Oorlogsgetroffenen

In NRC Handelsblad van 7 oktober staat een `Open brief aan de minister van VWS', waarin op meelijwekkende en tegelijk brutale toon wordt gevraagd de ,,bezuiniging op JMW onmiddellijk te schrappen''. Die bezuiniging behelst dan het schrappen van 70 procent van de rijkssubsidie, die al sinds de jaren '50 wordt toegekend.

Ik word bepaald onpasselijk van de verongelijkte toon in die brief en de overdreven behoefte aan aandacht door het plaatsen van een open brief in een landelijke krant. Waarom moeten wij allemaal kunnen lezen, dat JMW voor duizenden `cliënten' (wie zijn dat dan?) een onmisbare vorm van bestaanszekerheid is en dat deze subsidiebeperking ,,een slag in het gezicht van de Joodse gemeenschap is''. Wat een zielig verhaal en wat een onvolwassen gekerm alsof de joodse gemeenschap ook maar iets in de weg wordt gelegd.

Als JMW dan echt zo onontbeerlijk is voor die `cliënten', had JMW in de afgelopen decennia al lang een financiële basis in eigen kring kunnen en moeten opbouwen, zeker voor de in de brief genoemde `oorlogsgetroffenen'. We leven inmiddels bijna 60 jaar na het einde van die oorlog en de taken van de overheid houden ook een keer op. Ik wil als belastingbetaler inderdaad zien dat de overheid, in casu VWS, zijn subsidiebeleid regelmatig herziet en herijkt naar actuele noden en doelen.