Verkrachtingszaak 405 Turkse soldaten

In de Turkse stad Mardin is gisteren een proces begonnen tegen maar liefst 405 Turkse soldaten die ervan worden verdacht een Koerdische vrouw tussen november 1993 en maart 1994 collectief verkracht te hebben.

De vrouw, die er op een bepaald moment zo slecht aan toe was dat ze het bewustzijn verloor en pas na negen dagen in het ziekenhuis weer bijkwam, staat in Turkije bekend als S.E.. Zij was zelf niet op de eerste zitting gisteren aanwezig. Bekend is wel dat de 31-jarige vrouw, die over medische rapportage beschikt waarin verkrachting wordt geconstateerd, in Duitsland asiel kreeg en daar ook woont.

Het proces is opmerkelijk, omdat het de Turkse autoriteiten tot nu toe uiterst moeilijk valt te erkennen dat het leger en de paramilitaire politie zich aan schendingen van de mensenrechten hebben schuldig gemaakt in de strijd tegen aanhangers van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) van Abdullah Öcalan.

Volgens mensenrechtenorganisaties hadden de ergste schendingen plaats in de periode na de eerste Golfoorlog en dan met name in 1993/94. Maar ook nu nog overschrijden de autoriteiten nog geregeld de grens van het toelaatbare in het voornamelijk door Koerden bevolkte Zuid-Oosten, aldus die organisaties. Het proces is daarnaast opmerkelijk omdat de verkrachtingen (die volgens S.E. overigens ook met `gewone' martelingen gepaard gingen) plaatshadden in de periode 1993/1994, maar liefst zo'n tien jaar geleden dus.

Volgens de advocaat van S.E. gaat het bij het proces niet om een ,,persoonlijke zaak''. ,,Ons belangrijkste doel is om slachtoffers van schendingen er toe te brengen hier in Turkije hun recht te halen, zonder naar het Europese Hof voor de rechten van de mens te hoeven stappen.''

Ook de militairen waar het om gaat, waren vandaag – net als S.E. – niet op de zitting aanwezig. Het proces, dat om procedurele redenen tot 5 november werd geschorst, zal zeker ook door de Europese Unie met grote aandacht worden gevolgd.

De Turkse regering heeft diverse keren aangegeven een `zero tolerantie'-politiek tegen martelen voor te staan. Maar de positie van het veiligheidsapparaat (leger, paramilitaire politie) in Turkije is nog steeds sterk. Het proces wordt dan ook gezien als een goede lakmoesproef om te bepalen of en hoe die `zero tolerantie' ook op leger en paramilitaire politie van toepassing zijn.