Leren poepen via internet

In Amerika kunnen kinderen die het in hun broek doen, via internet leren zindelijk te worden, las Ellen de Bruin.

Er zijn op dit moment nog maar weinig psychologen die een goede therapie via e-mail of internet aanbieden, maar de mogelijkheden groeien. In het Journal of Consulting and Clinical Psychology van deze maand beschrijven de succesvolle trendsetters van het Amsterdamse Interapy hoe cliënten hun posttraumatische stressstoornis via het wereldwijde web van zich af hebben geschreven. In de nabije toekomst, schrijven de onderzoekers, worden de behandelingen van Interapy zodanig vertaald en aangepast dat ook anderstaligen aan de therapie kunnen deelnemen. Momenteel loopt er al een onderzoek waarbij Duitse cliënten de traumabehandeling volgen; andere talen zijn in voorbereiding.

In Amerika zit men intussen ook niet stil. Daar hebben psychologen uit Virginia een internetbehandelprogramma ontwikkeld om kinderen die in hun broek poepen te helpen. U-can-poop-too heet de methode (en de website), en de onderzoekers beschrijven hem in hetzelfde tijdschrift. De behandeling is bedoeld voor kinderen in de basisschoolleeftijd die lijden aan encopresis: incontinentie voor feces zonder directe medische oorzaak. Dat komt bij 1,5 tot 7,5 procent van de (Amerikaanse) kinderen tussen de zes en twaalf jaar voor, schatten de onderzoekers.

Bij de behandeling van encopresis worden normaal gesproken laxeermiddelen en soms ook klysma's gebruikt, want het gaat vaak om kinderen met constipatie bij wie het poepen zo'n pijn doet dat ze het ophouden tot ze het in hun broek doen. Bij een succesvolle behandeling hoort daarnaast ook een vorm van gedragstherapie, waarbij de kinderen – en hun ouders – leren hoe het spijsverteringssysteem werkt, hoe je je spieren gebruikt als je je ontlast of je ontlasting ophoudt, wat je het best kunt eten en wat je moet doen als je zit te piekeren of als je gepest wordt. Dat kost allemaal veel tijd en geld, want je hebt er zowel een arts als een psycholoog voor nodig.

Dat probleem ondervang je, bedachten de onderzoekers, als je de psychologische informatie via internet aanbiedt. Dus ontwikkelden ze een vrolijke website, www.ucanpooptoo.com, en zochten ze 19 jongens en 5 meisjes van gemiddeld achtenhalf jaar oud die het dagelijks in hun broek deden. De helft van de kinderen ging slechts naar de huisarts, net als voor het onderzoek. De andere helft volgde drie weken lang de internetbehandeling: na het invullen van vragenlijsten over hun eigen lichaam, hun gedrag en hun ziekte – zo nodig met hulp van de ouders – kregen ze persoonlijk aangepaste informatie. Ook konden ze nog aanvullende informatie opzoeken op de u-can-poop-too-site. Vooral informatie over eten en diëten, over het risico van `ongelukjes' op school en over zelfvertrouwen werd veel opgevraagd. Naar de informatie over monsters in de wc of angst voor pijn werd nauwelijks gekeken.

De behandeling had succes: internetbehandelde kinderen hadden na het onderzoek nog maar eens in de twee weken een ongelukje, de anderen nog steeds dagelijks. Daarnaast vonden de kinderen de website leuk (ze werden bijvoorbeeld door een stripfiguurtje door de darmen geleid), én ze vonden het fijn om veilig thuis te merken dat ze niet alleen waren met hun probleem.