Hongaarse bokslegende

`Laci bacsi' werd hij in eigen land liefkozend genoemd. Na een ziekbed overleed gisteren `oom Laci', Laszlo Papp, de beste bokser uit de Hongaarse geschiedenis. Volgens de Duitse oud-wereldkampioen Max Schmeling was Papp zelfs de beste en meest sportieve bokser aller tijden. De man die gevreesd was om z'n linkse hoek was 77 jaar.

Papp was de eerste bokser die driemaal olympisch kampioen werd, in het middengewicht (1948 Londen) en in het halfmiddengewicht (1952 Helsinki, 1958 Melbourne). Twee Cubanen, Teofilo Stevenson en Felix Savon, evenaarden zijn prestatie. Papp werd geboren in een arme buurt van Boedapest. De liefde voor het boksen werd hem bijgebracht door zijn vader, een amateurbokser die overleed toen Laszlo elf jaar was.

`Hij is een zeer beschaafde jongen met prettige manieren en men ziet hem al die jaren van zware bokssport niet aan. Zijn gezicht, maar ook zeer beslist zijn geest, zijn ongeschonden gebleven', schreef na de Zomerspelen in Helsinki een Nederlandse journalist, die de bokser typeerde als `een klein kereltje met donkere, wat wilde haren en scherpe gelaatstrekken, een echt zigeunerstype'.

In 1957 werd hij prof, als eerste bokser uit een communistisch land. Hij was toen 31 jaar. ,,Ik denk dat ik vier olympische titels had kunnen winnen als ik amateur was gebleven'', zei Papp ooit in een interview. ,,In Melbourne, in 1958, kreeg ik allerlei aanbiedingen om prof te worden. Toen ik terugkwam in Hongarije ben ik langsgegaan bij de minister die over sport ging en die knikte met z'n hoofd. Zo ging dat nog in die tijd.''

Papp veroverde in 1962 de Europese titel in het middengewicht. Hij wilde daarna om de wereldtitel vechten, maar de Hongaarse regering verbood dit. In 1965 zou hij het voor de wereldtitel opnemen tegen regerend kampioen Joey Giardello. Papp was al in Wenen, waar het gevecht zou plaatsvinden, maar werd naar Hongarije teruggeroepen. Daar werd zijn paspoort ingenomen. ,,Ik had een goede kans om de titel te winnen, omdat ik boksers had verslagen die op hun beurt Giardello verslagen hadden. Dat is de grootste teleurstelling uit mijn leven'', zei Papp later. Als prof bleef hij in al zijn 26 wedstrijden ongeslagen, drie eindigden onbeslist, vijftien won hij door knock-out.

In 1989 benoemde de boksorganisatie WBC hem tot erewereldkampioen. Twee jaar later werd hij uitgeroepen tot 's werelds beste amateur- en profbokser allertijden in het middengewicht.

In 1965 werd Papp coach van het Hongaars olympisch boksteam. Begin jaren negentig opende hij nog een boksschool.