Hofland weet van geen opgeven

Rotterdam en New York, dat zijn de twee steden van H.J.A. Hofland (1927). Toen hij in 1956 voor het eerst in downtown New York kwam, moest hij onmiddellijk denken aan het vooroorlogse Rotterdam. ,,Geen andere Nederlandse stad heeft die chaotische vitaliteit gehad'', schreef hij.

Rotterdam werd onder de ogen van Hofland gebombardeerd, maar die vitaliteit had hem toen al voorgoed te pakken. Dwars door orde en chaos heeft hij zijn pad gebaand, de laatste vijftig jaar als journalist: in 1953 begon Hofland als verslaggever bij het Algemeen Handelsblad. Dit jubileum is de aanleiding voor een kleine Hofland-tentoonstelling, door het Persmuseum samen met NRC Handelsblad georganiseerd.

Als je in een museum wordt gezet, dan wekt dat gemakkelijk de indruk dat je werk erop zit, je oeuvre voltooid. Een misverstand, in het geval van H.J.A. Hofland. Zoals hoofdredacteur Folkert Jensma schrijft in de tentoonstellingskrant: ,,Hij kan niet meer stoppen, ook als hij zou willen.'' Dat bewijzen zijn wekelijkse columns en essays voor de krant en voor De Groene Amsterdammer.

Aan de wand van het Persmuseum hangt een foto van Rotterdam in de jaren dertig, nog onbeschadigd; ernaast staat Hoflands pseudoniem S. Montag te mijmeren over ,,de onbecijferbare, absurde brutaliteit van mensen die ongevraagd met hun vliegtuigen boven je huis en je stad komen om een en ander in een oogwenk met de grond gelijk te maken''. Het is niet zomaar een citaat. De vernietiging en de vernieling, de verdwijning van wat is geweest: dat heeft Hofland zelf gezien, daar heeft hij over geschreven.

Hofland mag dan misschien een pessimistische trek hebben, gevormd als hij is door de crisisjaren en de oorlog, hij is ook de man die van kind af aan al bezig is met het uitvinden van bootjes en karretjes, en machines die vaak geen enkel doel dienen. Zijn ontwerp voor een `Sisyphusmachine' is op de tentoonstelling te zien, evenals een aantal intrigerende machines die op basis van dat ontwerp vervaardigd werden door studenten van de Technische Universiteit in Delft. Hofland was er vorig jaar gastdocent, en in zijn openingscollege herinnerde hij zijn gehoor eraan hoe belangrijk het is om te spelen, om iets te maken met je handen, vooral in een maatschappij die alles kant en klaar aanreikt.

Die `Sisyphusmachine' heeft trouwens alles te maken met de levenshouding van de bedenker. De machine brengt keer op keer een steen naar het hoogste punt die dan weer terugvalt, een vergeefse maar mooie beweging die misschien wel iets gemeen heeft met de dynamiek van het nieuws en van de krant. Met deze machine wordt volgens Hofland de mythologische Sisyphus geëerd, ,,als een onversaagde optimist die van geen opgeven weet''.

Dat deze tentoonstelling geen al te eerbiedige huldiging is, zie je aan de spotprenten die deels speciaal voor de gelegenheid getekend werden. Natuurlijk hangt Siegfried Woldhek er, die dit jaar een boek met schrijversportretten uitbracht: hij zet Hofland neer als buitenaards wezen met grote ogen en oren. Jos Collignon tekent hem als waarzegger met wereldbol, en Peter van Straaten laat Hofland ,,Sta of ik schrijf!'' roepen, terwijl hij een geweer in de vorm van een vulpen in de aanslag houdt.

Vechtlust en onafhankelijkheid spreken ook uit de grote foto van Vincent Mentzel uit 2001, waarop Hofland als bokser met gebalde vuisten staat. De gebalde vuist keert terug op een foto die Hoflands geschiedenis, de persgeschiedenis en de ,,verdwijning van wat is geweest'' in een krachtig beeld samenbrengt. De foto is gedateerd op 2 februari 1992: Hofland heeft zojuist een lichtkrant aan de gevel van het oude gebouw van het Algemeen Handelsblad in werking gesteld, aan de Nieuwezijds Voorburgwal van Amsterdam, ooit dè krantenstraat van het land. Hofland, hoofdredacteur van het Algemeen Handelsblad in zijn laatste jaren, hangt uit het raam van zijn voormalige werkkamer, zijn vuist fier in de lucht. Het is een ironisch gebaar, Hofland grijnst er ook bij. Niet alleen omdat hij, met een bontmuts op, poseert als een Russische leider van weleer. Ook omdat hij weet dat hij daar, levend en wel, middenin zijn eigen geschiedenis staat.

Tentoonstelling: De wereld van H.J.A. Hofland. T/m 30/11 in het Persmuseum, Zeeburgerkade 10, Amsterdam (achterzijde van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis). Di t/m vr 10-17u, zo 12-17u. Inl. 020-6928810 of www.persmuseum.nl