Staalsector vreest `Chinees gevaar'

China is gegroeid tot de grootste staalconsument ter wereld en importeert volop. Maar het moment komt dichterbij dat China goedkoop staal kan gaan exporteren. Een ramp voor de mondiale staalindustrie.

Grote afwezige op het jaarlijkse congres van de wereldstaalproducenten, eerder deze maand in Chicago, was de Chinese staalindustrie. De organisator, het International Iron and Steel Institute (IISI), heeft nog geen leden in China. Dus hing iedereen aan de lippen van sprekers van buitenlandse bedrijven die zich op de Chinese staalmarkt hebben gestort, zoals het Duitse ThyssenKrupp en het Koreaanse Posco.

,,Wat er in China gebeurt, zal de wereldmarkt voor staal veranderen'', zegt Dong-Jin Kim, verantwoordelijk voor Posco's Chinese activiteiten. China is in een paar jaar uitgegroeid tot de grootste staalproducent ter wereld – goed voor een vijfde van de wereldproductie – en is, met een kwart van de mondiale vraag, nu ook de grootste staalconsument.

China neemt dit jaar in zijn eentje vrijwel de volledige groei van de wereldwijde staalconsumptie voor zijn rekening. Het IISI verwacht dat de vraag naar staal dit jaar met 6,4 procent of 53 miljoen ton stijgt tot 884 miljoen ton. China is goed voor 46 van die 53 miljoen ton en ziet zijn staalconsumptie toenemen met 21,7 procent tot 257 miljoen ton.

De enorme vraag naar staal vindt zijn oorsprong in grote infrastructurele projecten, zoals de aanleg van bruggen en spoorwegen, en een toegenomen vraag naar stalen halffabrikaten van metaalverwerkende industrieën, waarvan er steeds meer vanuit het Westen naar China verplaatst worden. Het einde van de grote bouwprojecten in China is volgens Kim voorlopig niet in zicht. ,,Neem alleen al alle bouwactiviteiten in de aanloop naar de Olympische Spelen in Peking in 2008 en de Wereldtentoonstelling in Shanghai in 2010.'' Maar de echte grote groei in China ligt volgens Kim niet in bouw- en constructiestaal, maar in plaatstaal voor de industrie. ,,Het is een kwestie van tijd voor China in de topdrie van bijvoorbeeld autoproducenten en scheepsbouwers zit.''

China voorziet zelf in het merendeel van zijn staalbehoefte. De Chinese staalproductie is sinds 1996 verdubbeld tot 209 miljoen ton en steeg de afgelopen twee jaar met 20 procent op jaarbasis. Doordat de productie wel nog steeds onder de consumptie ligt, is China nu netto-importeur van staal.

De vraag is hoe lang nog. De Chinese staalindustrie – een bont gezelschap van grote en kleine staatsbedrijven, private ondernemingen en joint ventures met buitenlandse spelers – bouwt in razend tempo productiecapaciteit bij. Bedrijven met verouderde installaties moderniseren hun fabrieken en voeren hun productiecapaciteit fors op en nieuwkomers stampen complete nieuwe staalfabrieken uit de grond. Elke maand komen er hoogovens, cokesfabrieken, walserijen en bewerkings- en bekledingslijnen bij.

Chinese staatsbanken en investeringsmaatschappijen van lokale overheden verstrekken bedrijven gemakkelijk en goedkoop kapitaal en de bouwers werken dag en nacht door tegen lage kosten, waardoor een staalfabriek optuigen in China veel sneller en goedkoper kan dan in het Westen. Nieuw opgeleverde staalfabrieken behalen in korte tijd recordwinsten, omdat ze met hun moderne installaties en goedkope arbeidskracht makkelijk kunnen concurreren tegen staal uit het buitenland en tegen binnenlandse concurrenten met verouderde installaties, die nu door de grote vraag naar staal zelfs met hun minder efficiënte productieapparaat nog behoorlijke winsten halen.

Bouw- en constructiestaal heeft China inmiddels genoeg, maar de markt voor hoogwaardiger staaltypen, zoals bekleed staal voor de auto-industrie, is nog lang niet verzadigd. Het voornaamste obstakel hierbij is dat de Chinese staalproducenten onvoldoende kennis over de productietechnologie van dit soort staaltypen hebben, waardoor ze hiervoor veelal joint ventures moeten oprichten met buitenlandse spelers die die kennis wel hebben.

Het Duitse staalconcern ThyssenKrupp investeert bijvoorbeeld grootscheeps in staalproductie in China voor de auto-industrie. ,,De groeikansen in China zijn enorm, maar je kunt je afvragen of er op dit moment niet te veel in capaciteitsuitbreidingen wordt geïnvesteerd'', zegt voorzitter Ulrich Middelmann van de staaldivisie van ThyssenKrupp. ,,Op deze manier raakt de Chinese staalindustrie oververhit. De Chinese staatsbanken geven veel te gemakkelijk en veel te veel krediet aan staalbedrijven.''

Als de investeringen in dit tempo doorgaan – en alles wijst daarop – dreigt voor de Chinese staalindustrie hetzelfde probleem als waar de rest van de sector wereldwijd mee kampt: overcapaciteit. Zodra de binnenlandse markt verzadigd is, zullen Chinese bedrijven hun overtollige productie gaan exporteren. ,,Zoals het er nu naar uitziet, is China binnen drie jaar netto-exporteur van staalproducten'', voorspelt Middelmann. ,,Zodra China staal gaat exporteren is de grote vraag natuurlijk: tegen welke prijs?''

Als China zijn overtollige staal gaat dumpen op de wereldmarkt, is dat rampzalig voor de rest van de staalindustrie.

Maar zal het zo ver komen? ,,Zolang de vraag meegroeit met het aanbod niet'', zegt consultant Philip Tomlinson van de Britse industrieadviseur CRU Group. ,,De Chinese economie is fundamenteel aan het veranderen en de snelle groei zal voorlopig nog niet ophouden. Dus de staalconsumptie zal blijven meegroeien.'' Naast de groei van de op de export gerichte staalverwerkende industrie, voorziet Tomlinson ook een groeiende binnenlandse vraag. ,,De staalconsumptie per inwoner is in China nog heel laag, dus naarmate meer mensen welvarender worden, gaan ze ook meer producten kopen met staal, zoals auto's en wasmachines.'' Pas als de Chinese economie plotseling in een dip terechtkomt, heeft de staalindustrie een probleem. ,,Als de Chinese economie ineens niet meer groeit en er wel nog steeds nieuwe productiecapaciteit opgeleverd wordt, zal er in korte tijd een enorme staalexport vanuit China op gang komen, tegen dumpprijzen.''