Geen dubbelleger

DE EUROPESE UNIE zonder een gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid is als een bromfiets zonder motor: het loopt wel, maar echt lekker gaat het niet – zeker niet op de lange duur. Dat is althans de gedachte bij een aantal EU-lidstaten. Eenwording, zo vinden sommigen in Brussel en daarbuiten, is meer dan een eenheidsmunt en een gezamenlijke economie. Het strekt zich ook uit tot veiligheid en buitenlandse zaken. Eenwording op deze gebieden is nog lang geen feit. Het is een gebied vol valkuilen en hindernissen. De meest zichtbare uiting van een gezamenlijk veiligheidsbeleid is een eigen Europees leger. Het debat daarover verloopt moeizaam, maar is juist dezer dagen in een stroomversnelling geraakt, nadat de Europese regeringsleiders het in hun periodieke overleg aankaartten en omdat het een belangrijk onderwerp is in het huidige overleg over de Europese (ontwerp-) grondwet. Het heeft niet alleen de aandacht van de EU-lidstaten, maar ook van de Verenigde Staten en de militaire alliantie waarin Noord-Amerika en Europa samenwerken, de NAVO. De vraag luidt kort en kernachtig: is een Europees leger mogelijk en gewenst naast de NAVO? Blaast het een het ander niet op?

Het ontwerp van de Europese grondwet stelt het volgende: ,,Het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid omvat de geleidelijke bepaling van een gemeenschappelijk defensiebeleid van de Unie. Dit zal tot een gemeenschappelijke defensie leiden zodra de Europese Raad met eenparigheid van stemmen daartoe besluit'' (artikel I-40, lid 2). Hetzelfde artikel zegt in lid 7: ,,Zolang de Europese Raad het besluit overeenkomstig lid 2 niet heeft genomen, wordt in het kader van de Unie een nauwere samenwerking op het gebied van de wederzijdse defensie ingesteld''. Verderop wordt vermeld dat de rechten en verplichtingen op grond van het Noord-Atlantisch Verdrag `onverlet' moeten worden gelaten (artikel III-214, lid 4).

ANDERS GEZEGD: de nieuwe EU-grondwet biedt volop ruimte voor een eigen defensiebeleid, voor een eigen Europees leger en voor de mogelijkheid van militaire samenwerking tussen EU-landen. Die ruimte zal zeker worden benut, hoe moeizaam de onderhandelingen over een gemeenschappelijke defensie ook verlopen. Besluitvorming in de Unie wordt gekenmerkt door stroperigheid, maar uiteindelijk volgt altijd een stap voorwaarts. Een eigen Europees veiligheidsbeleid zal er op termijn komen. Het is uit overweging van zelfverdediging-als-het-nodig-is in de ontwerp-grondwet opgenomen. Zonder zo'n beleid blijft de EU vooral een economische entiteit. Om op wereldniveau over strategische zaken te kunnen meepraten is een eigen leger waarschijnlijk onontbeerlijk. De hardware maakt dat men in Washington en elders serieus wordt genomen.

Maar duplicatie met de NAVO ligt op de loer en is hoe dan ook ongewenst. Niemand zit te wachten op dubbele hoofdkantoren, dito staven en bureaucratie en onduidelijke bevelvoering te velde. Organisatorisch en financieel zou het een wangedrocht opleveren. Een glimp daarvan laat het heilloze plan zien van Frankrijk, Duitsland, België en Luxemburg om in Tervuren bij Brussel, los van de NAVO, een hoofdkwartier te vestigen voor Europese legermissies. Een Europese defensie moet de NAVO aanvullen en niet beschadigen. Zo'n vaart zal dat laatste niet lopen. Zeker de Oost-Europese lidstaten willen niet van de alliantie af. Amerika en de NAVO beschouwen zij als hun veiligheidsparaplu; niet de Unie met al haar militaire tekortkomingen en bezuinigingen op de nationale defensiebudgetten. Washington heeft overdreven paniekerig gereageerd op de Europese defensieplannen. De VS moeten de Europese Unie de tijd gunnen iets zinnigs te ontwerpen. Gevraagd: pragmatisme van beide kanten.