Verslaafd, verstoten, doodgetrapt

`Ich bin einmalig, und dass ich noch lebe, das freut mich', heet een fotoboek waarin Anja Joos voorkomt. De Duitse drugsverslaafde werd twee weken geleden doodgetrapt door een groepje Marokkanen dat dacht dat ze een blikje bier had gestolen bij Dirk van den Broek. Maar ze had betaald. Een hulpverlener: ,,Anja is een van de weinigen die het zo lang hebben volgehouden.''

Froukje schenkt koffie in en vertelt aan Joke, Wilma en Inez dat de ouders van Anja Joos gevonden zijn, in Duitsland. ,,Maar ze komen niet naar de begrafenis'', zegt ze.

Wilma, die het al wist, zegt: ,,Ze willen ook niet betalen, niks niet.''

Het is woensdagmiddag, vrouwenmiddag in de dagopvang voor drugsgebruikers, in een huis bij de Schreierstoren in Amsterdam. In de voorkamer staan broodjes, schaaltjes met vanilleyoghurt en fruit. De vrouwen zitten in de achterkamer – daar mag gespoten, gesnoven en gerookt worden. Er is een kapster voor hun haar, en er is een masseuse, allebei vrijwilligsters. Er is ook een vrijwilligster om te praten en te luisteren – dat is Froukje. Ze verdient haar geld in de nachtopvang voor drugsgebruikers op de Oudezijds Achterburgwal, en daar kent ze Anja Joos van. Anja Joos kwam er vaak, in de week voor haar dood drie keer. Joke, Wilma en Inez kennen Anja Joos ook van de nachtopvang, en van achter het Centraal Station waar ze werken, al zagen ze haar daar de laatste jaren bijna niet meer. ,,Altijd dat opgejaagde'', zegt Froukje – die niet met haar achternaam in de krant wil. ,,Daar had ze geen zin meer in.''

Joke, met haar hoofd in haar armen op tafel, begint te huilen. Haar rug doet pijn, ze is misselijk. ,,Die ouders'', zegt ze, ,,hebben hun dochter gewoon afgesloten.'' Ze trekt haar jas over zich heen. ,,Voor die ouders was Anja allang dood.''

Froukje zegt: ,,Ik kan het me niet voorstellen. Ik heb een zoon van zeventien, ik...''

,,O nee?'', zegt Joke. ,,Ik wou dat ik mijn dochter kon afsluiten.'' Haar dochter, Jasmijn, is net even langs geweest. Een meisje van negentien, lange benen, lang donker haar. Ze kwam binnen, pakte een broodje kaas, deed er jam op, propte een banaan in haar mond, ging tegenover haar moeder zitten en schoof met een mesje het grootste deel van haar bolletje cocaïne naar zich toe. Haar moeder probeerde het terug te pakken, maar Jasmijn was sneller. En nu zegt haar moeder: ,,Ik heb geen grip op haar. Ik wou dat ik haar kon afsluiten, echt waar.'' Ze huilt nog harder.

Inez, lang en mager, legt een arm om haar heen. ,,Stil nou maar, Joke, wij weten allemaal dat het jouw schuld niet is.'' Joke, met gierende uithalen: ,,Ik begrijp die ouders van Anja echt wel. Met zulke kinderen valt niet te leven.'' Inez: ,,En met Anja zeker niet.'' Joke: ,,Een kattekop was het, een... een...'' Inez: ,,Ze wilde allang dood.'' Joke: ,,Ja, ze wilde dood. Alleen niet zo. Niet zo op straat.''

,,Nou, nou'', zegt Froukje. ,,Volgens mij ging het beter met Anja.''

Joke: ,,Welnee, dat was schijn. Die honden van haar, die liet ze toch ook in de regen staan. Ze had er helemaal geen zin meer in.''

Froukje: ,,Tegen mij zei ze dat ze er wel weer zin in had. Ze spoot niet meer, ze had een huis, een verblijfsvergunning, ze kreeg weer een uitkering en ook weer medicijnen.''

Joke: ,,Ze heeft het zelf uitgelokt. Altijd die grote bek van haar. Altijd meteen schreeuwen.''

Froukje: ,,Dat doen jullie ook. Dan hoef je toch nog niet te worden doodgetrapt?''

Joke: ,,Het was gewoon een rotmeid.''

Froukje: ,,Jij hebt gewoon een rotdag. Ik praat niet meer met je.'' Ze lacht, draait zich om en doet voor hoe Anja deed als ze cocaïne rookte. Ogen dicht, wapperende handen, stil, stil, stil. ,,Als ik dan zei dat haar honden stonden te wachten, zei ze: shiiiit Froukje, dat doe je nou elke keer. Als ik sta te flashen, begin jij over die honden.''

Er is een videoband waar Anja Joos op te zien is, in begin juni van dit jaar. De band is van een reis naar Lourdes. Negentien zieke drugsgebruikers die met Gerson Gilhuis en Nelly Versteeg van het Amsterdamse drugspastoraat in een grote bus op bedevaart gaan. Ze lopen mee in de lichtprocessie, gaan naar de grot van Bernadette. Ze maken ook een bergtocht op ezeltjes en ze zwemmen in het meer. Witte lijven die in geen jaren de zon hebben gevoeld. Anja Joos is niet overal bij. Ze had, zegt Gerson Gilhuis, niet altijd zin om mee te gaan. Maar als ze er wel bij is, ziet ze er vrolijk uit. Haar haar is kort en donker, ze heeft een soldatenbroek aan en een zwart hemdje, met om haar middel een dikke trui. ,,Anja?'', zegt de man die de opnamen maakt als ze aan het picknicken zijn. Anja kijkt op, knippert met haar slechtziende ogen naar de camera en lacht. Ze zegt niets. Haar ogen zijn omrand met zwarte kohl. Ze is mager. Ze had in die tijd geen geld voor medicijnen. Haar verblijfsvergunning was verlopen, daardoor kreeg ze geen uitkering meer en zat ze niet meer in het ziekenfonds. Ze werd toen ook nog korte tijd vastgezet.

Er is ook een fotoboek waar Anja Joos in staat, toen ze begin twintig was. Het boek heet `Ich bin einmalig, und dass ich noch lebe, das freut mich'. De foto van Anja Joos is van dichtbij genomen. Bij haar mond, op haar voorhoofd en op haar oor zijn littekens zichtbaar. Maar erg mager is ze nog niet. Het fotoboek werd midden jaren '80 gemaakt door een maatschappelijk werker van AMOC, een Duitse hulporganisatie die in 1978 was opgericht om Duitse verslaafden te helpen die naar Amsterdam waren gegaan. Ze kwamen naar Amsterdam omdat de heroïne er goedkoper was en omdat drugsgebruik niet meteen leidde tot gevangenisstraf. Veel van de verslaafden in het boek zijn nu dood. ,,Anja'' zegt Aki Herlyn van AMOC, ,,is een van de weinigen die het zo lang hebben volgehouden.''

Anja Joos werd op 30 april 1960 geboren in Stuttgart. Toen heette ze nog Antje. Ze groeide op in Düsseldorf, haar vader was edelsmid. Op haar twaalfde ontdekte ze dat hij niet haar echte vader was. De drie jongere kinderen in het gezin waren wel van hem. Op haar dertiende liep ze weg van huis. Ze werd een paar keer naar een internaat gestuurd, maar daar liep ze ook weg. Ze zwierf over straat, raakte aan de heroïne door een vriend die ouder was, ze ging zich op straat prostitueren om aan geld te komen. Soms zat ze in de gevangenis. Ze kwam naar Amsterdam toen ze bijna twintig was. Tegen een vrijwilliger van het drugspastoraat in Amsterdam, Tom Ponsioen, zei ze later dat haar vader haar had ,,afgezworen'' omdat ze drugs gebruikte. Aki Herlyn van AMOC zegt dat Anja Joos opviel ,,omdat ze zo jong was.'' Anja Joos was hier met vier vrienden die ze kende uit Duitsland, drie mannen en een vrouw. ,,Een hechte groep. Ik denk dat ze bij elkaar in een kraakpand woonden. Ze woonden bijna allemaal in kraakpanden.''

Ze probeerden medicijnen te verkopen op de brug in de Damstraat, de `Duitse pillenbrug'. Die medicijnen waren in Duitsland toen nog vrij verkrijgbaar, in Nederland alleen op recept. Anja Joos werkte in Amsterdam ook als straatprostituee. ,,Ze gebruikte alles wat er te krijgen was'', zegt Froukje, die haar kent van de nachtopvang.

Zuster Bep en zuster Bernadette, twee nonnen die in 1982 een huiskamer inrichtten voor straatprostituees, zeggen dat Anja Joos haar spuiten deelde met andere vrouwen. ,,Dat was een bewijs van vriendschap.'' De twee nonnen, oud en licht gebogen, stonden afgelopen vrijdag dicht tegen elkaar aan bij het graf van Anja Joos, op Sint Barbara. In hun huiskamer, vroeger, deelden ze boterhammen en thee uit.

,,Anja propte de boterhammen in haar mond en dan was ze weer weg'', zegt Ricus Dullaert, oud-pastor van het drugspastoraat die ook in de huiskamer werkte. ,,Ze was in die tijd aan de coke, mensen hebben dan nooit rust. Dat spul is zo uitgewerkt.''

Eind jaren '80 kreeg Anja Joos samen met vierentwintig andere Duitse drugsgebruikers die medische verzorging nodig hadden, op humanitaire gronden een verblijfsvergunning. Die moest ieder jaar verlengd worden. Gerson Gilhuis van het drugspastoraat zegt dat Anja Joos dat vaak vergat. Daardoor was ze begin dit jaar haar uitkering kwijtgeraakt.

Julien, klein, zwart, bijna tandeloos, mag voor één keer bij de vrouwenmiddag in de dagopvang zijn. Hij heeft een paar jaar een relatie met Anja Joos gehad en hij wil, nu ze dood is, over haar praten. ,,Twee dagen voordat het gebeurde'', zegt hij, ,,hadden we het er nog over dat we een van de weinige overlevenden waren van die hele groep die twintig jaar geleden in Amsterdam zat.''

Anja was toen nog met Wolfgang, zegt hij. Ze woonden in een steeg tussen de Zeedijk en de Wallen. ,,Ik ben bij ze ingetrokken. Wolfgang is later verhuisd.'' Anja, zegt hij, was een soort wonder. ,,Hoe vaak die niet aan de dood is ontsnapt.'' Ze was, zegt hij ook, een levensgenieter.

Inez, die dat hoort, begint te schreeuwen. ,,Een levensgenieter? Je bent gek man.'' Julien: ,,Ik? Gek?'' Inez: ,,Ja man, je bent gek.''

Julien begint ook te schreeuwen. ,,Hou je mond. Ik kende Anja veel beter dan jij. Ik...'' Hij onderbreekt zichzelf, zegt nu weer rustig: ,,Ik ga eerst mijn pof nemen.'' Hij haalt een bolletje cocaïne uit zijn sok, maakt zijn pijpje schoon, stopt het poeder erin, steekt het aan, neemt een trek en zit minutenlang stil, met zijn ogen dicht. Dan zegt hij: ,,Die keer in de Utrechtsestraat, dat was me een knokpartij. Het was maar goed dat ik langs kwam. Toen zat ze nog aan de rohypnol en de seresta, daar kon ze heel agressief van zijn.'' Inez: ,,Dat zeg ik, ze was agressief.'' Julien: ,,Ze kón agressief zijn.'' Inez: ,,Weet je nog toen ze van de seresta afging?'' Ze loopt met schokkende schouders door de achterkamer, gooit haar hoofd naar voren en naar achteren, hysterisch lachend. ,,Daar werd ze echt heel raar van.'' Julien: ,,Daar wordt iedereen heel raar van.''

Vera komt binnen, ze gaat tegenover Julien zitten. Ze heeft kort donker haar, een kruisje aan een ketting om haar hals. Ze komt uit Joegoslavië, studeerde wiskunde, raakte aan de heroïne door de romans van Aldous Huxley en Jack Kerouac, ze werkte in Wenen als prostituee. Kort voor haar vijfenveertigste, zegt ze, kreeg ze een visioen. In een paar dagen was ze clean en toen wist ze dat ze naar Amsterdam moest om vrouwen te helpen die nog wel prostituee waren. ,,Anja'', zegt ze, ,,was niet iemand die over het verleden of over de toekomst praatte. Ze hield ook niet van filosoferen. Een kop koffie, dat wilde ze. En dat je aan haar vroeg: `Hoe gaat het met je?'''

Julien zegt: ,,Ik ben de enige hier die Anja echt kende.'' Vera: ,,Nou, vertel dan.'' Julien zegt niks. Vera: ,,Ik ben bij Anja geweest toen ze in het ziekenhuis lag, op 11 september 2001. We hebben op haar kamer naar de televisie gekeken.'' Anja was al achttien jaar besmet met hiv, zegt Vera. Maar daarvoor was ze toen niet in het ziekenhuis. ,,Ze was bang dat ze kanker had.''

's Avonds om half zeven begint op het Weesperplein een stille tocht voor Anja Joos. Julien loopt niet mee, hij zegt dat Anja stille tochten onzin vond. Wilma wel, ze heeft een oranje hes over haar kleren. Ze is ordebewaker, gevraagd door de Belangenvereniging van Drugsgebruikers. Als de stoet, een paar honderd mensen, na de Nederlandsche Bank rechtdoor naar de Weteringschans gaat, wordt ze woedend. ,,Ik denk, we moeten linksaf, maar we gaan niet linksaf. Waarom gaan we niet linksaf? We moeten linksaf.'' Ze loopt slingerend over de trambaan.

Vooraan loopt Gerson Gilhuis, tussen drugsgebruikers, mensen van de Belangenvereniging van Druggebruikers en van `Stop Zinloos Geweld'. Op het spandoek dat ze bij zich dragen staat `Vreemde vogels, vogelvrij'. Burgemeester Job Cohen heeft een paar uur eerder aan de Belangenvereniging laten weten dat hij het daar niet mee eens is. Daarom loopt hij nu achteraan. Op het Gerard Douplein, waar Anja Joos stierf, staan nog een paar honderd mensen te wachten. Veel mensen leggen rozen bij het geïmproviseerde monument. Iwan, die met nog twee anderen op het bankje ernaast woont, loopt zenuwachtig rond. Hij heeft het gevoel, zegt hij, dat er duizend mensen door zijn huiskamer lopen. Hij kende Anja Joos van Dirk van den Broek. Zij kwam er iedere dag, en hij speelt bij de ingang op zijn mondharmonica. Ze kwam ook iedere dag op weg naar haar huis langs zijn bankje. Soms dronk ze daar een biertje en dan praatten ze wat. Iwan begrijpt niet dat Anja Joos op de dag van haar dood haar honden niet bij zich had. Ze had er twee, de Belgische herder Alfa en het keesje Rambo. ,,Met Alfa erbij was het niet gebeurd.'' En als hijzelf erbij was geweest, zegt hij, was het ook niet gebeurd. ,,Ze riep `help me, help me'. Maar ik was er niet.'' Hij verbergt zijn gezicht in zijn handen en huilt. Anja Joos liet haar honden altijd los lopen. Soms kreeg ze daar ruzie over.

Volgens Job Joris Arnold van de Belangenvereniging van Druggebruikers was vijftien jaar geleden nog eenderde van alle drugsgebruikers in Amsterdam Duits. ,,Dat Anja is blijven hangen, zegt wel wat. Ik denk dat het met haar ouders te maken had. Ze kon niet terug. Ik hoorde dat ze een hekel had aan Duitsland.''

Nelly Versteeg van het drugspastoraat vertelt op de avond na de begrafenis dat Anja Joos niet in het Duits aangesproken wilde worden. ,,Maar als ze erg druk was, gebruikte ze veel Duitse woorden.'' Nelly Versteeg zegt ook dat Anja Joos de laatste maanden soms zei dat ze haar moeder wilde bellen. Die kon haar misschien helpen met haar financiële problemen. ,,Soms praatte ze erover alsof ze het al gedaan had.''

In de agenda van Anja Joos stond: `Mutti anrufen'. De vrijwilliger van het drugspastoraat die Anja Joos begeleidde, Tom Ponsioen, denkt dat ze het eind augustus ook echt gedaan heeft. ,,Dat zei ze.'' Maar de politie kon in haar spullen geen telefoonnummer vinden. Tom Ponsioen zegt dat Anja Joos over haar moeder praatte ,,alsof ze al afscheid van haar had genomen'', maar ook ,,met hunkering''. ,,Met haar vader had ze niets. Ik merkte dat dat haar pijn deed.''

Op vrijdagochtend, een half uur voordat de rouwdienst begint, staat de kist met het lichaam van Anja Joos bij de kansel in de Oranjekerk. De kist is van goedkoop eiken fineer, er ligt een boeket rozen op. Dat hoort bij het standaard-pakket van de sociale dienst, zegt de uitvaarondernemer die bij de deur staat. Televisie-journalisten zetten hun camera's op het balkon in de kerk. Het NOS-journaal zal die avond alleen een fragment uitzenden van de toespraak van een Marokkaan. Hij is van de Stichting Multiculturele Europese Generaties tegen Racisme in Europa en hij biedt namens de Marokkaanse gemeenschap excuses aan voor de dood van Anja Joos. In de bus die na de dienst naar Sint Barbara rijdt, wordt hij door vrienden van Anja Joos uitgescholden en bedreigd. Hij legt een enorm boeket oranje bloemen naast het gat waarin Anja Joos begraven wordt. Op de kist liggen speelgoedhonden, blikjes bier, bloemen, papiertjes met teksten erop.

Het graf is deze zomer gekocht door het drugspastoraat, Anja Joos is de derde die erin wordt begraven. ,,Het gaat snel bij ons'', zegt Gerson Gilhuis.

Sommige personen in dit verhaal wilden niet met hun achternaam in de krant.