Voorwaarts, eruit mensen, eruit

Vandaag is het precies zestig jaar geleden dat de gevangenen in Sobibor, een vernietigingskamp in Polen waar ruim 34.000 Nederlandse joden zijn vergast, in opstand kwamen.

Over de geschiedenis van het vernietigingskamp Sobibor bestaan verschillende boeken, artikelen en documentaires, en over de opstand is zelfs een speelfilm gemaakt, Escape from Sobibor, met Rutger Hauer in de rol van Alexander Petsjerski, de Russische leider van de opstand. De belangrijkste publicatie over het kamp is geschreven door Jules Schelvis, een joodse Amsterdammer die in 1943 een paar uur in Sobibor verbleef, op doorreis naar een ander kamp. Krap veertig jaar later hoorde Schelvis, toen net zestig geworden, dat er in Duitsland een proces zou worden gevoerd tegen een van de SS'ers uit Sobibor. Hij besloot dit proces bij te wonen, ontmoette er verschillende joden die de opstand hadden overleefd en besloot uiteindelijk namens zijn vermoorde verwanten in het proces op te treden als medeaanklager.

Het was voor Schelvis het begin van een historische speurtocht die ruim tien jaar zou duren. In die periode vloog hij de wereld over om getuigen te spreken en archiefonderzoek te doen. Dit leidde in 1993 tot Vernietigingskamp Sobibor, een lijvig boek, waarvan Schelvis vanmiddag in Sobibor de (nieuwe) Duitse vertaling krijgt uitgereikt.

Als vernietigingskamp bestond Sobibor slechts anderhalf jaar – van maart 1942 tot oktober 1943. In die periode werden er ruim 250.000 joden vermoord, voornamelijk uit Duitsland, Nederland, Frankrijk, Polen en Tsjecho-Slowakije. Dat dit moorden stopte, kwam door de opstand die op 14 oktober 1943 om precies vier uur 's middags uitbrak. Het plan voor die opstand was bedacht door Alexander Petsjerski, een joods-Russische krijgsgevangene die pas drie weken eerder samen met zo'n honderd andere Russische soldaten in het kamp was aangekomen.

Er bestond al een verzetsgroep in Sobibor toen Petsjerski arriveerde. Die groep had bedacht dat er zoveel mogelijk gevangenen tegelijk moesten ontsnappen, want een uitbraak zou vreselijke gevolgen hebben voor de achterblijvers. Petsjerski bedacht een even simpel als brutaal plan. Kleine commando's zouden de voornaamste SS'ers uitschakelen terwijl de telefoon en de elektriciteit werden lamgelegd. Daarna zouden de Russische soldaten, gehuld in SS-uniformen, de op de appèlplaats verzamelde gevangenen door de hoofdpoort naar buiten leiden. Voor het geval er iets mis zou gaan, werden er gaten in het prikkeldraad geknipt.

Er ging iets mis – zij het pas nadat er zeker dertien SS'ers met bijlen en messen waren gedood. Hoewel Petsjerski nadrukkelijk had verboden spontaan SS'ers te doden op niet van tevoren afgesproken plaatsen, omdat hun lijken voortijdig zouden kunnen worden ontdekt, gebeurde dit door een misverstand toch. Daardoor zag Petsjerski zich genoodzaakt vroeger dan was voorzien appèl te laten blazen. Toen er vervolgens op de appèlplaats voor de ogen van de onwetende gevangenen twee Oekraïense bewakers werden gedood, brak er enorme paniek uit.

De opstand in Sobibor is steeds beschreven vanuit het perspectief van de organisators. Maar van de 450 joden die die middag op de appèlplaats stonden, wisten er slechts zo'n dertig wat er zou gaan gebeuren. De anderen zagen opeens dat er bewakers werden vermoord, waarop er in het Russisch ,,voorwaarts, eruit mensen, eruit'' en in het Pools ,,hoera'' werd geroepen. Zij moeten nauwelijks hebben begrepen wat er gebeurde.

De overgebleven SS'ers en de Oekraieners in de wachttorens openden vrijwel onmiddellijk het vuur. Mensen vielen bij bosjes tegelijk neer. De hoofdpoort werd opengebroken en gevangenen kropen door de gaten in het prikkeldraad. Rennend probeerden zij de bosrand te bereiken, maar velen kwamen om in het mijnenveld dat om het kamp heen lag.

Niet iedereen vertrok. Zo'n honderdvijftig gevangenen, onder wie veel vrouwen, waren te overdonderd om mee te gaan. Volgens een Duitse commandant die wordt aangehaald in Schelvis' boek, keerden er die avond en nacht zelfs enkele gevluchte joden terug in het kamp.

In totaal braken er driehonderd gevangenen uit. Zo'n 160 lukte het de bossen in de omgeving te bereiken. De andere 140 kwamen in of vlakbij het kamp om. Van degenen die wisten weg te komen werden er in de volgende dagen zo'n tachtig door de te hulp geroepen eenheden van leger, luchtmacht en politie, of door boeren in de omgeving, gepakt en gedood. Sommige ontvluchte gevangenen werden door antisemitische partizanen vermoord. Uiteindelijk overleefden 47 gevangenen de opstand, en mede dankzij hun getuigenissen en het levenswerk van Jules Schelvis kon de geschiedenis van Sobibor worden gereconstrueerd.