De waarheid verroest snel!

Het verschil tussen de Amerikaanse en de Engelse literatuur, zo verklaarde Martin Amis in een interview met deze krant, zit hem in de beheersing van de spreektaal. In de voetsporen van Mark Twain, die met The Adventures of Huckleberry Finn (1885) liet zien hoe je een heel verhaal in de ikvorm én in dialect kon vertellen, hebben Amerikaanse schrijvers zich al heel lang bevrijd van de `tirannie van de vorm' die de Engelse literatuur tot in de jaren tachtig van de vorige eeuw beheerste. ,,Je moet een Stem hebben,'' zei Amis in 1997; ,,een Huck Finn of een Augie March, dan volgt de rest vanzelf.''

De Britse literatuur heeft zich geemancipeerd, mede dankzij het vroege werk van Martin Amis; maar toch blijft het verrassend om op de Booker-shortlist (streng verboden voor Yankees) een roman aan te treffen die Amerikaanser dan Amerikaans is. Vernon God Little van de 42-jarige DBC Pierre gaat over een Texaanse jongen en is geschreven in een rauw klinkend plattelandsdialect. Zelfs voor de kosmopoliet DBC Pierre – een als Peter Finlay geboren Australiër die zijn jeugd doorbracht in Mexico en vervolgens na twintig jaar Londen naar Ierland verhuisde – is dat een verbluffende prestatie. En dan hebben we nog niets gezegd over de hoge kwaliteit van Pierre's debuutroman, die behalve een licht-satirisch commentaar op de televisiemaatschappij ook een geslaagde zwarte komedie is.

Barbertje

`De waarheid roest nogal snel' zegt de titelheld van Vernon God Little in `Act I' van zijn verhaal. Vooral in hartje Texas, waar de 15-jarige Vernon, als vriend van een Mexicaans-Amerikaanse amokmaker en enige overlevende van de moord op zijn klasgenoten, onmiddellijk verdacht wordt van medeplichtigheid. Hij heeft een alibi dat hij niet durft te gebruiken, omdat hij zich geneert voor zijn plotselinge aanvallen van incontinentie; en als hij ook nog eens weigert in te gaan op de avances van een corrupte psychiater en de snode plannen van een ambitieuze televisiemaker, beginnen de `bewijzen' van zijn schuld zich op te stapelen. `Hoe kunnen ze denken dat ik het gedaan heb?' vraagt Vernon zich af, en hij geeft meteen zelf het antwoord: `I hung out with the underdog, moved out of the pack, that's how, and now I fill his place.' Er rest hem weinig anders dan een vlucht. Naar Mexico, waar alle filmhelden heengaan als de grond hun te heet onder de voeten wordt.

De plot is bijzaak in Vernon God Little, dat de overdrijving niet schuwt en na Vernons arrestatie in Acapulco uitloopt op een geestig beschreven Barbertje-moet-hangen-rechtbankdrama. Het is in de eerste plaats de vertelstem die de roman bijzonder maakt. Vernon vloekt en tiert, hij verhaspelt moeilijke woorden (`skate-goat', `staino-grapher'), hij grossiert in wereldwijze opmerkingen (`maybe only the dumb are safe in this world') en in onverwachte, poëtische vergelijkingen: `Picture a wall of cancer clouds sliced clean across the border, cut with the Blade of God.' Zo trekt hij de lezer zijn wereld in – en die stemt niet vrolijk. In Martirio, `de barbecuesaushoofdstad van midden-Texas', is iedereen verslaafd aan eten en tv, en er wordt merkwaardig lauw gereageerd op de gruwelijke tragedie die zich op de dorpsschool heeft afgespeeld. Hier geen stille tochten of teddyberenbergen. De inwoners bekommeren zich om hun dieet en zijn vooral geïnteresseerd in de ongekende (commerciële) mogelijkheden die zich voordoen wanneer cameraploegen uit het hele land in Vernons geboorteplaats neerstrijken. Over de doden verder niets, die lenen zich slecht voor spannende exploitatie.

`A 21st Century Comedy in the Presence of Death' luidt de ondertitel van Vernon God Little, maar `een 21ste-eeuwse komedie in de aanwezigheid van televisie' was toepasselijker geweest. Vernon wordt voortdurend geconfronteerd met de verschillen tussen de echte wereld en de glamour die hij van de tv kent (`Boy, the life I could have with the right music behind me'). Tegelijkertijd constateert hij dat iedereen, van politieagent tot rechter, zich gedraagt alsof hij in een film speelt. Zelfs de zelfmoordpoging van zijn moeder is gekopieerd van de televisie, overigens zonder ernstige gevolgen: `Mam sloot het huis af, zette de oven vol aan en ging tegenover het open deurtje zitten. Het schijnt gezien te worden als een Noodkreet, zelfs al is onze oven elektrisch.'

De aandoenlijke Vernon – type grote mond, klein hartje – is in de eerste plaats het slachtoffer van de meedogenloze slijmbal Eulalio Ledesma, een televisiereparateur die in de zestienvoudige moord een perfect opstapje naar landelijke roem als programmamaker ziet. Deze `Lally', die de ene na de andere jongbestorven weduwe in Martirio (onder wie Vernons moeder!) voor zijn karretje weet te spannen, is een ondernemende zwendelaar van het kaliber Milo Minderbinder uit Joseph Hellers anti-oorlogsroman Catch-22. Lukte het Minderbinder om iedereen beter te laten worden van het bombarderen van de eigen luchtmachtbasis, Lally slaagt er uiteindelijk in om Death Row in Texas te veranderen in een naar Big Brother gemodelleerde realityshow waarbij de kijkers de minst mediagenieke veroordeelden letterlijk mogen wegstemmen. Dat alles onder het motto: `Misdadigers kosten geld. Populaire televisie levert geld op. Misdadigers zijn populair op tv. Voeg dat bij elkaar en simsalabim – probleem opgelost.' Het maakt Vernon God Little waarschijnlijk de eerste roman waarin Big Brother figureert, als je tenminste George Orwells Nineteen Eighty-Four, de naamgever van Hollands succesvolste exportproduct, niet meerekent.

Massamoord

Lally en Vernon zijn maar twee van de vele memorabele komische figuren in Vernon God Little. Daarnaast trekt de roman steeds nauwere cirkels rondom het echte drama (waarover de lezer heel lang het fijne niet te weten komt): de massamoord die is gepleegd door een onzekere puber die in de klas gepest werd en door hulpverleners misbruikt. DBC Pierre, wiens voorletters een afkorting vormen van zijn bijnaam als jongetje (Dirty But Clean), heeft een soms pervers gevoel voor humor, dat voor een belangrijk deel stoelt op woordspelletjes en talige eigenaardigheden. De binnenkort verschijnende vertaling is dan ook geen overbodige luxe, hoewel het voor de vertaler een bijna onmogelijke opgave zal zijn om Vernons Stem recht te doen.

Vernon God Little zou een atypische, en ook terechte winnaar zijn van de Booker Prize. Maar mocht die toch naar Monica Ali of Damon Galgut gaan, dan blijft Pierres debuut het lezen waard, als een verrassende variant op Huckleberry Finn, The Catcher in the Rye en Catch-22. Laat u niet afschrikken door deze altijd weer herhaalde associaties – goede boeken doen nu eenmaal vaak aan andere goede boeken denken.

DBC Pierre: Vernon God Little. Faber and Faber, 280 blz. €10,55.

De vertaling verschijnt onder dezelfde titel in november bij Podium.