Nieuwe landbouwkansen

De indruk bestaat dat de Europese lidstaten geen eigen landbouwbeleid kunnen voeren omdat `Brussel' het helemaal voor het zeggen heeft. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van het Europese Hof over ons mestbeleid, dat naar de prullenmand is verwezen omdat het niet voldoet aan de EU-nitraatrichtlijn (NRC Handelsblad, 2 oktober).

En velen zien de hervorming van het Europese landbouwbeleid als een knellend keurslijf voor de landbouw. Onderdelen van de landbouwhervorming bieden echter elke lidstaat niet te versmaden kansen om op eigen wijze de nationale landbouw flink te verbeteren. Eén zo'n onderdeel is `de nationale envelop'.

Deze `envelop' geeft elke lidstaat de mogelijkheid om een flink bedrag aan Europese subsidies zelf te besteden voor verduurzaming van de eigen landbouw. Dat betekent in de praktijk extra steun voor boeren die bijdragen aan natuur, milieu en dierenwelzijn en die anders moeilijk kunnen rondkomen.

Het gaat om veel geld. Voor Nederland kan het oplopen tot 78 miljoen euro in 2007. Nederland kan dit geld goed besteden aan bijvoorbeeld het in de wei houden van koeien in veenweidegebieden zoals het Groene Hart. Landbouwkundig gezien is de grondsoort daar alleen geschikt voor gras, dus voor vee. De teelt van koeien en schapen levert meer dan vlees en melk.

Het is essentieel voor het fraaie en karakteristieke open weidelandschap en, als de boer natuur- en milieuvriendelijk te werk gaat, ook voor de aan dit landschap gebonden vogel- en plantenwereld. Juist deze boeren krijgen het de komende jaren financieel moeilijk. Zij moeten immers gaan voldoen aan de terecht strengere mestregelgeving en krijgen te maken met een hoger grondwaterpeil als maatregel tegen inklinking van de veenbodem.

Men zou denken dat Nederland haar `nationale envelop' met beide handen aangrijpt en voor het volle bedrag benut. Groot-Brittannië heeft al duidelijk heeft gemaakt graag de `envelop' te willen openen. Tot nu toe is het in Den Haag nog stil.