Mabels contacten

De schrijver van het hoofdartikel `Mabels contacten' (NRC Handelblad, 4 oktober) had er goed aangedaan de tekst van de Grondwet bij de hand te houden.

Eerst zegt hij dat ,,het verloofde stel'' het parlement om goedkeuring vraagt voor het huwelijk. Zo gaat het niet. De Grondwet spreekt van bij de wet verleende toestemming. De toestemming wordt dus gevraagd door de indiening van een voorstel voor een toestemmingswet.

De regering zal geen voorstel voor een toestemmingswet indienen als de betrokkenen dat zelf niet willen. Maar het is heel goed mogelijk dat de betrokken prins of prinses zelf de toestemmingswet wil en dat het kabinet niet bereid is daarvoor verantwoordelijkheid te dragen.

Vervolgens kapittelt de schrijver de minister-president omdat deze op zijn wekelijkse persconferentie de indruk had gewekt dat de ministeriële verantwoordelijkheid pas van kracht wordt als het kabinet de ontwerp-toestemmingswet heeft ingediend.

Daarbij beroept de schrijver zich op een uitspraak van het Kamerlid Vondeling, die in 1964 tijdens de `Irene-kwestie' zei dat de minister-president alles behoort te weten van het hof wat staatsrechtelijke of politieke kanten kan hebben; anders kan hij zijn verantwoordelijkheid niet dragen. Maar werkelijk gezaghebbend op dit punt is de nota die Drees en Oud over ministeriële verantwoordelijkheid hebben geschreven. Daarin wordt gesteld dat de afgeleide ministeriële verantwoordelijkheid sterker werkt naarmate de betrokkene dichter bij het staatshoofd staat.

De afgeleide ministeriële verantwoordelijkheid heeft dus meer betekenis voor de prins van Oranje dan voor de kinderen van prinses Margriet. Dan hebben we het nog steeds over leden van het koninklijk huis, en Mabel Wisse Smit is nog geen lid van het koninklijk huis. De suggestie van het commentaar dat de minister-president nu reeds in volle omvang ter verantwoording geroepen kan worden voor de uitlatingen van de verloofde van prins Johan Friso, lijkt mij onjuist.