Multiculti 2

Met instemming heb ik de column van Leo Prick over 'De Schuldigen' gelezen (W&O, 4 oktober). Hoe zeer is dit alles herkenbaar! Ik ben in de jaren '60 en '70 opgegroeid in een portiekwoning in Den Haag Zuidwest. Mijn vader was buschauffeur, andere bewoners in ons portiek waren treinconducteur, lasser, gevangenisbewaarder of lagere ambtenaar. Ik denk nog altijd met het grootste genoegen terug aan die tijd van geborgenheid en gezelligheid.

De eerste problemen ontstonden toen de gemeente Den Haag de sociaal zwakkere wijken (Schilderswijk, Laakkwartier, etc) ging renoveren. Daarbij werden oude woningen gesloopt en moesten de bewoners uit die wijken elders worden gehuisvest. Zo kwamen wij voor het eerst in contact met mensen die naar onze maatstaven een vreemde eend in de bijt vormden. Ze waren grof in de mond, onttrokken zich vaak aan sociale spelregels zoals lagen opvallend vaak aan auto's te sleutelen. IK herinner mij nog dat wij tot tweemaal toe een petitie hebben getekend om asociale gezinnen uit hun woningen te laten zetten. Zulke acties van de zittende bewoners lieten zich duiden als de werking van een sociaal afweersysteem, dat asociale of sociaal ziekmakende elementen wist te neutraliseren.

Toen kwam de grote migrantenstroom op gang en werd het voor de oude bewoners dweilen met de kraan open. De sfeer in onze portiekwoningen veranderde in hoog tempo: er was sprake van merkbare verruwing in de omgangsvormen (veel van de allochtone kinderen waren onaangepast en niet zelden gewelddadig) en een onafwendbare erosie van de sociale samenhang. Oude bewoners begonnen weg te trekken. Eerst nog langzaam, totdat er een soort kritische grens werd bereikt, toen ging het ineens razendsnel. De wijken van mijn jeugd veranderden in rap tempo van kleur en degradeerden tot de sociaal zwakkere wijken waar werkende autochtone Nederlanders bij voorkeur niet willen wonen.

Ik vind het prachtig als u in uw column over mijn vroegere buurtbewoners schrijft: 'Hen overkwam wellicht het ergste wat we mensen kunnen aandoen, namelijk dat hen hun vertrouwde omgeving, hun buurt, werd afgenomen.' Zo heb ik het precies ervaren. Ik weet dat veel van mijn vroegere buurtgenoten zich massaal verraden hebben gevoeld door de politieke kaste die zij altijd zo trouw hebben gesteund. Velen hebben in Pim Fortuyn een verlosser gezien. De opmerking van Jan Willem Duyvendak over de benepen jaloezie van de simpele autochtonen (ik dik het nu even aan) in de oude wijken is symptomatisch voor de schandelijk arrogante opstelling van links jegens de gevoelens van de sociaal zwakkere autochtonen.