Premier: Mabel niet mijn verantwoordelijkheid

In een brief aan de Tweede Kamer zet premier Balkenende uiteen waar zijn verantwoordelijkheid in de kwestie-Mabel begint en ophoudt.

De minister-president kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor de woorden en daden van iemand voordat hij of zij lid wordt van het koninklijk huis. En voorzover hij wel verantwoordelijk is voor de overheidsorganen in hun activiteiten ten aanzien van leden van het koninklijk huis of van de koninklijke familie, is er ,,tijdig en adequaat'' opgetreden. Dit zijn de twee belangrijkste verdedigingsmuren die premier Balkenende rond zijn positie heeft opgetrokken in een 28 pagina's tellende brief die de premier en minister Johan Remkes (Binnenlandse Zaken) mede namens minister Piet-Hein Donner (Justitie) gisteren in antwoord op vragen aan de Tweede Kamer stuurden aangaande de affaire-Mabel Wisse Smit.

Volgens Balkenende en Remkes gaat het in de kwestie rond de vertrouwensbreuk tussen het kabinet en prins Johan Friso met zijn verloofde Mabel Wisse Smit niet om het ,,handelen of nalaten door een lid van het Koninklijk Huis maar om de ministeriële verantwoordelijkheid voor overheidsdiensten''. De vertrouwensbreuk leidde tot het niet indienen door de regering van de goedkeuringswet voor het voorgenomen huwelijk van het paar. De consequentie daarvan is onder meer dat Friso door een huwelijk met Wisse Smit zijn recht op troonsopvolging verliest en zijn lidmaatschap van het koninklijk huis. De ministers bestempelen met hun formulering dat de kwestie niet gaat over het handelen van een lid van de koninklijk huis Wisse Smit tot hoofdverantwoordelijke voor de nieuwste crisis rond de monarchie. Zij heeft blijkens de brief in juni ten onrechte bij de regering het vertrouwen gewekt dat de informatie die zij verstrekte omtrent haar eerdere relatie (,,een zeilcontact'') met de vermoorde crimineel Bruinsma volledig en juist was. En zij schaadde dat vertrouwen, toen bleek dat zij in werkelijkheid een dieper gaande relatie had met Bruinsma.

Vervolgens blijkt uit de brief de relatieve verantwoordelijkheid die de minister-president toekomt in deze kwestie. De door de fractie van GroenLinks gestelde vragen over de verantwoordelijkheid van de minister-president als ,,primus inter pares'' worden in de brief afgeweerd door erop te wijzen dat die term ,,vooral een staatkundige'' betekenis heeft. ,,In staatsrechtelijke termen geldt in beginsel een individuele ministeriële verantwoordelijkheid.'' En verderop staat nog eens: ,,De minister-president neemt niet van een minister over specifieke verantwoordelijkheden voor de uitvoering van diens afzonderlijke taken.''

Behalve de minister-president treft volgens het schrijven van Balkenende en Remkes ook niet de onder hem ressorterende Rijksvoorlichtingsdienst enige blaam. De afgelopen tijd waren er vragen gerezen omtrent de mediastrategie van de rijksdienst, die diende als doorgeefluik voor de woorden van Wisse Smit. Volgens de brief is er ,,op geen enkel moment door of zijdens de regering het advies gegeven niet meteen alle feiten te presenteren''. En de verantwoordelijkheid van de minister-president voor de RVD geldt in het onderhavige geval alleen ,,voor het ter beschikking stellen van de diensten van de Rijksvoorlichtingsdienst, voor dit soort bijzondere gevallen, zonder dat hij de ministeriële verantwoordelijkheid voor de inhoud van de mededeling draagt''.

Voor het overige betogen Balkenende en Remkes dat de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) adequaat en tijdig heeft opgetreden. Hetzelfde geldt voor de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging, die ressorteert onder het gezag van minister Donner: deze zou op tijd de gebruikelijke screening hebben verricht. De AIVD heeft al direct toen Wisse Smit omgang kreeg met prins Friso de toenmalige premier Wim Kok op de hoogte gesteld van het feit dat Wisse Smit in het verleden contact had gehad met Bruinsma. Er was sprake geweest van ,,zeilcontact'', zoals bleek uit de informatie waarover de AIVD beschikte. Omdat dit weinig kwaad leek te kunnen en de relatie tussen beiden nog erg pril was, heeft Kok er toen niet zwaar aan getild.

Blijkens de brief rees ,,voor het eerst twijfel'' over het waarheidsgehalte van de woorden van Wisse Smit na haar eigen antwoorden op vragen van journalist Peter R. de Vries, die begin deze maand onthulde dat haar relatie met Bruinsma veel verder ging en veel langer had geduurd dat de paar maanden waar Wisse Smit het over had gehad tijdens haar gesprekken met Balkenende. Overigens blijkt uit de brief wel dat Balkenende al in juni dit jaar, toen er sprake was van een verloving en hij met Wisse Smit sprak, begon te twijfelen: hij gaf de AIVD opdracht niet alleen in de eigen mapjes te kijken, `naslag' te doen, maar om ook een onderzoek in te stellen. Wederom zonder resultaat.

Uiteindelijk werd, na de uitzending van het misdaadprogramma van De Vries, besloten om de AIVD en de DKDB te vragen een ,,vervolgonderzoek'' te doen. Deze mogen nu het werk van Peter R. de Vries overdoen: de minister-president heeft de AIVD verzocht ,,de in de media nader bekend geworden gegevens en omstandigheden te verifiëren''. De minister van Binnenlandse Zaken heeft op 3 oktober tot een dergelijk onderzoek besloten.