Afvalbedrijven overtreden de voorschriften

Nederlandse afvalverwerkers overtreden steeds vaker de milieuregels. Dat heeft de inspectiedienst van het ministerie van VROM de afgelopen maand vastgesteld bij een landelijke controle.

Ten opzichte van vorig jaar is sprake van een verdubbeling. De inspecteurs van het ministerie van VROM bekeken tijdens de transportcontrole 2003 zo'n 4.000 vrachtwagens, schepen, treinen, containers en opslagplaatsen. Dat gebeurde op honderd locaties in het land.

De VROM-inspectie werkt hierbij samen met de politie in de betreffende regio, met het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD), de douane, het Forensisch Instituut, de marechaussee, met inspecteurs van Verkeer en Waterstaat en met Duitse en Belgische deskundigen. Het accent bij deze internationale samenwerking, die dit jaar overigens voor het eerst plaatsvindt, ligt vooral op de haven van Rotterdam.

De afvalverwerkers bleken bij twee op de tien transporten (20 procent) de milieuregels aan de laars te lappen. In 11 procent van de gevallen werd direct proces-verbaal opgemaakt. Het betreft het verkeerd invullen van formulieren zodat de eindbestemmingen of de manier waarop het afval wordt verwerkt, niet duidelijk zijn.

In andere gevallen ontbrak de vergunning voor het land van bestemming of bleek het opgegeven land de afvalproducten niet te mogen of te willen ontvangen. De inspecteurs van VROM hebben de vracht ,,in een aantal gevallen'' teruggestuurd naar de eigenaar.

Bij de jaarlijkse controle in 2002, waarbij eenzelfde aantal voertuigen en containers werd onderzocht, ging ongeveer nog een op de tien transporteurs (ofwel 10 procent) in de fout. In 2001 was dat 12 procent. Het is voor de negende maal dat het landelijk onderzoek wordt gedaan.

Dit jaar was de aandacht vooral gericht op export van afval naar niet-OESO-landen, plus transporten naar Polen en Letland. De inspecteurs zullen bovendien een aantal havens in Letland, Polen, Duitsland, Engeland en België gaan controleren.