`De brede brugklas is niet meer van deze tijd'

De brugklas verdwijnt.

Scholen willen niet langer kinderen van verschillende niveaus in één groep.

Het einde van een socialistisch ideaal.

Alle begin is moeilijk. Zeker als je nog maar een paar weken op de middelbare school zit. De brugpiepers van klas 1b spreken leraressen nog aan met `juf', komen een kwartier te laat omdat ze het lokaal niet kunnen vinden en hebben in de pauze nog geen eigen plekje op school veroverd. Een beetje onzeker klitten de meisjes samen in de gang.

Brugklas 1b van christelijke scholengemeenschap Ulbe van Houten in het Friese Sint Annaparochie lijkt op het eerste gezicht op een normale brugklas. Maar het is een van de laatste in Nederland waar nog alle kinderen in het eerste jaar bij elkaar zitten, ongeacht het basisschooladvies voor hun vervolgopleiding. ,,Ik vind dat iedere leerling een jaar de kans moet krijgen om zich te bewijzen'', zegt rector Frits Hoekstra.

De school spreidt de kinderen met vmbo-advies over de vijf brugklassen. Met als resultaat dat meer kinderen in de derde klas een opleiding met een hoger niveau volgen dan volgens het advies van de basisschool. ,,Ze trekken zich op aan hun klasgenootjes'', zegt Hoekstra.

Maar in het derde uur, bij wiskunde, blijkt toch hoe groot de verschillen in klas 1b zijn. Het laatste proefwerk is een slagveld geworden: de cijferlijst staat vol met tweeën en drieën, maar ook met achten en negens. Een paar jongens kijken verveeld uit het raam tijdens de les.

,,Ik wou dat ik zo goed kon rekenen'', zegt Sjoukje Kingma (12). Ze moet waarschijnlijk naar het vmbo, al had ze graag naar het havo gewild. Na de brugklas stromen de kinderen door naar een vmbo/havo-klas of een havo/vwo-klas.Pas in het derde jaar hebben ze hun definitieve keuze gemaakt.

Zulke `heterogene brugklassen' worden een uitzondering. Nog maar 4 procent van de brugklasleerlingen zit in een klas met kinderen die een vmbo-, havo- én een vwo-advies hebben.

,,Zulke brugklassen zijn volgens mij niet meer van deze tijd'', zegt conrector Els Oosterlaan van het Libanon Lyceum. Dit schooljaar is de Rotterdamse middelbare school gestopt met de brugklas voor kinderen met alle schooladviezen. Bij de verdeling van de leerlingen over de zeven brugklassen kijkt de school nu naar hun advies van de basisschool. ,,Te veel zwakke vmbo-leerlingen konden het tempo van de klas niet meer volgen'', zegt Oosterlaan. ,,Bovendien gaat bijna geen kind met een vmbo-advies uiteindelijk naar het vwo. Daarom hebben we ons afgevraagd: waarom dóén we dit eigenlijk nog?''

Bovendien namen de verschillen tussen de leerlingen op de school, die voor 60 procent uit allochtone leerlingen bestaat, de laatste jaren sterk toe. Oosterlaan: ,,Kinderen van vmbo-niveau kijken heel anders tegen school aan dan vwo-leerlingen, en dat ging ten koste van de vwo-leerlingen. Zij hoeven zich geen uitslovers meer te voelen en reageren echt opgelucht.'' Om te voorkomen dat de groepen leerlingen van elkaar vervreemden, moeten vmbo-leerlingen met vwo-ers samenwerken bij excursies, schoolprojecten en klassenavonden.

De overheid doet al decennia moeite om de schoolkeuze van scholieren uit te stellen. Kinderen, is de gedachte, vloeien minder snel naar een te laag schooltype af als zij de tijd krijgen om te laten zien wat zij kunnen. Al in 1963 nam de Tweede Kamer een wetsvoorstel van minister Cals (KVP) aan om brugklassen in te voeren. Centraal in deze `Mammoetwet' stond dat scholieren makkelijker een ander schooltype moesten kunnen kiezen. Mulo en hbs verdwenen, in plaats daarvan werden mavo, havo en vwo opgericht. Scholieren in die typen moesten waar mogelijk het eerste jaar gezamenlijk les krijgen.

Cals' opvolger Van Kemenade (PvdA) ging nog verder. Hij wilde in de jaren zeventig beginnen met de invoering van de middenschool, één schooltype voor alle kinderen tot zestien jaar. De brugklas zou dus niet langer een jaar duren, maar drie jaar.

Het idee stuitte op veel verzet, maar werd door Jaques Wallage (PvdA, Onderwijs) begin jaren negentig nieuw leven ingeblazen. Op zijn initiatief werd in 1993 de basisvorming ingevoerd, een afgezwakte versie van de middenschool. De afzonderlijke schooltypen bleven wel bestaan, maar alle leerlingen zouden de eerste drie schooljaren hetzelfde pakket volgen. Essentieel voor het slagen van de basisvorming was de heterogene brugklas, betoogde Wallage. Hij stimuleerde scholengemeenschappen om brugklassen te stichten waar ze nog niet bestonden, al had hij geen dwangmiddel.

Toch is sindsdien het tegenovergestelde gebeurd, zegt emeritus hoogleraar onderwijsvernieuwing N. Lagerweij. ,,De tijdgeest is veranderd. Al op de basisschool is een sfeer van toetsen en differentiatie ontstaan. Geen school kan bijna nog om de Citotoets heen.'' Sinds het begin van de jaren negentig neemt het percentage kinderen toe dat meteen in een aparte havo-, vmbo- of vwo-klas terecht komt. ,,Je kunt nog zoveel sturen, als scholen iets niet willen, dan gebeurt het niet'', zegt Lagerweij. ,,Eigenlijk is de brugklas sinds de invoering in 1968 nooit echt van de grond gekomen. Veel scholen hielden gewoon aparte gymnasiumklassen in de lucht. Dat frustreerde de brede-schoolgedachte.''

Begin jaren negentig deed de onderzoeker Annemiek de Vries van het onderzoeksinstituut GION van de Rijksuniversiteit Groningen onderzoek naar het verschil in de schoolloopbaan tussen brugklassers en geselecteerde scholieren. Haar conclusie was dat brugklassers minder vaak uitvielen en vaker in een hoger schooltype terechtkwamen. Maar, zegt De Vries nu, ,,dat zegt niet alles over de huidige situatie. Het aantal leerlingen met grote gedragsproblemen is sterk toegenomen, evenals het verschil in resultaten tussen vmbo- en vwo-kinderen. Ik kan me best voorstellen dat scholen nu toch neigen naar een homogene klas.''

Voor een belangrijk deel heeft de dalende populariteit van de brugklas met de ouders te maken, zegt hoogleraar Lagerweij. ,,De druk op scholen is erg groot om de brugklas af te schaffen. Ouders willen maar één ding: hun kind moet zo snel mogelijk in de hoogst mogelijke klas terechtkomen.''

Conrector Oosterlaan van het Libanon Lyceum erkent dat ouders een grote rol speelden bij het stoppen met de heterogene brugklas. ,,Ouders van kinderen met een havo- of vwo-advies zijn bang dat hun kinderen afglijden naar vmbo-niveau. Dat hoog-laagdenken zit er heel diep in.''

Rector Hoekstra van CSG Ulbe van Houten krijgt ook kritiek van ouders die hun kind liever meteen op het havo of vwo willen hebben. ,,Maar ik zeg altijd: wij staan voor onze keuze, omdat het past bij ons idee dat ieder kind gelijke kansen moet krijgen. Ouders die daar niet mee kunnen leven, zoeken soms een andere school. Maar er komen ook speciaal kinderen hierheen vanwege onze brugklas.''