Een kikker naar zijn evenbeeld

`Die jongen komt er wel', had de waarzegster geruststellend gezegd toen vader Velthuijs haar op een dag consulteerde omdat hij zich zorgen maakte over zijn flierefluitende zoon. Enkele weken geleden werd Max Velthuijs (1923) benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw wegens zijn bijzondere betekenis en grote invloed op de Nederlandse kinderliteratuur. Het is de kroon op een jaar waarin ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag met diverse evenementen aandacht aan hem wordt besteed.

Zo is in het Letterkundig Museum een overzichtstentoonstelling te zien die zijn ontwikkeling van grafisch ontwerper tot gelauwerd illustrator en kinderboekenschrijver belicht – inclusief een aparte ruimte waar kinderen een speelse ontdekkingstocht door zijn prentenboeken kunnen maken. Gelijktijdig verscheen in samenwerking met het museum de mooi uitgegeven en uitbundig geïllustreerde biografie Ik bof dat ik een kikker ben. Leven en werk van Max Velthuijs door publiciste Joke Linders, die eerder onder meer een biografie schreef over kinderboekenauteur An Rutgers van der Loeff en Doe nooit wat je moeder zegt over het schrijverschap van Annie M.G. Schmidt.

Max Velthuijs is als prentenboekenmaker een laatbloeier. Hij was al zesenzestig toen hij in 1989 doorbrak met Kikker is verliefd, het eerste verhaal waarin het groene figuurtje met de gestreepte zwembroek de hoofdrol speelde. Velthuijs' debuut, De jongen met de vis, dateerde weliswaar van twintig jaar daarvoor maar bleef nagenoeg onopgemerkt. Het miste de schildertechnische perfectie en subtiliteit van zijn latere verhalen en de jongen was geen uitgesproken persoonlijkheid zoals Kikker die, wegens de innerlijke en uiterlijke gelijkenis met zijn schepper, uitgroeide tot diens literaire alter ego. Opmerkelijk genoeg verscheen het boek, evenals het werk daarna, aanvankelijk alleen in het Duits bij de Zwitserse uitgeverij Nord-Süd en Otto Maier Verlag in Ravensburg. Nederlandse uitgevers waren jarenlang niet geïnteresseerd. Tegenwoordig is Leopold Velthuijs' vaste uitgever.

In haar biografie gaat Joke Linders niet alleen in op Velthuijs' loopbaan, maar ook op de ontwikkeling in zijn werk dat inmiddels in zevenentwintig talen verkrijgbaar is. Zowel bij Velthuijs als bij zijn personages constateert ze een hang naar geborgenheid in combinatie met een verlangen naar vrijheid. Aantrekkelijk is dat haar beschrijvingen van `gezellige optrekjes' waarin de dieren `bij voorkeur genoeglijk koutend, voorlezend of etend' bijeen zitten, vergezeld gaan van talrijke verhelderende plaatjes. Binnen de chronologische opzet van haar boek maakt Linders een indeling in onderwerpen en vervlecht aldus Velthuijs' carrièreverloop met zijn privé-leven. Daarbij heeft ze zich gebaseerd op de gesprekken die ze drie jaar lang voerde met de tekenaar, zijn familie, vrouwen, vrienden en andere betrokkenen.

Het portret begint met de jeugd van Max Velthuijs in Den Haag waar hij in 1923 werd geboren. De zwartwitfoto's tonen een Christopher Robinachtig blond jongetje omringd door drie oudere zusters. Max was het nakomertje van het onderwijzersechtpaar Jo en Lies Velthuijs en werd vooral door zijn moeder flink verwend. Aan hun huis bij de duinen waar Max eindeloos rondzwierf, zou hij zijn leven lang gelukkige herinneringen bewaren. Arnhem, waarheen zijn ouders in 1942 verhuisden, trok hem veel minder maar een plaats aan de Middelbare School voor Beeldende Kunsten en Kunstnijverheid verzoende hem met de stad. De opleiding maakte hij, mede als gevolg van de oorlog, niet af.

Na de bevrijding kon hij als tekenaar terecht bij Het Financieele Dagblad in Den Haag. Maar na een korte periode stapte hij in 1947 over naar Voorwaarts, het propagandablad van de CPN, waarvoor hij cartoons ging maken. Volgens Linders voelde hij zich `met zijn linkse opvattingen over gelijkheid voor iedereen' daar beter thuis dan bij zijn vorige werkgever. Hij zou tot 1953 lid blijven van de partij.

De krant betaalde niet veel en hij nam dan ook andere opdrachten aan. Langzamerhand begon hij zich te profileren als reclametekenaar; ruim twintig jaar werkte hij voor bedrijven als de PTT, KLM, Shell, Philips en de Staatsmijnen. Bovendien ontwierp hij boekomslagen, folders en reclamedrukwerk voor uitgeverijen en begon hij voorzichtig als boekillustrator. Vooral zijn contact met het Zwitserse Nord-Süd Verlag in 1967 en later met de Nederlandse uitgever Junk markeerde een nieuwe fase waarin het illustreren van andermans en eigen boeken steeds belangrijker werd.

Ik bof dat ik een kikker ben biedt dankzij de vele afbeeldingen een goed overzicht van de verschillende stijlen en technieken waarin Velthuijs heeft gewerkt. Zo is te zien hoe hij een poosje schilderijen maakte, geïnspireerd door Picasso en andere door hem bewonderde expressionisten. Aan het nut van zijn vrije werk bleef hij echter altijd twijfelen; liever legde hij zich toe op gebruikskunst waar veel mensen iets aan hebben. Er is veel onbekend werk afgedrukt, zoals een litho van een bewoonde schelp en een erotische pentekening.

Linders portretteert Max Velthuijs als een aimabele man, jong van geest en optimistisch ingesteld, ondanks zware periodes in zijn leven die ze discreet aanstipt. Zo waren er de perikelen met zijn eerste vrouw en het overmatige drank- en drugsgebruik van hun zoon. Pijnlijk is ook te lezen hoe zijn tweede huwelijk onlangs op de klippen liep. Velthuijs bleef achter met hun veertienjarige zoon; de gemoedstoestand waarin hij verkeerde was van invloed op zijn nieuwe prentenboek Kikker is bedroefd dat volgende maand verschijnt.

Hij raakte zwaar aangeslagen door de eis van zijn gewezen echtgenote dat ze recht heeft op de helft van alles wat met Kikker te maken heeft, aangezien ze indertijd in gemeenschap van goederen waren getrouwd. ,,Dat mocht juridisch dan juist zijn'', aldus Linders, ,,emotioneel klopte het van geen kant. Kikker was van hem, vond Max. (...) Bedrijfstechnisch klopte het nog minder, omdat zijn prenten beschikbaar moesten blijven voor herdrukken.'' Inmiddels heeft de rechter beslist dat ze de komende tien jaar aanspraak kan maken op de helft van de Kikkerrechten.

Linders heeft zich dienstbaar opgesteld, ze probeert een genuanceerd beeld te schetsen door alle partijen aan het woord te laten. Wie haar boek leest krijgt de indruk dat ze grondig en degelijk onderzoek heeft gedaan. Haar stijl is wat onpersoonlijk, maar Max Velthuijs krijgt de eer die hem toekomt.

Joke Linders: Ik bof dat ik een kikker ben. Leven en werk van Max Velthuijs. Schrijversprentenboek 50. Leopold/Letterkundig Museum, 224 blz. €25,–

De tentoonstelling over het werk van Max Velthuijs is tot en met 29 februari te zien in het Letterkundig Museum in Den Haag (di-vr 10-17 uur, za, zo en feestdagen 12-17 uur, Prins Willem-Alexanderhof 5, 070–3339666). De kindertentoonstelling aldaar duurt tot en met 1 augustus 2004.

Vanavond (17/10) zendt de VPRO de documentaire `Max Velthuijs Is het leven niet prachtig!' uit. Ned.3, 21 uur.