De twee zingende handen van Pires

Ze is al vijftig jaar een bejubeld soliste, maar ze houdt er niet van alleen op een podium te zitten. Daarom doorbrak de Portugese pianiste Maria Joao Pires de code van de serie Meesterpianisten, door de Chinese cellist Jian Wang te laten optreden in haar solorecital.

Naast de vleugel stonden twee fauteuils en een schemerlamp, omwille van de informele allure. Daar wachtte Wang ontspannen zijn speelbeurt af, terwijl Pires haar solostukken speelde. In de pauze zaten de musici er opnieuw om een praatje met bewonderaars uit het publiek te maken. Geen zegetocht over de rode trappen, en op verzoek van Pires geen applaus tussen de stukken 'because we love the silence between music!' Bovendien een aantal last minute programmawijzigingen, want Pires vindt het onnatuurlijk zich tevoren vast te leggen op een programma.

Voor het klinkend resultaat maakte het allemaal niets uit. Als één pianiste altijd in staat is volstrekt natuurlijk muziek te maken, is dat Pires. Sierlijk vliegt ze door de muzikale kosmos van elke partituur. Haar fraseringen zijn speels en eigenzinnig, haar timing is volmaakt, haar toucher is van een ongeëvenaarde schoonheid. Om een enthousiaste mevrouw uit het publiek te citeren: 'Deze pianiste heeft zingende handen'.

Zo stortte Pires zich op de eerste twee delen uit Schuberts Drei Klavierstücke (D 946). De soms bijna ondraaglijke spanning tussen Schuberts tedere lyriek en zijn demonische pathetiek werd optimaal voelbaar gemaakt. Lichte en donkere schaduwtinten vloeiden in elkaar over, alsof er geen onderscheid zou bestaan tussen de hemel en hel, vreugde en verdriet.

Sinds enkele jaren vormt Pires een pianotrio met violist Augustin Dumay en cellist Jian Wang. Het meest opmerkelijke aan het cellospel van Wang is de hoofse verfijning van zijn toonvorming. Of hij nu pianissimo of fortissimo speelt, altijd behoudt Wangs toon een zijdezachte glans. Hij speelt 'egoloos' , en laat muziek voor zichzelf spreken. Zijn samenspel met Pires nam in de door Pablo Casals bewerkte Pastorale van Bach tantristische vormen aan, waarna het duo een etherische vertolking gaf van de Arpeggione sonate van Schubert.

Maar met haar stormachtige interpretatie van Chopins Sonate nr. 3 in b (op. 58) voerde Pires haar publiek weer terug naar de aarde, waar het stormt en regent en de zon onstuimig door de wolken breekt. De poëzie van Chopin kreeg vleugels van mensenvlees, en de kleine Pires schitterde ondanks zichzelf als solist door de ongeforceerde megapower van haar ontroerende pianospel.

Concert:Maria Joao Pires (piano), Jian Wang (cello). Gehoord: 12/10 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 27/10, 13.30 uur.