Herboren brieven

Deze week dook in Brussel een originele brief van Descartes op. Intussen werkt in Utrecht een team filosofen onder leiding van Theo Verbeek aan een nieuwe kritische editie van Descartes' correspondentie. `Iedereen zit erop te wachten, wij doen het.'

Woensdag werd de Utrechtse filosoof en Descartes-specialist Erik-Jan Bos blij verrast door een bericht van de Académie Royale de Belgique. In het Brusselse archief van de academie blijkt zich het origineel (de autograaf) te bevinden van de brief die René Descartes op 2 februari 1643 schreef aan de Franse filosoof en wiskundige Marin Mersenne. ``Tot op heden was deze brief slechts bekend uit een kopie, en uit de kladversie die Claude Clerselier rond 1660 publiceerde'', laat Bos per email weten. ''Spoorslags zal ik naar Brussel afreizen om de autograaf te raadplegen.''

De vondst van de originele brief van Descartes komt zeer gelegen. In Utrecht wordt onder leiding van Theo Verbeek, bijzonder hoogleraar in de geschiedenis van de filosofie, een nieuwe kritische editie van Descartes' correspondentie voorbereid. Aan dat project, dat over een jaar of zes moet zijn afgerond, is Bos als postdoc verbonden. Bij wijze van pilot – die praktisch klaar is – zijn eerst de brieven uit 1643 tegen het licht gehouden, in totaal 68 stuks. De brief aan Mersenne, die ingaat op proeven naar de gewichtsverhouding van water en lucht en waarin Descartes aangeeft geen belangstelling te hebben voor het recente meetkundige werk van Pierre de Fermat, was door het Utrechtse team al afgehandeld en van commentaar voorzien. Maar kopieën zijn zelden foutloos en aan de hand van de nu gevonden autograaf kan de brieftekst zo nodig worden aangepast.

WICQUEFORT

Het is niet de eerste keer dat Bos een verloren gewaande brief van Descartes boven water haalt. Vorig jaar vroeg hij de Staatsbibliotheek van Berlijn om een foto van een reeds bekende brief van Descartes. Er bleek zich toen in de Berlijnse collectie nog een tweede brief te bevinden, gericht aan de Amsterdamse diplomaat Joachim de Wicquefort en gedateerd 2 oktober 1640. Van die brief was ook een typoscript gemaakt. Toen Bos dat onder ogen kwam dacht hij eerst dat de datum verkeerd was overgetypt. Maar bij nadere bestudering bleek het wel degelijk om een onbekende brief te gaan, een vondst waarop Bos niet had durven hopen: sinds 1975 was dat niet meer vertoond.

Van Descartes zijn in totaal zo'n 800 brieven overgeleverd, waarvan ruim 200 als autograaf. Van de rest zijn de originelen zoek maar is de tekst bewaard gebleven in kopieën, uittreksels, fragmenten, disputaties, etc. Vroege brieven van Descartes zijn zeldzaam: de roem – en de neiging zijn brieven te bewaren – kwam met de jaren. Na Descartes' dood in 1650 zijn een groot aantal brieven aan hem en kladjes van zijn antwoorden in Parijs beland en rond 1660 uitgegeven in een driedelig werk. Begin achttiende eeuw zijn die originelen spoorloos verdwenen.

De huidige standaardeditie met Descartes' correspondentie is meer dan een eeuw oud. Het gaat om vijf delen uit de Oeuvres die Charles Adam en Paul Tannery in de periode 1897-1910 publiceerden. Verbeek: ``Die uitgave is sterk verouderd en eigenlijk onbruikbaar, dat vindt iedereen. De grootste klacht is dat veel brieven foutief zijn gedateerd. Dat komt omdat veel autografen ontbreken en Clerselier werkte met kladbrieven die lang niet altijd van een datum voorzien waren. Adam en Tannery hebben er maar een slag naar geslagen. Ook zijn veel toespelingen op Nederlandse toestanden verkeerd geïnterpreteerd. Ons voordeel is dat we een veel betere kennis hebben van de context. Dat leidt tot dramatisch andere dateringen, met verschuivingen tot wel drie jaar. Wat de annotatie op zijn kop zet.''

Verbeek loopt al jaren rond met het idee om een nieuwe editie van Descartes' correspondentie te maken. De zaak kreeg vaart toen hij met subsidie van NWO halverwege de jaren negentig drie promovendi kon aanstellen in het kader van het project Naar een nieuwe kritische editie van Descartes. Met zijn promovendi hield Verbeek een wekelijks seminar waarop steeds twee brieven uit de editie van Adam en Tannery tegen het licht gehouden werden. ``We zijn vooraan begonnen en werken alle vijf delen af. Inmiddels gebeurt dat met twee postdocs, Erik-Jan Bos en Jeroen van de Ven. Over een jaar zijn we er doorheen. Dan moet er nog veel gebeuren, maar je weet tenminste waar de problemen zitten. In je eentje kom je er niet uit, pas door er intensief met elkaar mee bezig te zijn zie je: het zit zo. Een aantal anonieme ambachtslieden die door de correspondentie wandelen hebben we aldus weten te identificeren. Bijvoorbeeld Simeon Hulsebosch, die een nieuwe Archimedische schroef voor het oppompen van water uitvond. Descartes heeft hem ontmoet en in een brief aan Constantijn Huygens gaat hij er uitgebreid op in. Jeroen komt de eer toe dat hij de identiteit van die ambachtsman heeft weten te achterhalen.''

De postdocs zijn aangesteld met geld van de Utrechtse faculteit wijsbegeerte en Verbeek hoopt op verlenging. ``Ik heb bij NWO tevergeefs een vervolgproject ingediend. Het zit daar helemaal dichtgetimmerd met vernieuwingsimpuls en thematisch onderzoek. `Alle voorwaarden zijn aanwezig om het tot een succes te maken, maar helaas heeft de aanvrager verzuimd aan te geven waar zijn synthese ligt', zo kreeg ik te horen. Synthese? En ik met mijn stomme kop maar denken dat zo'n correspondentie-uitgave van zichzelf genoeg synthese heeft. Maar ze bedoelen een boek met zeventiende-eeuwse ideeëngeschiedenis. Nou, daar zijn er genoeg van. Ik wil best een boek over Descartes en zijn correspondenten schrijven, maar dit is veel belangrijker. Kennelijk is traditioneel onderzoek waar een hoop nieuws uitkomt volgens NWO niet vernieuwend genoeg, te weinig sexy. Rampzalig. Terwijl wat wij doen typisch iets is waar de hele wereld op zit te wachten.''

KINDERZIEKTES

De pilot is vooral bedoeld om te zien tegen welke editie-technische problemen je aanloopt en zo kinderziektes te overwinnen. Verbeek: ``We hebben er enorm van geleerd. 1643 is een representatief jaar, er zit van alles tussen, autografen, kopieën, Clerselier-teksten, Franse brieven, Latijnse brieven, zelfs een Nederlandse brief. Geef je een samenvatting vooraf? Waar zet je in de tekst punten, komma's en hoofdletters? Acht bronnen waren Adam en Tannery niet bekend, twaalf brieven zijn van een nieuwe datum voorzien, en twee brieven blijken nader beschouwd niet uit 1643 te stammen. In de pilot komen bijdragen van externe deskundigen en er staan biografieën in van figuren die dat verdienen.''

Tussen de bedrijven door weet het team van Verbeek brieven te herontdekken en zelfs onbekende exemplaren op te duiken. Enkele weken geleden achterhaalde Van de Ven in het Haags Gemeentearchief handgeschreven kopieën van brieven die Descartes aan de Leidse arts Van Hogelande schreef. In de inventaris van dat kleine archief stuitte Van de Ven op de aanduiding `enkele exemplaren van Descartes' en eenmaal ter plekke bleek het om twee brieven te gaan, waarvan een gedateerd op 8 februari 1840. Verbeek: ``Ze geven Descartes' vernietigende oordeel over Comenius: hij vindt Prodomus Pansophiae absolute onzin en flauwekul. Dat is bijzonder omdat Descartes zich in de regel niet zo heftig uitdrukte. Vanuit Engeland was hem om commentaar gevraagd. Alleen de tweede brief was eerder gepubliceerd, in 1682 door Robert Hooke die echter de laatste alinea wegliet. Daarin zegt Descartes dat hij liever niet heeft dat de inhoud van de eerste brief bij de verkeerde mensen bekend raakt, er zou maar ruzie van komen en daar zat hij niet op te wachten.'' Een publicatie in de British Journal for the History of Philosophy is in aantocht.

Een geval van herontdekking betrof de serie brieven van prinses Elisabeth aan Descartes. Die codex is in 1876 door de Amsterdamse boekhandelaar Frederik Muller gevonden in de bibliotheek van kasteel Rosendael bij Arnhem. Verbeek: ``Voor onze uitgave wilden we het manuscript graag raadplegen. Het bleek zoek. Kasteel Rosendael is niet langer bewoond en de familiepapieren zijn naar het Rijksarchief in Arnhem gegaan. Maar van de Codex geen spoor. Ze bleken diep opgeborgen in de burelen van de Stichting `Vrienden der Geldersche Kasteelen'.''