`Brandweer' NAVO paraat

De snelle interventiemacht van de NAVO is ook een stok achter de deur voor Europese NAVO-landen die niet willen `transformeren' naar Amerikaans model.

De NAVO-opperbevelhebber, de Amerikaanse mariniers-generaal James Jones, heeft gisteren met een korte ceremonie op het regionale hoofdkwartier van de alliantie in het Limburgse Brunssum de nieuwe, snel inzetbare interventiemacht operationeel verklaard. Deze zogeheten NATO Response Force (NRF) moet vanaf nu binnen vijf dagen waar ook ter wereld met een paar duizend manschappen ter plaatse kunnen zijn.

,,Voor het eerst in de geschiedenis van de NAVO'', zei Jones, ,,zal de organisatie hiermee beschikken over een gecombineerde lucht-, land- en zeestrijdmacht, onder bevel van een enkele commandant.'' Deze nieuwe strijdmacht, verklaarde de kersverse commandant, de Britse generaal Jack Deverell, ,,is als de punt van de speer.'' Die punt prikt echter ook in de rug van Europese NAVO-landen die hun strijdmachten niet willen aanpassen aan de veranderde dreigingen. Het Pentagon heeft deze ,,transformatie'' van de strijdkrachten voortvarender ter hand genomen.

De NRF is nu nog een ,,embryonale'' strijdmacht, aldus Deverell, waaraan intussen veertien NAVO-partners in totaal negenduizend manschappen hebben toegezegd. Spanje en Frankrijk bieden elk zo'n tweeduizend manschappen, Duitsland duizend. De Verenigde Staten dragen driehonderd man bij, een bescheiden aantal. Dat laatste komt, zegt Jones, doordat het Pentagon het ,,in Irak nogal druk heeft''.

Vanaf 2006 moet de NRF permanent over meer dan twintigduizend manschappen kunnen beschikken. De eenheden vallen een half jaar onder de NRF, waarna ze plaatsmaken voor andere troepen. Het gaat vooral om eenheden die ,,hoog in het geweldsspectrum'' als een soort militaire brandweer kunnen worden ingezet: parachutisten, mariniers en commando's, ondersteund door marineschepen, tankeenheden en ander zwaar materieel. Daarin verschilt de NRF van de reactiemacht van de EU. Die is vooral voor vredeshandhaving.

Het besluit voor de oprichting van de NRF nam het bondgenootschap, op instigatie van de Amerikaanse minister van Defensie Rumsfeld, tijdens de top in Praag in november 2002. Behalve dat de internationale veiligheidssituatie na `11 september' het bondgenootschap noodzaakte om af te stappen van een logge statische defensie van het eigen grondgebied, wilde Rumsfeld de Europese NAVO-partners dwingen hun meermalen gedane beloften om te moderniseren eindelijk na te komen.

Aangezien de NRF wereldwijd in samenwerking met de Amerikaanse strijdkrachten moet kunnen worden ingezet, moet de strijdmacht beschikken over capaciteiten waaraan de Europese NAVO-landen al jaren een schrijnend tekort hebben. Snelle transportschepen, tankvliegtuigen en complexe communicatie-apparatuur zijn daar maar een paar voorbeelden van. Die moeten dus in rap tempo worden aangeschaft.

De politieke besluitvorming lijkt eveneens een belangrijk obstakel te vormen voor de NRF. Regeringen nemen soms ruim de tijd voor ze akkoord gaan met het sturen van nationale troepen naar internationale brandhaarden. Nederland is daar een voorbeeld van.

Om de politieke hindernissen van het goed functioneren van de NRF te onderstrepen, hield de NAVO vorige week een oefening op een Amerikaanse luchtmachtbasis bij Colorado Springs in de staat Colorado. Aan deze exercitie deden alle negentien NAVO-ministers van Defensie mee. Geen van hen was op de hoogte van de wargame die ze moesten spelen, waarbij de NRF landt op het virtuele eiland `Corona' in de Rode Zee. De crisis liep uit de hand: ook chemisch geladen raketten werden op de zogenaamde NRF-linies afgeschoten. Het resultaat: weinig ministers konden hun parlementen snel passeren en troepen vrijmaken om binnen vijf dagen op Corona te landen. En dat was precies de Amerikaanse boodschap van de oefening.

Wat gebeurt er als de Europese NAVO-partners hun politieke besluitvorming niet stroomlijnen? Jones: ,,We wilden in de eerste plaats in Colorado duidelijk maken dat logge besluitvorming sneller moet. Gelukkig werken die landen zelf al aan het inkorten van de procedures.'' En misschien, zegt Jones, kunnen de landen die er wat langer over doen om tot uitzending te komen, zorgen voor de troepen die de eerste contingenten vervangen. NRF-commandant Deverell drukt zich minder diplomatiek uit: ,,Het heeft misschien niet zoveel zin om zulke landen aan NRF te laten deelnemen.''