Maase geeft `Amsterdam' glans met record

Kamiel Maase liep gisteren in Amsterdam een Nederlands record op de marathon. Hij weet evenwel nog niet of zijn sportieve toekomst op die afstand ligt. Zijn manager Jos Hermens adviseert hem voor de marathon te kiezen.

De marathon van Amsterdam kende gisteren zo'n dag waarop alles meezat. Onder ideale weersomstandigheden verbeterde Kamiel Maase het 23 jaar oude Nederlands record van Gerard Nijboer van 2.09,01 in 2.08,31 en liep winnaar William Kipsang uit Kenia een tijd (2.06,39) van internationale allure. De Afrikaan verbeterde bovendien het parkoersrecord van 2.06,47, dat sinds 1999 op naam stond van de Keniaan Fred Kiprop.

Opluchting bij de organisatoren, die hun vernieuwde, ambitieuze aanpak met twee toptijden beloond zagen en het evenement daarmee uit de versukkeling trokken. Maase speelde een hoofdrol in de upgrading van de marathon in de hoofdstad. Een kwestie van parallel lopende belangen: een verbetering van het nationale record voegt een nieuwe dimensie toe aan de carrière van Nederlands beste langeafstandsloper en het geeft `Amsterdam' weer aanzien als marathonstad.

Dat scenario was enige tijd geleden bedacht bij Global Sport Communication, het voor het deelnemersveld verantwoordelijke bedrijf van atletenmanager Jos Hermens. Er was aanvankelijk één probleem: Maase wilde niet meewerken. De atleet zag niets in een najaarsmarathon. Te zwaar na een lang en slopend seizoen en het paste niet in zijn planning; Maase zit momenteel midden in een verhuizing van Wageningen naar Zeist. Daarnaast was hij mentaal nog niet hersteld van de marathon van Rotterdam, waar hij zich met een tijd van 2.10,28 weliswaar plaatste voor de Olympische Spelen van volgend jaar in Athene, maar ook met een dermate grote inzinking werd geconfronteerd dat hij zich serieus afvroeg of hij fysiek ooit in staat zou zijn tot het lopen van een toptijd op de klassieke afstand over 42,195 kilometer.

Ondanks zijn bezwaren zwichtte Maase na enige bedenktijd voor het idee van Hermens. Omdat hij de garantie kreeg dat de wedstrijd op hem zou worden afgestemd en omdat de afloop van de Rotterdam Marathon hem nog steeds dwarszat. Bovendien was uit onderzoek van sportarts Peter Vergouwen en bewegingswetenschapper Gerard Rietjens komen vast te staan dat zijn inzinking in Rotterdam geen lichamelijke oorzaken kende, maar een gevolg was van simpelweg te weinig drinken. En Maase zag in Amsterdam de gelegenheid om aan de weet te komen of de theorie van de wetenschappers klopt. Dat hij daarnaast 30.000 euro aan startgeld incasseerde en bovenop het prijzengeld een bonus van 30.000 euro kon verdienen bij verbetering van het Nederlands record, was iets meer dan een aangename bijkomstigheid.

Alsof de voorzienigheid bezit had genomen van Maase liep de atleet volgens schema naar een nieuw Nederlands record. En alles klopte: het weer, het werk van de hazen, de tussentijden, het lang bijeenblijven van de kopgroep en uiteindelijk de stemming waarin Maase verkeerde. Ondanks pijn in zijn bovenbenen en de verzuring in de laatste kilometers kon Maase het tempo hoog genoeg houden om het record van Nijboer te verbeteren. ,,Ik ben blij met het record, maar nog blijer dat het voorbij is'', omschreef Maase onmiddellijk na de race zijn gemoedstoestand.

De merkwaardige situatie doet zich voor dat de Nederlands recordhouder en de enige marathonloper met een olympisch startbewijs niet eens weet of hij zich op de marathon moet toeleggen. Zijn hart ligt bij de baan, maar hij heeft na vier marathons blijk gegeven van bovenmodale aanleg voor die discipline.

Hij wilde zich gisteren nog niet wagen aan bespiegelingen over zijn sportieve toekomst, maar als het aan zijn manager Hermens ligt, kiest Maase voor de marathon. Volgens de oud-langeafstandsloper kan Maase nog progressie boeken, omdat hij op een leeftijd (vandaag 32 jaar) is gekomen dat de intensieve duurtrainingen zich gaan uitbetalen in een internationale toptijd. Bovendien heeft Maase bij EK's, WK's en Olympische Spelen op de marathon meer kans op een podiumplaats dan op de 5.000 of 10.000 meter; daar zal hij het altijd moeten afleggen tegen de Kenianen en Ethiopiërs. Een marathon is nu eenmaal minder voorspelbaar dan een baanwedstrijd. Vooralsnog twijfelt Maase, die bij de Spelen in Athene vrijwel zeker voor de baan zal kiezen. Vooralsnog kwalificeert hij een marathon in de augustushitte van Griekenland als moorddadig.

Maar Hermens deelt de scepsis van Maase voor de toekomst pertinent niet. De manager: ,,Maase is pas laat met atletiek begonnen, zodat hij zijn maximum nog niet heeft bereikt. Dat heeft op de marathon tijd nodig. Zie hoe makkelijk hij vandaag liep. Ik acht hem beslist in staat om in de 2.06 te lopen. Hij kan daarvoor ook de snelheid ontwikkelen. Vandaag ging hij weg op 1.04,00 als tussentijd halverwege, maar waarom zou hij niet twee keer 1.03,00 kunnen lopen. De basis is er; die moet hij uitbouwen.''

Door de aandacht die Maase wegzoog, bleven de prestaties van winnaar Kipsang en nummer twee Felix Limo onderbelicht. Beide Kenianen liepen toptijden van respectievelijk 2.06,39 en 2.06,43. Het was Limo's debuut op de marathon, terwijl Kipsang dit voorjaar in Parijs niet was opgevallen met een twaalfde tijd van 2.12,34. En dat had hij twee jaar geleden bij zijn debuutmarathon in Amsterdam evenmin gedaan. Kipsang liep destijds tot 35 kilometer op een schema van 2.10,00, om vervolgens ten prooi te vallen aan een inzinking. Hij haalde zwalkend de finish in een tijd boven de 2.25.

Typerende trekjes van een beginneling, oordeelde Michel Boeting, de atletenmanager die bij Hermens verantwoordelijk is voor de Keniaanse lopers. Boeting: ,,Kipsang is qua postuur de ideale marathonloper. Hij is ook een verstandige jongen, die gedoseerd loopt. Deze zege in Amsterdam betekent zijn doorbraak; nu is het zaak dit niveau vast te houden.''