We hoeven geen commissaris

De Tweede Kamer heeft de regering gevraagd ervoor te zorgen dat alle lidstaten een Europese commissaris met stemrecht hebben. Dat lijkt voor Nederland een aantrekkelijke optie, maar op termijn is dat zeker niet zo. Het betekent dat een land als Duitsland evenveel invloed in de Commissie heeft als Malta. En als de toekomstige Unie uit 33 lidstaten bestaat, zijn dat de huidige 15 lidstaten en 18 nieuwe. Die 18 nieuwe lidstaten hebben een andere economische achtergrond, een veel lager inkomen per hoofd van de bevolking en vertegenwoordigen minder dan 25 procent van de bevolking van de Unie. Maar bij een gelijke vertegenwoordiging van alle lidstaten in de Commissie, hebben de 18 nieuwe lidstaten wel een meerderheid.

Dat betekent dat het beleid van dit belangrijke orgaan steeds bepaald zal worden door Commissarissen uit landen die een minderheid van de bevolking vertegenwoordigen. Dat zal voor de grotere lidstaten niet acceptabel zijn. Ook voor Nederland is dat ongunstig. Tegen die tijd zal naar een andere oplossing gezocht worden, waarbij de lidstaten met een grotere bevolking vaker een Commissaris mogen leveren. Ook Nederland zal daar dan voor moeten zijn.

Het grote probleem is dat de EU over vier jaar zal bestaan uit zes grote lidstaten, waar 70 procent van de bevolking woont en 21 lidstaten met 30 procent van de bevolking. Bij besluitvorming waar de positie van lidstaten centraal staat, zullen de nieuwe lidstaten de overhand krijgen. Als men de bevolkingsomvang laat prevaleren, dan krijgen de zes grote lidstaten een doorslaggevende stem.

Dit dilemma is alleen oplosbaar als de Unie echt democratisch wordt, als de stem van een Nederlander of een Maltees even zwaar weegt als die van een Duitser. Tegelijkertijd zouden niet alle Duitsers (of Nederlanders, etc.) als één blok moeten stemmen. Dit kan alleen door meer gewicht toe te kennen aan het Europarlement. Maar dat moet dan wel op basis van echte Europese verkiezingen worden samengesteld, en niet, zoals nu, door nationale delegaties. Dan kan ook de Commissie op een andere wijze wordt samengesteld, bijvoorbeeld op basis van het politiek vertrouwen van het Europees Parlement. De nationaliteit van de commissarissen is dan niet meer van belang.

Dat vergt van de regering een duidelijke visie, die ook oog heeft voor de Nederlandse belangen over tien jaar. Die ontbreekt tot nu toe. Als wordt doorgegaan op de ingeslagen weg, zullen wij dat in de toekomst duur betalen. Niet alleen in geld, maar ook in vervreemding en politieke onvrede.

Mr.drs. S.E. van Tuyll van Serooskerken heeft bij de EU gewerkt en is redacteur van Liberaal Reveil.