa werkt een `kopgroep' aan verdergaande integratie, een deel van Europa kan echter niet volgen en blijft achter. De Unie breidt niet verder uit dan de 25 lidstaten die vanaf volgend jaar deelnemen. De verzorgingsstaat blijft in veel landen gehandhaafd, zo ook de aandacht voor het milieu. De welvaartsstaat verandert nauwelijks, hetgeen onder invloed van vergrijzing, lagere arbeidsparticipatie en oplopende kosten voor de zorg leidt tot een rem op de economische groei.

Niet het CPB, maar de politiek maakt uiteindelijk de keuze hoe een toekomstig Europa eruit zal zien. Maar Four Futures of Europe zal de komende jaren wel de basis vormen voor een aantal vervolgonderzoeken van het CPB over zaken als milieu, infrastructuur, vergrijzing en de welvaartsstaat.