In Oman verandert echt wat voor de vrouw

Een VN-rapport klaagde gisteren over het Arabische `kennistekort'. Maar in de uithoek Oman verandert er echt wat, vooral voor de vrouw.

Muna Sultan al-Hosni en haar moeder belichamen het verschil tussen het nieuwe Oman en het oude. Muna, getrouwd, twee kleine kinderen, heeft Engelse taal- en letterkunde gestudeerd aan de Sultan Qaboos-universiteit in Muscat en is nu hoofd internationale informatie en vertaling aan de universiteit. Ze verwacht over een paar maanden naar Engeland te gaan om, op een Omaanse regeringsbeurs, haar masterstitel te behalen. Ze neemt dan haar kinderen (anderhalf en drieëneenhalf) mee, haar man is aan een Belgische universiteit aan het promoveren.

Afgelopen zomer heeft Muna een groep van 35 Omaanse studentes rondgeleid door Nederland. Jaarlijks krijgen de bestpresterende studentes (en hun mannelijke collega's) zo'n reis als beloning. Muna's moeder heeft in haar jeugd alleen koranles gehad. Dat was genoeg. In die tijd, voor 1970, gingen meisjes niet naar school. Waarom zouden ze? Om kinderen groot te brengen en de man te verzorgen? Daarvoor was geen onderwijs nodig. Er waren hoe dan ook maar drie scholen in het hele land en die waren voor jongens gereserveerd.

De waterscheiding vormde de machtsgreep van sultan Qaboos bin-Said, die in 1970 een eind maakte aan het bewind van zijn vader. Hij gaf onderwijs alle prioriteit; de economische opbloei van Oman als olieland gaf hem de financiële mogelijkheden daartoe. Nu gaan zo goed als alle Omaanse meisjes naar school – sterker nog: de 10 procent beste Omaanse middelbare scholieren zijn allemaal meisjes. Muna's moeder (haar vader is overleden) heeft intussen volwasseneneducatie gevolgd. Trouwens, alle vijf zusters van Muna en haar broer hebben een universitaire opleiding afgerond of zitten nog op de universiteit. ,,Onze moeder wil dat wij onafhankelijk zijn. De meeste Omaniërs denken er tegenwoordig zo over'', zegt Muna in haar kantoor op de universiteit.

Muna, zoals alle meisjes en vrouwen op de universiteit gekleed in een zwarte abaya (lange wijde jurk) met hoofddoek, vormt de uitzondering op het gisteren uitgekomen Arab Human Development Report 2003, dat net als zijn voorganger van 2002 een diep-somber beeld schildert van de voortdurende stagnatie in de Arabische regio vergeleken met de rest van de wereld. De Arabische auteurs van het rapport hadden zich dit jaar op het `kennis-deficit' geconcentreerd, volgens hen een van de belangrijkste problemen van het gebied. Kennis, zegt het rapport, is macht, maar veel Arabische leiders willen die graag aan zichzelf houden.

Maar in de uithoek Oman is in nauwelijks dertig jaar wel degelijk veel veranderd, dus verandering is niet uitgesloten in de Arabische wereld. Houd in gedachten dat in de jaren zestig de stadspoorten van Muscat nog elke avond op slot gingen, en luister dan eens naar de populaire ontbijtshow Early On van Zawan al-Said. Zawan, druk, gekleed in een lange nauwsluitende zwarte jurk, geen hoofddoek, is absoluut niet exemplarisch voor de Omaanse vrouw van nu, daar niet van. Ze is in Groot-Brittannië opgegroeid, spreekt beter Engels dan Arabisch en is een prinses, getrouwd met een brigade-generaal. Ze heeft ook geen Omaanse vrienden, zegt ze zelf.

Maar haar radiouitzendingen zijn de verandering. Zawan presenteert elke doordeweekse ochtend tweeëneenhalf uur swingende muziek, plaatselijke informatie, een beetje politiek en verder gezondheid en variaties daarop. Gezondheid – dat houdt ook in alcoholverslaving en drugs en seks.

Het is Engelstalige radio, dus voor de autoriteiten ongevaarlijker dan de Arabische. En Zawan stelt dergelijke gevoelige onderwerpen niet direct aan de orde, maar over de band van rehabilitatiecentra of bloedtransfusies en aids. Toch praat hier een vrouw in een nog steeds zeer conservatieve islamitische samenleving – een mannelijk-chauvinistische maatschappij, zegt ze zelf – over bijzonder omstreden zaken in door de regering ter beschikking gestelde zendtijd.

Is dat allemaal niet gemakkelijker als je een Al-Said bent? ,,Nee, ik werk extreem hard en ik ben extreem goed in wat ik doe, als ik dat zelf mag zeggen. Ik werk veertien uur per dag. Ik heb talent.'' [Vervolg OMAN: pagina 5]

OMAN

Macht ontgaat vrouw nog

[Vervolg van pagina 1] Zawan prijst zoals iedereen sultan Qaboos – ,,HM'', His Majesty – als drijvende kracht achter de hervormingen. ,,De familie vormt nog de enige belemmering, maar ik merk dat de vrouwen nu ook tegen hun familie ingaan'', zegt ze.

Niet iedereen is zo tevreden als Muna en Zawan. Een heel concrete klacht is dat weliswaar de best-scorende scholieren naar de universiteit gaan – en niet die met de beste connecties of het meeste geld – maar dat meisjes hogere cijfers moeten hebben dan jongens om toegelaten te worden. Maar anders zou de universiteit 100 procent vrouw zijn, verdedigt een regeringsfunctionaris deze maatregel. Meisjes werken nu eenmaal harder dan de jongens. Op deze manier wordt een 50-50 verdeling gehandhaafd.

Malika al-Murdas al-Busaidi, die sociologie doceert aan de Qaboos-universiteit, wijst op de structurelere hindernissen die de Omaanse vrouwen nog altijd ontmoeten: culturele en religieuze tradities en gebruiken. De Omaanse wet garandeert de vrouw dan wel gelijk loon en gelijke behandeling, maar veel mannen zien haar nog altijd als inferieur. Malika heeft een dissertatie geschreven over de positie van de Omaanse vrouw in de maatschappij voor haar mastersgraad aan de universiteit van Nottingham. Vrouwen zijn misschien wel doorgedrongen op de arbeidsmarkt, aangemoedigd door de autoriteiten of uit economische noodzaak, schrijft ze. Maar ,,deze verandering is niet gepaard gegaan met een werkelijke verandering in de aard van man en vrouw''.

Dus neigen veel vrouwen nog steeds naar traditionele rollen, en prefereert de Arabische maatschappij eigenlijk dat zij thuisblijft om voor haar gezin te zorgen. Zie ook de wrevel van Rahila Aamir Sultan al-Riyami, ex-directeur planning van het ministerie van Onderwijs en zojuist herkozen als lid van de Majlis a'Shura, de adviesraad van de regering. Op de 506 kandidaten voor de Majlis waren maar 15 vrouwen, en zij had er véél meer willen hebben. ,,Maar ze hadden hun gezin, of hun man wilde niet'', klaagt ze.

En óók in Oman, constateert Malika al-Busaidi, lukt het daarom nog maar heel weinig vrouwen om in leidinggevende posities door te dringen. De regering meldt dan wel trots dat Oman nu één vrouwelijke minister en vier onderministers telt. Maar de statistieken verraden dat de vrouw nog steeds niet veel te zeggen heeft.