De lachende paus

Is Johannes Paulus I vermoord? Over dat gerucht schreef Maarten 't Hart vijfentwintig jaar geleden een column voor de Achterpagina. Vandaag het vervolg.

Vijfentwintig jaar geleden, op 29 september 1978, stierf Johannes Paulus I. Ik was toen in Florence en overal op straat en in winkels vernam ik: Jopus I is vermoord. Over die geruchtenstroom heb ik in deze krant op 21 oktober 1978 een stuk gepubliceerd.

Onlangs schreef Frits Abrahams op deze pagina dat er geen aanwijzingen zijn dat Jopus I is vermoord. Het kwam hem te staan op een ingezonden brief van Tomas Ross. Die vermeldde het boek van David Yallop, In God's name, dat in 1984 verscheen. Volgens Yallop werd de paus met digitalis vergiftigd omdat hij schoon schip wilde maken met de duistere financiële transacties van de Vaticaanse bank. Die bank had connecties met de Banco Ambrosiano, waarvan de zwendel-directeur, Roberto Calvi, op 17 juni 1982, hangend aan een strop, aangetroffen werd onder Blackfriars Bridge in Londen. Zelfmoord of misdaad, dat is tot op heden nog niet opgehelderd.

Het boek van Yallop is echter niet de enige publicatie over de dood van Jopus I. In 1983 was al La vraie mort de Jean Paul Ier verschenen van Jean-Jacques Thierry. Volgens Thierry is Jopus I vermoord omdat hij ontdekt had dat het Vaticaan een broeinest was van vrijmetselaars. Roberto Calvi had overigens ook connecties met vrijmetselaars en werd, als verwijzing daarnaar, gevonden met een steen in zijn broekzak.

Eveneens in 1983 verscheen de roman Soutane rouge van Roger Peyrefitte. Daarin wordt een complottheorie beschreven waarbij de maffia, de vrijmetselaars, de bank van het Vaticaan en de KGB, ludiek verstrengeld, de paus uit de weg ruimen omdat hij een einde wilde maken aan de corruptie in het Vaticaan.

In Pontiff, ook uit 1983, van Max Morgan-White en Gordon Thomas, een studie over de drie pausen van 1978, speelt de KGB eveneens een rol. Als verspreider namelijk van het gerucht dat de paus werd vermoord. Hoe goed dat boek verder ook is: op grond van eigen ervaringen acht ik dat onwaarschijnlijk. Al op de morgen van 29 september luisterde ik op de markt in Florence het gesprek af van een koopman en een vrouwtje dat ik in mijn stuk uit 1978 in deze krant weergaf. Beiden waren er zeker van dat de paus was vermoord. Mij dunkt dat het uiterst onwaarschijnlijk is dat dat hun toen reeds door de KGB kan zijn ingefluisterd. Wel kan de KGB uiteraard de zo snel op gang gekomen geruchtenstroom in die hectische oktoberdagen van 1978 gevoed hebben.

In 1989 verscheen A Thief in the Night van John Cornwell. Deze journalist van The Observer, auteur van het geruchtmakende boek over de gaskamerpolitiek van Pius XII, Hitler's Pope, heeft nogmaals alle roddels en alle complottheorieën onderzocht, en met alle betrokkenen, voorzover nog in leven, gesproken om de waarheid omtrent de dood van Jopus I te achterhalen. Van Jopus II en het Vaticaan kreeg hij alle medewerking.

Van de claims van Yallop blijft in het boek van Cornwell niet veel over. Wat mij 't meest tegenvalt van Yallop is dat uit het boek van Cornwell blijkt dat hij niet zelf de research heeft gedaan voor zijn boek. Hij stuurde interviewers op pad. Hij heeft alles dus uit de tweede hand. Misschien kon hij niet anders, kende hij geen of te weinig Italiaans. Zoveel is zeker: dankzij Cornwell kijk je met achterdocht aan tegen zowel Yallop als Peyrefitte.

Volgens Cornwell, die overigens het Vaticaan in zijn boek omschrijft als ,,een bizar wereldje waar men lichtvaardig met de waarheid schijnt om te springen'', is de paus 33 dagen na zijn installatie bezweken omdat de last van het ambt veel te zwaar was voor deze al doodzieke man die men tijdens die korte periode chronisch verwaarloosd heeft. Dat klinkt plausibel. Toch blijven er, zoals Cornwell zelf ook toegeeft, nog veel vragen over. Het laatste woord is hierover, denk ik, dan ook nog niet gesproken.