Artsen mogen het gras maaien

De verhalen zijn bekend: Zuid-Afrikaanse artsen vertrekken naar Europa omdat de werkomstandigheden hier comfortabeler zijn, en de mogelijkheid tot zelfontplooiing groter is. Journalisten die hun het vuur aan de schenen proberen te leggen door te vragen waar het idealisme is gebleven, krijgen een vage glimlach toegeworpen. Met aardige mensen kan je de grachten vullen en met idealisten kan je nog geen deuk in een pakje boter slaan.

Dat gaat in ieder geval op voor de co-assistent Laurence Waters in Damon Galguts nieuwste roman De goede arts – een verhaal over vriendschap, idealisme, macht en geweld. Deze hopeloze idealist wil na zijn medicijnenstudie nuttig werk verrichten, maar komt daarvoor op de verkeerde plek terecht. Elke poging tot verandering is tot mislukken gedoemd. In het nieuwe Zuid-Afrika kan je je beter aanpassen dan naar vernieuwing streven, zo lijkt.

In het werk van Galgut (dat behalve uit romans ook uit verschillende toneelstukken bestaat), speelt het politieke geweld in (en van) Zuid-Afrika een belangrijke rol. Zijn wereld wordt bevolkt door onzekere personages die zich niet aanpassen aan de wereld, of dat nu op persoonlijk of politiek niveau is: een soldaat die een zenuwinzinking krijgt terwijl hij in Namibië zijn dienstplicht vervult, moordende tieners op een internaat of een wanhopige vrouw die vlucht in overspel.

Twee van zijn boeken werden eerder in het Nederlands vertaald: Het welluidende gekrijs van varkens en Gewapende stilte, maar nu pas lijkt zijn internationale doorbraak vorm te krijgen.

De goede arts is tragikomisch en ook keihard. De roman speelt zich af rondom een ziekenhuis dat in de hoofdstad van het voormalige thuisland Bantu staat. Na het eind van de apartheid zijn er geen thuislanden meer, maar de sporen van het segregatiebeleid zijn allerminst uitgewist.

Koepel

Het ziekenhuis staat in een absurdistische ruimte, een volkomen zinledige omgeving die van overheidswege was gecreëerd met de bedoeling het thuisland zo volwaardig mogelijk in te richten: `de bespottelijke koepel van het parlementsgebouw, dichtgespijkerd en nooit meer gebruikt. De bibliotheek, die nooit van boeken was voorzien. De school, waar nooit les was gegeven.' Het gebied is kortom geheel leeg en verlaten omdat deze kunstmatige omgeving bij uitstek model staat voor het oude Zuid-Afrika, en niemand die er nog iets mee te maken wil hebben.

Hier werkt al jaren lang de arts Frank, iemand die functioneert zonder al te veel na te denken over waarom de zaken lopen zoals ze lopen. Op een dag krijgt hij gezelschap van Laurence, die bewust deze locatie heeft uitgezocht om het vak te leren. Hier zou er tenminste nog verandering mogelijk zijn, en hij wil niets liever doen dan dat. Zijn optimisme is gevoed door de glorieuze toekomst die het nieuwe Zuid-Afrika voor zich leek te hebben, maar zijn dadendrang wordt op treurige wijze gefrustreerd. Het ziekenhuis heeft nauwelijks patiënten en de meeste apparatuur is gestolen, zodat ze weinig kunnen uitrichten. Zijn energie richt zich aanvankelijk op bijzaken: hij gaat het dak schoonmaken en het gras maaien. Maar het idealisme zoekt andere uitwegen, en dan beginnen de problemen. Zijn pogingen om de gezondheidszorg in de moeizame omgeving op poten te zetten, keert zich tegen hem. De goede arts blijkt een ramp voor zijn omgeving te zijn.

Galgut vertelt het allemaal droog, zonder al te expliciete spot maar niet vrij van cynisme – hoewel hij het zelf als realisme zal beschouwen. Want uiteindelijk verandert er niets. Het thuisland heeft een nieuwe naam, en de grens mag dan onzichtbaar zijn geworden, van enige integratie of vooruitgang is geen sprake. Het is een sombere boodschap, die overigens nogal schetsmatig wordt overgebracht. De personages merken wel érg vaak op dat er `niets is veranderd', en die observatie verliest aan kracht wanneer dat bijvoorbeeld wordt geconstateerd na een feestje dat in algehele dronkenschap is geëindigd.

Thrillerelement

Door de gehele roman blijft de dreiging van onderhuids geweld voelbaar, en die komt aan de oppervlakte wanneer er soldaten in de slaapstad gestationeerd worden. Vanaf dat moment gaat een niet geheel overtuigend thrillerelement een rol spelen in de plot: verdwijningen, schietpartijen en liquidaties gooien de wankele orde omver. En het is niet de idealist, maar de berustende arts, die zich het best weet aan te passen en zo het ziekenhuis min of meer draaiende weet te houden. Cynisme? `Zuid-Afrika is een buitengewoon goede voedingsbodem voor cynisme', aldus Galgut in een interview met een Amerikaans tv-station. `De politieke macht is overgedragen, maar de economische macht allerminst, dus oude machtsstructuren blijven intact.'

Dat is geen comfortabele conclusie en Galgut doet ook weinig moeite om aangename oplossingen te bieden. Hij heeft zijn boodschap verpakt in een tragisch verhaal over het mislukken van idealisme en de onmogelijkheid van vriendschap. De overlevers redden zich dankzij hypocrisie en een dubbele moraal, en daarmee geeft De goede arts een uiterst sombere visie op het hedendaagse Zuid-Afrika.

Damon Galgut: De goede arts. Uit het Engels vertaald door Rob van der Veer. Meulenhoff, 270 blz. €18,50