Debutant DBC Pierre wint Booker Prize

Debutant DBC Pierre heeft gisteravond in Londen de 35ste Booker Prize gewonnen voor zijn roman Vernon God Little. De bijna unanieme jury prees de ,,extreem levendige taal'' van het ,,opwindende'' boek.

Het prijzengeld van 50.000 pond (70.000 euro) gaat meteen naar zijn schuldeisers, zei de auteur, die vorige week een kleurrijk verleden opbiechtte als avonturier, drugsverslaafde en oplichter. ,,Als ze hier nog niet zijn, zijn ze er vast binnen een minuut'', aldus de 42-jarige winnaar gisteren in het British Museum, waar de belangrijkste literaire prijs van het Engelse taalgebied gisteren werd uitgereikt.

Vernon God Little is een deels in slang geschreven roman vol zwarte humor over een jongen in Texas die verdacht wordt van een moordpartij op een middelbare school en naar Mexico ontvlucht. Het boek is tevens een genadeloos portret van de televisiesamenleving. De jury, die met vier tegen één voor Pierre stemde, sprak van een ,,opwindend, geestig en inventief boek'', vol met ,,extreem levendige taal''. ,,Iedereen was het erover eens dat dit het meest verbeeldingsrijke en ongebruikelijke boek was dat een Brit geschreven kan hebben'', zei juryvoorzitter John Carey, hoogleraar literatuur. Deze krant noemde DBC Pierre vrijdag potentieel een ,,terechte'' winnaar en noemde zijn roman een ,,verrassende variant'' op Amerikaanse klassieken als Huckleberry Finn (Mark Twain), The Catcher in the Rye (J.D. Salinger) en Catch-22 (Joseph Heller).

Pierre's concurrente voor de prijs, Monica Ali die met Brick Lane een roman schreef over een Bengaalse immigrante in Londen, gold toen nog als favoriet. Tevens waren genomineerd Clare Morrall (Astonishing Splashes of Colour), Zoë Heller (Notes on a Scandal), Damon Galgut (The Good Doctor) en Magaret Atwood (Oryx and Crake). Op de short list, met een ongebruikelijk hoog aantal vrouwen en debutanten, ontbraken `grote namen', waaronder die van Martin Amis en J.M. Coetzee. Een jurylid keek gisteren met zelfspot terug op de selectie, waarbij Coetzee afviel, maar wel twee weken later de Nobelprijs voor de literatuur won.

DBC Pierre is de nom de plume van Peter Finlay, die eerder onder meer als striptekenaar werkte. DBC staat voor dirty but clean, een bijnaam uit zijn kindertijd met voorspellende waarde, omdat hij er nu mee wil onderstrepen zijn leven te hebben gebeterd. Finlay werd geboren in Australië en groeide op in luxe in Mexico-City. Na de dood van zijn rijke vader, toen Finlay 19 was, en nadat een economische crisis in Mexico het familiekapitaal had laten smelten, begon hij drugs te gebruiken. Eind jaren tachtig verkocht hij in de Spaanse stad Granada het appartement van de bejaarde Amerikaanse schilder Robert Lenton zonder diens toestemming en gebruikte de winst – 30.000 pond of meer – om zijn verslaving aan heroïne, cocaïne en gokken te financieren. Ook zou hij nog voor meer dan 100.000 pond in het krijt staan bij de financiers van een mislukt filmproject om het ,,verloren goud van Montezuma'' in Mexico terug te vinden. Pierre woont nu in Ierland.

Spijt over zijn vorige leven – ,,een opgewonden tijd van verkeerd gerichte energie'' – was de ,,raketbrandstof'' voor het schrijven geweest, zei hij gisteren.

Het geld van de Booker Prize en sterke stijging van de wereldwijde verkoop die daar onveranderlijk op volgt, moeten ruim voldoende zijn om Pierre's schulden van 150.000 pond terug te betalen. Yann Martel, de winnaar van vorig jaar, heeft meer dan een miljoen exemplaren van Life of Pi verkocht.