Kunst en blote billen

Deze week verscheen de tachtigste Snoecks, het jaarboek dat literatuur en beeldende kunst combineert met pin-ups.

Haar bovenstukje is aan de kleine kant, terwijl niet helemaal duidelijk is wat haar beide handen precies met de koordjes van haar string doen. Maar haar blik is suggestief genoeg om Petra Nemcova tot de ideale covergirl van de tachtigste Snoecks te maken – als aantrekkelijke voorbode van wat deze zojuist verschenen jubileumeditie allemaal heeft te bieden. De firma Snoeck-Ducaju in Gent heeft er in elk geval weer het volste vertrouwen in. Het jaarboek, dat literatuur, beeldende kunst, vormgeving en fotografie als altijd combineert met smaakvol bedoeld bloot, is verspreid in een oplage van 167.500 exemplaren, waarvan de Vlaamse markt er zo'n 100.000 afneemt en de Nederlandse de rest.

Dat het eerste exemplaar is uitgereikt aan de Belgische minister-president Guy Verhofstadt was een primeur in de Snoecks-geschiedenis. Niet eerder nam een premier het fameuze bladerboek in ontvangst. ,,Een hele eer voor ons'', beaamt hoofdredacteur Nico Burssens. ,,Maar ook voor hem, naar ik veronderstel. Het is toch een unieke traditie waarin deze uitgave staat. Met inbegrip van de oerpublicatie hebben we het over een geschiedenis van maar liefst 221 jaar.''

Zijn rekensom verwijst naar het jaar 1782, toen de eerste editie van Snoeck's Kleine Almanach werd uitgegeven door de bierhandelaar Petrus Snoeck, eigenaar van herberg Het Smaksken aan de Predikherenlei te Gent. Op initiatief van zijn zonen Judocus en Jozef voegde hij aan zijn zaken een drukkerij toe – nu, onder leiding van de achtste generatie Snoeck, een bedrijf met 82 personeelsleden en een jaaromzet van ruim 14 miljoen euro. Het almanakje bood, net als de Enkhuizer Almanak in Nederland, een overzicht van week- en jaarmarkten, de tijden waarop de zou op- en ondergaan, de christelijke feestdagen, weersvoorspellingen en andere nuttige informatie voor burgers en buitenlui.

Het kleine boekje werd in 1923 door Fernand Snoeck grootgemaakt door er korte verhalen, historische schetsen en ander divertissement aan toe te voegen en de naam te veranderen in Snoeck's Groote Almanach. Zo ontstond het jaarlijkse bladerboek, dat nu gewoon Snoecks heet, en ,,met Het verdriet van België en Suske en Wiske de volksaard samenvat'', zoals het Vlaamse dagblad De Standaard vorige week vaststelde. Het bracht schrijvers als Stijn Streuvels, Gerard Walschap, Louis Paul Boon, Hugo Claus en Jef Geeraerts onder de ogen van lezers die zelden of nooit een regulier boek zagen, en liet recente ontwikkelingen in de beeldende kunst zien aan een publiek dat niet gewend was een galerie of museum te bezoeken. Te oordelen naar de nieuwe editie – met foto's van Anton Corbijn, Erwin Olaf en James Nachtwey, en architectuur van Richard Rogers – is dat procédé onveranderd gebleven: wat voor Ons Soort Mensen allang accepté is, wordt door Snoecks aan den volke getoond.

De advertentie-exploitatie werd jarenlang verzorgd door Alfons de Ridder, alias Willem Elsschot, die desgewenst ook de reclameteksten schreef (`eet mosterd van Tierenteyn Ferdinand / veruit de bekwaamste fabrikant / van ons beminde Belgenland') en bovendien soms het overgebleven wit tussen de advertenties vulde. In de jubileumeditie schrijft Guido Lauwaert zelfs een anonieme toneeltekst in de editie van 1953 aan Elsschot toe. Diens biograaf Vic van de Reijt is echter sceptisch over deze onthulling. ,,De tekst is veel te vet Vlaams om van Elsschot te zijn'', oppert hij.

Het bloot kwam er vanaf 1968 bij, toen de oplage al enige jaren terugliep. ,,Maar pas op, hè'', zegt hoofdredacteur Burssens. ,,Het hele huisgezin leest mee. We zullen nooit vulgair zijn, ook kinderen moeten er zonder schaamte naar kunnen kijken.'' De laatste klacht over het bloot dateert van 1999. Toen trok de actiegroep Feministische Anarchistische Madammen door Gent om alle exemplaren in de boekhandels om te draaien, zodat de pin-up op het omslag niet langer te zien zou zijn. Het bezoek aan de plaatselijke FNAC leidde echter tot niets; daar was Snoecks allang uitverkocht.

De nieuwe editie is voor Burssens de zesde en laatste: ,,En ook mijn mooiste. Maar nu ik 42 ben, houd ik ermee op. Het wordt tijd voor een frisse dertiger die ook nog kijk heeft op wat de jongeren interesseert. Het risico van het aanhoudende verkoopsucces is dat de routine constant op de loer ligt. Het is een gevecht om wakker te blijven. Je moet altijd weer zoeken naar iets nieuws.''

Intussen heeft hij er wel voor gezorgd, dat er voor de 81ste editie ,,al wat op de plank ligt''. Wie dan het eerste exemplaar zal krijgen, is nog niet bekend. De koning misschien? ,,Daarvoor is zijn Nederlands misschien iets te onkundig'', antwoordt Burssens. ,,Hoewel hij dan nog wel de plaatjes heeft.''