Politierechter spreekt dierenactivisten vrij

De politierechter in Zutphen heeft gisteren vier dierenrechtactivisten vrijgesproken van betrokkenheid bij een actie vorige maand op een nertsenfarm in Putten. Een vijfde actievoerder kreeg een kleine straf, maar werd ook onmiddellijk vrijgelaten. Het openbaar ministerie had vier maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf geëist.

Bij de actie in Putten werden nertsen vrijgelaten en aanzienlijke vernielingen aangericht. De actie was mede aanleiding voor de Tweede Kamer OM minister Donner (Justitie) te verzoeken in de wet dierenrechtactivisme voortaan gelijk te stellen aan terrorisme.

Vijf van de 49 aangehouden activisten moesten in Zutphen voorkomen. De verdachten, twee Nederlanders, een Finse, een Brit en een Belg, werd openlijke geweldpleging, vernieling en het vrijlaten van nertsen ten laste gelegd. Zij vormden volgens het OM de belangrijkste verdachten, mede omdat ze leidinggevende dan wel organisatorische taken op zich hadden genomen.

Op de zitting bleek dat het OM geen direct bewijs over de betrokkenheid van de vijf kon overleggen bij het geweld dan wel de ontzetting van de nertsen. Het enige dat vaststaat is dat de vijf op de plaats van de actie aanwezig waren, beaamde officier van justitie A. Schut. Hij stelde echter dat de actievoerders al op voorhand rekening hadden gehouden met een gewelddadig verloop van hun actie. Ze droegen bivakmutsen en sommigen hadden voor vertrek mobiele nummers van advocaten op de arm geschreven, aldus Schut.

Hij destilleerde hieruit een ,,voorwaardelijke opzet'' voor gewelddadige acties. ,,Het is duidelijk dat alle actievoerders rekening hielden met de mogelijkheid van geweld'', aldus Schut. Hij wees op de grote emotionele schade die de boer en zijn gezin Bij de actie opliepen.

De advocaten C. van den Brûle en M. Lindhout noemden het veranderde maatschappelijke klimaat als belangrijkste motief voor de ,,buitenproportionele eis'' tegen de actievoerders. Alle vijf ontkenden betrokkenheid bij de bevrijding van de nertsen of het vernielen van goederen. Zij zeiden dat ze alleen wilden deelnemen aan een lawaaidemonstratie, niet aan nertsenbevrijding met geweld. De actie was buiten hen om geëscaleerd, aldus de vijf. Alleen de Belgische verdachte bekende dat hij fysiek was opgetreden tegen de boer. De activisten zeiden dat zij vervolgd werden voor hun ideeën, niet voor hun daden.

Volgens politierechter I. de Bie was niet bewezen dat ,,de verdachten zich willens en wetens hebben blootgesteld aan de kans dat ze aan een gewelddadige actie zouden deelnemen''. Bij gebrek aan overig bewijs leidde dit tot vrijspraak voor vier van de vijf. Alleen de Belg kreeg vijf weken gevangenisstraf voor geweld tegen de boer, gelijk aan de duur van zijn voorarrest.