Hollands Dagboek: Pierre Audi

Honderd jaar duurde het voordat iemand omkeek naar Berlioz' opera `Les Troyens'. Vorige week ging de opera in première in het Amsterdamse Muziektheater. Regisseur is Pierre Audi (Beiroet, 1957), die sinds 1988 artistiek directeur van de Nederlandse Opera is. `Alle recensenten zijn enthousiast – ik ben verbaasd.'

Maandag 6 oktober

De première van Les Troyens is achter de rug. Godzijdank zal zij geen deel gaan uitmaken van de lange lijst catastrofale premièrevoorstellingen die dit stuk op zijn naam heeft staan. Alles verliep min of meer zoals het hoorde. Ik duik weer op in de echte wereld en herstel het contact met mijn omgeving. Nooit weer zal ik zo'n overweldigende collectieve inspanning als deze ervaren. Geen opera is zo lang, ondoordringbaar en divers in zijn eisen aan de betrokkenen als Les Troyens. Geweldig om te zien hoe het publiek deze première als wereldpremière ervaart.

De eerste mens die mij weer bij zinnen brengt is mijn vriend Edward Said. Deze grote denker stierf onverwachts, een week voor de première. Zijn dood greep mij bij de keel, maar door de ongelooflijke druk van de naderende première kwam het niet tot rouwen. In een opwelling droeg ik de productie aan hem op. Onze laatste ontmoeting, in het Muziektheater, dateert van juni. We spraken over Les Troyens, een van zijn favoriete opera`s. Vier maanden eerder hadden we samen een voorstelling van diezelfde opera in de New Yorkse MET bijgewoond. Toen kwam ook de rol van Napoleon, als inspirator, ter sprake. Ik zei dat ik er het nut niet van inzag om het Romeinse Colosseum te onthullen aan het eind van de opera – een idee van Berlioz. Liever zag ik het paard van Troje, symbool van verraad en bindend element van diverse stukken van de opera, terugkomen. Overwinning en imperialisme gaan altijd met verraad gepaard. De precieze betekenis van dat woord wordt op vele manieren verkend door de grote mythe die zich in Les Troyens ontvouwt.

Voor het slapen gaan kijk ik naar het tv-gesprek tussen Said en Michaël Zeeman uit 1999. Toon en ritme van dat interview zijn verwant aan het Allegro van een van Beethovens grote symfonieën. `Geïnspireerd' en `diep ontroerd' zijn banale woorden om te beschrijven wat ik voel.

Dinsdag

Alle recensenten zijn enthousiast – ik ben verbaasd. Mijn eerste gedachten gaan uit naar Hector Berlioz. Eindelijk wordt mijn bewondering voor zijn werk gerechtvaardigd en gedeeld. Na 15 jaar kan ik een belofte inlossen die ik tot nog toe niet waar kon maken.

Ik ben verheugd dat alle betrokkenen – Edo de Waart, het Radio Filharmonisch Orkest Holland, het geweldige koor, de geweldige cast, het team dat mij deze productie hielp vormgeven, ontwerpers en choreografen, evenals de technische afdelingen die deze titanenonderneming mogelijk maakten – hun vertrouwen en noeste arbeid beloond zien. De voorbereidingen en repetities verliepen vrijwel zonder problemen. En hoewel dat niet garant staat voor een goed eindresultaat, zag ik het toch terug in de voorstelling.

Ik heb een ontmoeting met Ingo Metzmacher, die vanaf 2005 chefdirigent van De Nederlandse Opera (DNO) wordt. Toekomstplannen krijgen langzaam vorm, als projecten worden bevestigd, uitgesteld of ter tafel komen.

Later die dag bespreekt Rob Riemen, directeur van het Nexus Instituut, mijn bijdrage aan een geplande conferentie – De Anatomie van het Verlies. Het is een thema dat veel van de opera's die ik heb geregisseerd gemeen hebben: Orfeo, Alceste, La Bohème, Alcina, Rêves d'un Marco Polo. Over verlies praten is moeilijker dan de effecten ervan te filteren in de vorm van een muzikale mythe, om die mythe vervolgens te vertalen naar een theaterproductie.

Woensdag

De tweede uitvoering van Les Troyens. Voor een regisseur is er niets opwindender dan een productie avond aan avond te zien groeien. Ik weet nog hoe ik enkele jaren geleden het management en de acteurs van het Zuidelijk Toneel en Toneel Groep Amsterdam verbaasde door drie van mijn theaterproducties van stad tot stad te volgen. Na afloop kende ik iedere schouwburg in Nederland en België op mijn duimpje.

In de vijftien jaar dat ik voor de opera werk heb ik slechts een handvol andere regisseurs mij dat na zien doen. Ik heb wat moeite met zo'n instelling – hoe pragmatisch ook.

Ergens ben ik nog steeds betoverd door mijn bezoeken aan Peter Brooks theater tijdens mijn tienerjaren. Het was een mooi plaatje, al die acteurs die na een voorstelling napraatten met de regisseur. Zoveel aandacht maakte iedere voorstelling tot iets bijzonders.

Een voorstelling groeit als het publiek divers is. Het verdiept de raison d'être van een productie en houdt hem op koers. Als autodidact leer ik van het werk zelf. En iedere les en observatie tijdens een voorstelling is van nut voor de toekomst. Mede daardoor ben ik een freelancer tegen wil en dank, als regisseur werk ik het liefst voor mijn eigen gezelschap.

Donderdag

Het plannen van toekomstige projecten betekent altijd een belangrijke plaats inruimen voor hedendaagse muziek. Gelukkig staat Nederland – in tegenstelling tot Groot-Brittannië – niet alleen open voor nieuw werk, maar is het ook de thuisbasis voor componisten die gefascineerd zijn door muziektheater.

Op een recente conferentie in Den Haag over de toekomst van muziek en technologie merkte ik dat componisten zich vooral bezighielden met de vraag: wat is de toekomst van de opera? Hoewel ik die fascinatie toejuich, ben ik ook kritisch en achterdochtig over sommige motieven achter die obsessie. Er tekenden zich groepen af voor en tegen Tan Duns nieuwe opera TEA. In dit geval wordt een succesrijke nieuwe opera terzijde geschoven door een dogmatische groep componisten. Ik geniet van de controverse.

In zijn tijd kreeg Berlioz met een tegengestelde vorm van kritiek te maken. Het duurde liefst honderd jaar voordat iemand zich serieus in Les Troyens verdiepte!

Op één dag bespreek ik toekomstige projecten die in stijl zoveel van elkaar verschillen als maar kan. Nieuwe Muziek kan alleen overleven als haar diversiteit door zaalpromotors, dirigenten, festivalprogrammeurs en operaregisseurs op handen wordt gedragen.

Van regisseurs wordt verwacht dat zij het klassieke repertoire in al zijn verscheidenheid tonen. Zo'n houding zou ook van toepassing moeten zijn op levende componisten.

Op één dag debatteer ik over, aan de ene kant, projecten van Robin de Raaff, Theo Loevendie, Michel van de Aa, Rob Zuidam, Jeff Hamburg en Richard Ayres, en aan de andere kant Wolfgang Rihm, Louis Andriessen, John Adams en Jonathan Harvey. Ik denk bij mezelf: ze zouden het over veel dingen oneens zijn, maar ze delen waarschijnlijk allemaal mijn enthousiasme voor Les Troyens van Berlioz. Hoe ironisch! Ik realiseer me dat ik bevoorrecht ben dat ik kan helpen om al die energieën bij elkaar te brengen onder één dak.

's Avonds een diner met de geweldige cast van Les Troyens. Ze zijn allemaal benieuwd hoe die andere productie in het kader van de tweehonderdste verjaardag van Berlioz onder leiding van dirigent John Elliot Gardiner op zaterdag in Parijs eruit zal zien. Gardiner is veelbelovend. Hij gaat voor het authentieke Berlioz-geluid: instrumenten uit die periode. Zelfs Sir Colin Davis, een veelgeprezen dirigent van Les Troyens, zou geen kans maken!

We hebben vernomen dat de legendarische Carlos Kleiber, de grootste nog levende dirigent, weer gaat dirigeren – een nieuwe der Rosenkavalier op het Salzburg Festival deze zomer. Wat zou hij van Berlioz vinden?

Vrijdag

Er volgen meer gesprekken met Ingo. Eerste indrukken van Les Troyens. Indrukken van zijn succesvolle concert de avond ervoor met het Koninklijk Concertgebouw Orkest. De geplande producties met hem en De Nederlandse Opera zijn opwindend. Zijn stijl en repertoire zullen ongetwijfeld een nieuwe impuls geven aan ons programma én nieuwe thema's en samenwerkingsverbanden tot gevolg hebben. Deze week kreeg ik de kans om contacten te hervatten met iedereen op het werk. Peter de Caluwe, mijn naaste medewerker, verantwoordelijk voor veel aspecten van de artistieke planning en voor casting in het bijzonder, verdient veel krediet voor de hoogstaande kwaliteit van De Nederlandse Opera van de afgelopen jaren. Truze Lodder, zakelijk leider, wier onversaagde energie en toewijding het onmogelijke mogelijk hebben gemaakt en die dit zware en tegelijk breekbare schip op koers hield. Klaus Bertish, onze dramaturg, een kunstenaar met wie ik vele passies deel en in wiens humane persoonlijkheid de ontelbare aspecten van waar DNO voor wil staan, terug te vinden zijn. Als ik één gezamenlijke doelstelling zou moeten kiezen: stijl in dienst stellen van de inhoud. Over stijl valt minder te twisten dan over inhoud. Er is deskundigheid en smaak voor nodig. Niet ieder lid van ons team kan bij iedere beslissing betrokken worden, laat staan het ermee eens zijn. Waar het om gaat is dat we instinctief aanvoelen wat de ander doet. Dankzij de ervaringen met Les Troyens worden deze overwegingen aangescherpt.

Zaterdag

Derde uitvoering van Les Troyens. Het stuk wordt live op de radio uitgezonden.Velen zijn teleurgesteld dat de voorstelling het tv-scherm niet zal halen. Ik vraag mij af of de beleving in het theater naar een klein scherm vertaald zou kunnen worden.

De voorstelling in Parijs is rond dezelfde tijd van start gegaan. Díé uitvoering zal op de televisie worden uitgezonden en op cd en dvd worden opgenomen. Berlioz moet zich gereedmaken voor een transfer naar het Panthéon.

Rond middernacht word ik gebeld door een vriend die de première in Parijs heeft bijgewoond; het is een ware triomf, vooral voor mevrouw Antonacci als Cassandra en voor Sir John. Het publiek heeft na afloop twintig minuten onafgebroken geklapt. De productie, die te boek staat als `klassiek', wordt geleid door de Griekse ontwerper/regisseur Iannis Kokkos. Gardiner en hij hebben het originele slot, dat door Berlioz werd afgekeurd, nieuw leven ingeblazen. Zij laten Cassandra het toneel weer opkomen om Aeneas' ontdekking van Rome te verwelkomen met de woorden: `Fuit Troja, stat Roma!'. De meeste internationale recensenten hebben de Amsterdamse productie gelaten voor wat-ie is, in afwachting van de Parijse première; er zullen ongetwijfeld vergelijkingen worden getrokken. Ik vind het niet erg als onze productie aan het kortste eind trekt, zo lang de patriottische Fransen Hector Berlioz eindelijk een plaatsje in het Panthéon gunnen.

Zondag

Ik zie uit naar de repetities voor de reprise van mijn oude productie van Puccini's La Bohème. Gisteren, tijdens de pauze van Les Troyens, stapte ik de repetitieruimte binnen, waar ik omringd werd door de Parijse meute van de tweede acte. Ik realiseer me met verbazing en enthousiasme dat ik er tien jaar geleden voor heb gekozen de opera in Berlioz' tijd te plaatsen! Onbewust had ik toch een link gelegd tussen La Bohème en Les Troyens.

Maandag 13 oktober

Een discussie over de toekomst van het Muziektheater. Iedereen wordt blij bij de gedachte dat het theater door de bouw van een kleine zaal nieuwe impulsen zou kunnen krijgen. Gedurende bijna twee decennia hebben drie gezelschappen – De Nederlandse Opera, Het Nationale Ballet en Gastprogrammering – samengeleefd onder één dak. Eenstemmigheid is vaak het uitgangspunt, maar in werkelijkheid opereren de drie gezelschappen totaal onafhankelijk van elkaar en trekken zij een verschillend publiek. Zou dit in de toekomst moeten veranderen?

Vorig seizoen heeft De Nederlandse Opera samen met Gastprogrammering twee producties uitgebracht: TEA en Le Balcon. Ik ben trots op deze samenwerking. Het bewijst dat de drie gezelschappen zich niet hoeven af te zonderen om te overleven.

Ik hoop dat het succes een nóg dynamischer plaats van het theater maakt. Ik ben ervan overtuigd dat een kleine zaal de plek bruisender maakt, door nog eens honderd avondvoorstellingen toe te voegen, de artistieke horizonten te verbreden en een nieuw publiek te trekken. Ik heb er álles voor over om deze grote droom te doen uitkomen.

's Avonds word ik vanuit Parijs gebeld. Le Monde komt met zijn eindoordeel. Zoals ik al voorzag wint Parijs op het muzikale vlak (producties met originele instrumenten trekken vandaag de dag altijd aan het langste eind). De recensent is vol lof over de mis-en-scène in Amsterdam, terwijl de Parijse regie wordt afgebroken.

Het lijkt erop dat niet Hector Berlioz maar Sir John Elliot Gardiner in het Panthéon zal belanden. La lyre à la main – om met Les Troyens te spreken.