Mooie momenten voor Cees Nooteboom

Op de beurs in Frankfurt doet de Nederlandse literatuur het niet slecht. Cees Nooteboom kreeg een grote prijs en een film, het Produktiefonds voor vertalingen mag niet klagen.

Ondanks de recessie is het opnieuw een krachtmeting der giganten op de boekenbeurs in Frankfurt. Nadat de levende legende Mohammed Ali donderdag al zijn opwachting maakte in een fictieve boksring, om een aan hem gewijd megaboek van 3.000 euro te presenteren, en Cees Nooteboom het nieuws kreeg dat hem een grote literaire prijs was toegekend, was de beurt onvermijdelijk aan die laatste superster op leeftijd: Bob Dylan.

De Amerikaanse zanger (1943) werd geëerd door de Oostduitse bard Wolf Biermann (1936), die in een bomvolle feesttent op het beursterrein bulderend voordroeg uit zijn vertaling van Dylans `Eleven Outlined Epitaphs', elf vroegtijdige grafschriften die de muzikant in 1964 op 22-jarige leeftijd schreef, en die Biermann nu heeft bewerkt tot `Elf EntwÜrfe für meinen Grabspruch', met een essay over de man en zijn muziek.

Terwijl uitgevers in de hallen van de Buchmesse klaagden, of juist opgelucht waren, over het gebrek aan buzz dat de beurs dit jaar kenmerkt, en het ontbreken van grote boeken waar iedereen achter aanjaagt, wist Biermann de jeugdige boodschap van zijn idool er moeiteloos bij zijn tweehonderdkoppige gehoor in te rammen. De jonge Dylan slingerde zijn poëtische oprispingen over de dood en het leven de wereld in ,,als een los handje bonbons'', aldus Biermann, die zijn eigen woorden kracht bijzette met priemende vingers en één stampende schoen. Het publiek van Duitse veertigers met kinderen luisterde geboeid en ernstig, een teken dat de postmoderne ironisering van popmuziek in Duitsland ondanks de jaarlijkse Love Parade in Berlijn nog geen vaste voet aan de grond heeft gekregen.

Voor Cees Nooteboom biedt de beurs meer dan één ,,mooi moment'', zei de schrijver gistermiddag tevreden. Niet alleen werd een film over hem vertoond en kreeg hij de prestigieuze Oostenrijkse Staatsprijs voor literatuur, hij kon ook de eerste gebonden delen in handen houden van zijn Duitse `Gesammelte Werke', die in 2004 acht banden moeten beslaan. Bij de kraam van een Russische uitgever had hij net voorzichtig een glas huisgemaakte wodka afgeslagen (etiket: `Drink before reading'). De stemming was toch al goed. Al kon de reizende schrijver zelf niet op tijd aanwezig zijn voor de bekendmaking van de prijs: ,,Ik was net terug uit Newfoundland, moest eerst mijn auto ophalen in Spanje en naar Amsterdam rijden om het vliegtuig te nemen naar Frankfurt.'' Nog een geval van pech: de film over hem is gemaakt voor het kanaal Arte, dat onlangs van de kabel is gehaald, ,,net nu mijn film erop komt.''

Maar Nooteboom wil niet klagen, ook niet over het opmerkelijke gebrek aan literaire erkenning in Nederland nu zijn werk toch inmiddels in meer dan dertig talen wordt verkocht, inclusief hindi (Nootebooms hotel). ,,Ik heb mijn lezers, daar gaat het om. Hoewel Nederland wel erg veel last heeft van het `elke week een ander meesterwerk'- syndroom.'' En ook al zei ,,iemand van Buitenlandse Zaken ooit tegen de vrouwelijke ambassadeur van Brazilië over mijn werk: het schijnt dat buitenlanders dat wel aardig vinden''. Zijn buitenlandse uitgevers begrijpen er niets van, aldus de schrijver.

Het succes van Ali, Dylan, en Nooteboom, bevestigt een hang naar beproefd talent en traditie op de beurs, waar minder dan voorgaande jaren een hitsige cultuur van bestsellers en nieuwe ontdekkingen heerst. Henk Pröpper van het Literair Produktie- en Vertalingen Fonds dat de internationale verbreiding van de Nederlandse letteren moet stimuleren, is daar blij mee. ,,Misschien heeft de recessie ermee te maken, maar ik merk dat men minder achter de bestsellers aanloopt en meer oog heeft voor blijvende auteurs en voor klassieken'', zegt hij in het kraampje van zijn Fonds.

Voor Pröpper, die dit jaar zijn eerste beurs meemaakt na zijn overstap als directeur van het Nederlands Instituut in Parijs, is dat een aangename ervaring. ,,Het strookt met mijn benadering. Ik wil wezenlijke gesprekken voeren over literatuur, ook al is dat vaak nogal geestig en een beetje absurd als het in een half uur moet gebeuren. Maar als je Nederlandse literatuur blijvend een gezicht wil geven, moet je de diepte ingaan.'' De verkoop van Huizinga's Herfsttij der Middeleeuwen aan een Braziliaanse uitgeverij, en de belangstelling voor auteurs als Nescio en zelfs van Hermans, die lange tijd ,,een ongelooflijk moeilijk item'' was, aan Frankrijk en mogelijk de Verenigde Staten, onderstreept dat, meent hij.

Met de verkoop van actuele Nederlandse waar op de beurs zijn enkele successen geboekt, waarbij P.F. Thomese's Schaduwkind, over het verlies van een kind, voorop loopt. Al voor de beurs was het boek verkocht aan een Franse uitgever, reden voor tal van buitenlandse agenten om hun licht over het autobiografisch geïnspireerde boek op te steken. Belangstelling is er onder anderen voor Arthur Japin, René Appel, Vonne van der Meer en voor Arnon Grunbergs De asielzoeker. Ook Allard Schröders goed ontvangen roman De hydrograaf gaat de grens over, allereerst naar Italië. Prominent aanwezig op de beurs is ten slotte de journalist en schrijver Frank Westerman, wiens eerder aangekochte non-fictie boek Ingenieurs van de ziel nu de eerste, lovende recensies krijgt in Duitsland.