De zeven hoofdzonden van Ahold

Met de herziene cijfers over de laatste boekjaren die Ahold deze week presenteerde, toont het Nederlandse supermarktconcern de evenknie te zijn van Enron en Worldcom, de grote Amerikaanse boekhoudfraudevoorbeelden. De fraude in de VS was bekend, net als het gegoochel met de resultaten van buitenlandse dochters. Maar nu blijkt een groot deel van de reguliere boekhouding zo te zijn opgeblazen, dat het `herziene' Ahold van nu in niets meer lijkt op dat van kort geleden. De verschillen tussen toen en nu in zeven hoofdzonden.

Gretige managers zijn twijfelachtige boekhouders. De resultaten die Ahold gisteren over de boekhoudfraudejaren 2000, 2001 en 2002 heeft gepresenteerd, zijn nog maar een schim van de cijfers die het supermarktconcern in die jaren in zijn officiële jaarverslagen opvoerde.

Dit is de Ahold Alles is Anders show.

Twee winstverdelgers hebben na de openbaarmaking van de malversaties op 24 februari alle aandacht getrokken. De eerste is de boekhoudfraude bij de recente (2000) Amerikaanse aanwinst US Foodservice, een cateringbedrijf voor bijvoorbeeld scholen en ziekenhuizen. De tweede zijn de ten onrechte integraal meegetelde resultaten van Zweedse, Portugese en Zuid-Amerikaanse bedrijven, die helemaal niet als dochter mochten meetellen.

Maar Ahold heeft stilletjes nog een derde affaire geopenbaard: een substantieel deel van de reguliere boekhouding klopte niet. De nieuwe financiële rapportage wemelt van wijzigingen, soms voor kolossale bedragen. Ahold blijkt talloze eigendommen voor een foute waarde in de boeken te hebben gezet, sommige verworven financiële bezittingen bleken niet te bestaan, sommige profijtelijke transacties moesten worden teruggedraaid, sommige garanties bleken verzestigvoudigd, sommige verplichtingen werden verzwegen. Kenmerkend voor de zondeval: een lucratieve opwaardering van vastgoed uit 1988 wordt alsnog ongedaan gemaakt. Ruim een half jaar aanvullend onderzoek door de huisaccountant leverde 750 punten op die Ahold in zijn boekhouding en controlesystemen moest aanpassen.

Ahold deed dingen die de grote Amerikaanse boekhoudfraudevoorbeelden ook deden. Gegoochel met BV'tjes die buiten de bedrijfsbalans bleven, maar wel de winst en omzet oppompten, zoals Enron deed. Winstmanipulatie na overnames, zoals telefoonbedrijf Worldcom toepaste.

De cijfers van toen en de cijfers van nu. Zoek de verschillen.

1 Gulzigheid

De sterke groei van Ahold is de afgelopen tien jaar voornamelijk te danken aan een soepel draaiende overnamemachine. Kopen, kopen, kopen, was het parool. Als het Zaanse concern in de hoogtijdagen weer een nieuwe winkelketen in den vreemde inlijfde, stond niet snel daarna een koerier uit Zaandam met een videoband bij de Hilversumse redactie van het NOS Journaal.

In zo'n prestatiegerichte omgeving is het prettig als bij het startschot de winst van de onderneming al een voorsprong heeft genomen. Ahold blijkt bij de boekhoudkundige verwerking van overnames regelmatig `gesmokkeld' te hebben.

Zo verwerkte Ahold aangekochte bedrijven soms tegen te lage bedragen in de administratie, met bijkomend voordeel dat de afschrijvingskosten in het vervolg ook te laag werden vastgesteld. De winst viel daardoor hoger uit.

Daarnaast zette Ahold na een overname regelmatig te veel potjes opzij voor te onbestemde verplichtingen. Met die reserveringen ving het bedrijf makkelijker tegenvallers op. Bovendien waren die tegenvallers makkelijker verborgen te houden voor de buitenwereld. Volgens de boekhoudregels moet er een duidelijk doel zijn, wil een bedrijf een (belastingvrije) reservering maken. Veel van Aholds voorzieningen blijken achteraf onvoldoende gedocumenteerd om ze te kunnen rechtvaardigen. Gevolg: de winst in 2000 is 46 miljoen euro te hoog weergegeven en die over 2001 69 miljoen. Het eigen vermogen werd in 2001 met 105 miljoen opgeklopt door onjuiste reserveringen.

2 Gierigheid

Voormalig financieel directeur Michiel Meurs predikte jarenlang de noodzaak van een uitgeklede bedrijfsbalans. Ahold had bijvoorbeeld een heel programma om vastgoed te verkopen en meteen weer terug te huren. Dat was makkelijk geld verdienen vanachter je bureau. In de praktijk van alle dag veranderde voor de betrokken winkels niets. Maar de panden werden te gelde gemaakt en direct weer van de koper teruggehuurd.

Deze papieren transacties werden voor Ahold de laatste jaren steeds belangrijker. Gierigheid met profijt. Toen vorig jaar, weken na publicatie van de jaarcijfers, een kwart van de jaarwinst van Ahold afkomstig bleek van handel in vastgoed en derivaten, zei een Ahold-woordvoerder dat vastgoedhandel een kernactiviteit was.

Het geschuif met vastgoed is, naar nu blijkt, lang niet altijd volgens de regels van het spel verlopen. Verkochte winkelpanden waar Ahold toch nog op een of andere manier aansprakelijk voor was, verdwenen te snel uit de boeken.

Ahold draait zelfs een vastgoedherwaardering uit 1988 terug – jawel, nog vóór de tijd van Cees van der Hoeven. Het vermogen daalt daardoor met 17 miljoen euro.

Het gejongleer met vastgoed werd in 2000 en 2001 in totaal met 24 miljoen te enthousiast gedaan. Dat bedrag wordt met terugwerkende kracht op de winst in mindering gebracht. In 2001 kwam het eigen vermogen 44 miljoen te hoog uit.

3 Gramschap

Woedend was iedereen. Ahold-commissaris Cynthia Schneider, voormalig Amerikaans ambassadeur in Den Haag, had het over één onverlaat die de boel versjteerde. Schneider was de eerste die in februari al het woord `fraude' noemde in relatie tot de Amerikaanse cateringdochter US Foodservice. Inmiddels zijn meer dan twintig medewerkers bij de Ahold-dochter op non-actief gesteld.

Bij US Foodservice werd met hulp van vervalste documenten de omzet en winst gemanipuleerd. Inkopers van de Ahold-dochter spanden samen met medewerkers bij toeleveranciers. Door deze fraude kwam de operationele winst van US Foodservice de afgelopen drie jaar bijna 1 miljard euro te hoog uit.

Maar er was meer. In Argentinië doken nepfacturen op en andere dubieuze betalingen. Sommige kosten werden niet in mindering gebracht op de omzet, maar werden als bezitting op de balans gezet. Correctie: 10 miljoen euro.

Maar de ernstigste fraude is hoogstwaarschijnlijk gewoon op het hoofdkantoor in Zaandam gepleegd. Sommige, nog niet nader aangeduide, bestuurders van Ahold tekenden spookcontracten met partners in het buitenland die de werking van eerder gesloten overeenkomsten tenietdeden. Deze contracten werden volgens Ahold verzwegen voor de accountant en voor alle commissarissen. Ook justitie doet onderzoek.

Ahold fingeerde overheersende zeggenschap bij joint ventures in Scandinavië, Portugal en in Zuid-Amerika en kon zo alle omzet en winst aan zichzelf toerekenen. In 2000 en 2001 telde Ahold op die manier 22,8 miljard euro omzet te veel. Dat bedrag is het dubbele van de omzet van Albert Heijn in die jaren. Ahold overschatte zijn operationele winst in 2000 en 2001 in totaal met 772 miljoen euro, zo bleek afgelopen maand op een presentatie voor financiële analisten.

4 Hovaardigheid

De zelfoverschatting bij buitenlandse samenwerkingsverbanden heeft een lange geschiedenis in Zaandam. Ahold wilde al jaren de beste zijn ,,en als dat ook de grootste betekent, hebben we daar geen problemen mee'', was een gevleugelde uitdrukking van voormalig topman Cees van der Hoeven, die met het debacle is vertrokken. Al jarenlang vermelden Aholds jaarverslagen op de binnenflap de omzet en het aantal medewerkers, niet de winst of het rendement. In Portugal telde Ahold meer dan tien jaar onterecht de volledige omzet en operationele winst van partner Jéronimo Martins mee. De Portugese partner deed dat al die jaren ook. Met goedkeuring van accountant Deloitte.

Ahold is zelf tot de conclusie gekomen dat dit niet klopte. ,,Ik begreep hier helemaal niets van, toen ik hier binnenkwam. Ik kon het ook niet verdedigen'', zei interim-bestuurder Dudley Eustace hierover op een recente analistenbijeenkomst. ,,Toen Portugal gekocht werd, zat ik nog niet in de raad van bestuur'', verdedigde bestuurder Jan Andreae zich op dezelfde bijeenkomst.

Bij Albert Heijn rekende Ahold de afgelopen jaren verkochte postzegels en tickets voor attractieparken te gretig mee bij de omzet. Dat mag niet volgens de Amerikaanse boekhoudregels, zegt Ahold nu. De omzet van Albert Heijn komt daardoor de afgelopen twee jaar zo'n 400 miljoen euro lager uit dan eerder gerapporteerd werd.

5 Traagheid

Los van de gewone fraude stuitte Ahold de afgelopen maanden op een keur aan onregelmatigheden waar niet per se sprake was van opzet.

Ahold spreekt zelf van ,,opzettelijke en niet-opzettelijke misverstanden''. Bedragen werden onjuist in de administratie verwerkt. En vaak interpreteerde Ahold de boekhoudregels verkeerd. Zijn accountant Deloitte blijkbaar ook, want die keurde het vroeger allemaal goed.

Was Ahold traag van begrip? ,,Onze kennis van de Amerikaanse boekhoudregels maakte weinig indruk op de onderzoekers'', zei de nieuwe financieel directeur Hannu Ryöppönen onlangs over alle onregelmatigheden die aan het licht kwamen.

Toen Ahold in 2000 US Foodservice kocht, ging het uit van vorderingen die niet bestonden. US Foodservice verzweeg ook enkele verplichtingen, waardoor Ahold zijn toenmalige aanwinst 70 miljoen euro te hoog waardeerde. En 30 miljoen inkoopkortingen bleken niet te bestaan.

Gevolg: door verkeerde interpretatie van boekhoudregels rapporteerde Ahold in 2000 103 miljoen euro te veel winst. In 2001 overschatte het concern zijn winst met 215 miljoen.

6 Onkuisheid

Ahold pronkte met zijn winst, maar wat gebeurde in de schaduwwereld? In de donkere achterkamer lagen verzwegen garanties, borgstellingen, verplichtingen én vijf `spookvennootschappen'. Buiten Ahold was het vijftal onbekend, al zorgden zij samen voor 2,8 miljard euro omzet bij cateringdochter US Foodservice, bijna een vijfde van diens jaaromzet. Noch US Foodservice noch Ahold heeft aandelen in de BV'tjes, maar US Foodservice hielp hen wel met renteloze leningen en soms met garanties voor kredieten. De commerciële bestaansreden voor het vijftal is onduidelijk. Zij lijken vooral vanuit boekhoudmotieven opgericht, zoals de special purpose vehicles van Enron.

Dan is er de wonderbaarlijke vermenigvuldiging van garanties die Ahold gaf. In 2001 ging het volgens het toenmalige verslag om 46 miljoen euro. Twee weken geleden werd dat bedrag opeens 1.482 miljoen euro. Gisteren kwam daar nog eens 1.132 miljoen euro bij tot 2.614 miljoen euro. In 2002 is het bedrag verder opgelopen tot 3.347 miljoen.

Ahold geeft voor het eerst inzicht in álle koop- en verkoopverplichtingen met buitenlandse partners. Sommige zijn nooit eerder gemeld. Alleen al de plicht om desgevraagd de aandeelhouders in Scandinavië vanaf 27 april 2004 uit te kopen kost nu naar schatting 1,8 miljard euro.

En dan zijn er de afspraken met de mede-exploitant van diverse Zuid-Amerikaanse supermarkten, de familie Peirano, inmiddels voor een groot deel gedetineerd. Het jaarverslag 2000 zweeg. In het verslag over 2001 kwam op de valreep een alineaatje over deze verplichtingen. Nu staat het concern pagina's lang stil bij de complexe afspraken, uitkoopverplichtingen en toezeggingen. Totale strop doordat de familie niet aan zijn verplichtingen voldeed: 372 miljoen euro. Dat verlies is volgens Ahold nu de prijs van een afgegeven garantie, een woord dat in het verleden in dit kader niet werd gebruikt.

7 Nijd

Gelukkig is er ook goed nieuws. De pensioenkosten zijn in 2002 lager uitgekomen, een bijzondere prestatie gezien de sluipende beurskrach. Hoe? Ahold is bij pensioenen volledig op Amerikaanse boekhoudregels overgestapt. Vele Nederlandse concerns gingen haar voor en genieten lagere kosten, wie kan de jaloezie weestaan?

De berekening van pensioenkosten bij Ahold is, net als bij de andere bedrijven, een speelvijver waarin de aannames een groot deel van de uitslag bepalen. Ahold profiteert daarbij van een verwacht rendement op zijn Amerikaanse pensioengeld van onveranderd 9 procent, beurskrach of niet. Van de ruim twintig Nederlandse ondernemingen die zo boekhouden durfde alleen Aegon in 2002 ook zo'n hoog rendement te kiezen. En Ahold profiteert van het feit dat de pensioenkosten voor zijn Nederlandse werknemers volgens de Amerikaanse regels lager zijn. Zonder de boekhoudwijziging was de winst van Ahold de laatste drie jaar in totaal 50 miljoen lager uitgevallen.

De zeven zondes brachten het concern aan de rand van de afgrond. Met de gefingeerde zeggenschap bij diverse buitenlandse samenwerkingsverbanden wist Ahold de `oude' operationele winst met ruwweg eenderde te hoog voor te stellen. De fraude bij US Foodservice kostte ook ongeveer eenderde van de winst.

En de onderzoeken naar deze fraudes brachten een derde affaire aan het licht: grotere en kleinere toevallige en opzettelijke boekhoudmissers. Je moet er toch niet aan denken dat elke grote Nederlandse onderneming op deze manier een keer wordt doorgelicht.