Integratie 2

Met de discussie over islam en moslims werkt Nederland zich ondanks alle goede bedoelingen enorm in de nesten.

1. Het aanspreken van mensen op hun religie, druist in tegen de fundamentele waarden die in Nederland worden gekoesterd. Wij spreken immers ook niet over `de joden' of `de katholieken' als bevolkingsgroep. Pas als mensen zélf zich beroepen op hun religie, wordt die religie relevant voor de discussie. Maar zolang moslims dat niet doen, geeft het geen pas om over `moslims' te spreken.

2. Door moslims aan te spreken op hun moslim-zijn, wordt een situatie gecreëerd die haaks staat op wat met integratie en samenleven wordt beoogd: de moslims krijgen namelijk geen andere identiteit aangeboden dan `moslim'. Moslims die zich nooit iets gelegen hebben laten liggen aan hun geloof gaan zich daardoor opeens meer verdiepen in hun religie (,,ik moet weerwoord kunnen geven''), of gebruiken de benaming `moslim' als een soort geuzennaam.

3. Als de termen `islam' en `moslim' minder gebruikt zouden worden, zouden we veel doelgerichter tot het hart van de achterliggende problemen kunnen doorstoten. Het is te simplistisch om de islam als oorzaak van allerlei (kwalijke) zaken te zien. Integratieproblemen, criminaliteit, sociale achterstand – de oorzaak zoeken in de islam doet ons verzanden in theologische discussies die niet helpen het probleem op te lossen.

4. De door ons zo gekoesterde dialoog met de islam is bij voorbaat gedoemd te mislukken. Ten eerste heeft de moslimse gesprekspartner niet zichzelf aangediend, maar is als zodanig door ons benoemd (`jij bent moslim, dus wij moeten praten'). Ten tweede is de dialoog geen gelijkwaardig gesprek, maar dwingt hij de moslim zich te verantwoorden over kwesties waar wij een negatief beeld over hebben. ,,Waarom draagt u een hoofddoek?'' mag een open, en goedbedoelde vraag zijn, maar betekent in feite: ,,Ik vind het een teken van onderdrukking, kunt u mij uitleggen waarom dat niet zo zou zijn?''

Geen wonder dat moslims steeds minder zin hebben om op te komen draven voor interviews of discussies. Steeds maar weer vooroordelen te moeten ontkrachten is geen dankbare positie.