Politie wist van dreiging `Omagh'

De bomaanslag in het Noord-Ierse Omagh was mogelijk te voorkomen geweest als de Ierse politie de waarschuwing van een infiltrant binnen de republikeinse terreurgroep Real IRA niet had genegeerd om diens identiteit te beschermen.

Dat blijkt volgens de Britse zondagskrant The Observer uit een transcript van een gesprek tussen de infiltrant, Paddy Dixon, en John White, een Ierse inspecteur die zijn vaste contact was binnen de Garda, de politie van de Ierse Republiek. In het gesprek zegt Dixon dat hij de Garda een dag voor de aanslag in Omagh had verteld dat de Real IRA binnen 24 uur een gestolen en met explosieven gevulde auto zou opblazen in Noord-Ierland. Bij die aanslag, op 15 augustus 1998, kwamen 29 mensen om.

Dixon was een autodief die voor de dissidente republikeinen begon te werken na het Goede Vrijdagakkoord van 1998 waarbij de IRA een wapenstilstand in acht nam. Hij zou in totaal negen aanslagen hebben doorgegeven aan de politie. Daarvan werden er vijf verijdeld, waaronder een bomaanslag in Londen, maar de politie liet er vier doorgaan om de Real IRA niet te laten denken dat de organisatie was geïnfiltreerd, aldus de krant. Dixon woont sinds vorig jaar onder een nieuwe identiteit op het Europese continent. Kort daarvoor werd de bandopname van zijn gesprek met White gemaakt. White zou ook hebben gewild dat de aanslag in Omagh voorkomen werd, maar zou zijn `overruled' door zijn superieuren. De informatie van Dixon zou zijn weggewuifd omdat een hoge officier zei dat de Real IRA er niet in was geslaagd bij eerdere aanslagen iemand te doden.

Geen van de daders van de bomaanslag is daarvoor veroordeeld, hoewel hun identiteit vermoedelijk bekend is. Een aantal van hen zit wegens andere delicten gevangen. Vorige maand verrichtte de Noord-Ierse politie nog twee arrestaties, mogelijk na nieuw bewijsmateriaal te hebben gevonden.

De kwestie-Dixon betekent nieuwe ammunitie voor de Noord-Ierse politie-ombudsman Nuala O'Loan, die een onderzoek doet naar de competentie van de politie in de aanloop naar `Omagh'.

Ook in de Ierse Republiek loopt een onderzoek daarnaar. Michael Gallagher, wiens zoon bij de aanslag in Omagh omkwam, zei dat de nabestaanden geen vertrouwen hebben in het onderzoek dat in Dublin wordt uitgevoerd. ,,De inlichtingendiensten in Dublin, met name hoge Garda-officieren, speelden in 1998 Russisch roulette met de informatie van Paddy Dixon'', zei hij. Dixon en White suggereren ook dat de Ierse overheid na Omagh een akkoord heeft gesloten met de Real IRA in ruil voor het laten vallen van de aanklachten tegen acht mensen die na de aanslag werden gearresteerd.

Nabestaanden eisen een nieuw grootschalig onderzoek aan twee kanten van de grens. De Ierse politie zei gisteren ,,op dit moment'' geen commentaar te willen geven.