`Vernederlandsing is alleen mogelijk als Nederland zijn eigen identiteit met kenmerken als tolerantie, maatgevoel, netheid, geordend samenleven en nijverheid scherper durft te markeren'

Een bladzijde lang Frits Bolkestein in de krant, over het uitdragen van de eigen cultuur en over Nederlandse identiteit, dat wilde ik wel eens lezen. Zou der gute alte Fritz hem weer van jetje geven? Ik heb vernomen, Frits, dat je pittige taal uitsloeg voor je naar Brussel vertrok. De stoutste jongen van de klas was je. Een belhamel met gestaalde meningen. Hoopvol begon ik aan je artikel.

Het was 12.15 uur. Twee alinea's verder, om 12.18 uur, viel ik in slaap. Pas om 14.18 uur werd ik wakker. Het lukte me om verder te lezen in je essay tot 14.21. Daarna sukkelde ik opnieuw weg. Van 15.30 tot 15.45 wist ik met behulp van een thermoskan koffie mijn ogen op te houden en zowaar een hele kolom van je artikel achter elkaar door te werken. Daarna sliep ik, las ik, sliep ik en las ik afwisselend – met dien verstande dat ik om 23.30 op miraculeuze wijze liefst acht alinea's was gevorderd. Ik goot een emmer water over mijn kop en probeerde stug door te lezen tot een kwartier na middernacht. Toen begaf ik me naar bed, bekaf en toe aan een gezonde slaap.

Uitgerust en vol spreekwoordelijke goede moed hervatte ik de volgende ochtend om 9.30 uur mijn lectuur. Om exact 9.32 was ik weer in slaap gevallen. Gedurende de perioden van 11.45 uur tot 11.50 uur en van 12.10 uur tot 12.30 uur slaagde ik er ten slotte in de laatste kolom door te ploegen. Ik had, mijn nachtrust niet meegerekend, op de kop af vijftien uur gedaan over het lezen van je artikel.

Hoe kom je, Frits, in godsnaam aan je reputatie van onruststoker? Van iemand die mensen wakker schudt en prikkelt? Vijftien volle uren heb ik uitgetrokken voor je uiteenzetting – een nieuw requisitoir, hoopte ik, een verse belhamel-yell – en er staat me alleen vaag iets van bij. Ik heb zo'n idee dat ik nog iets weet van je vijfkolommige, paginagrote artikel, al kan ik bij god niet zeggen waar dat idee op stoelt. Als ik me goed herinner waren je meningen braaf en deftig. Solide, welopgevoed. De standpunten van visgraat en Schotse ruit, van lefdoek en hoornen bril. Dat je zulke synthetische meningen hebt, Bolkje, is al erg genoeg. Maar saaiheid is een doodzonde.

Dat maatgevoel, netheid en orde je afgoden zijn is tot daar aan toe, maar dat je daar ook nog ernstig in lijkt te geloven is verontrustend. Waar, Bolkje, is het nieuwe, het verrassende in je ideeën? Het slimme invalshoekje, het beetje extra? Wie honderd brave zinnen achter elkaar zet – of hij vijf jaar niet naar Nederland omkeek en citeert uit een vergeelde knipselmap – maakt nog geen verhaal. Hij dementeert. Val me niet langer lastig met je identiteit en je burgermanskenmerken. Ik kom al om van de identiteit in een land waar Balkje dreint en Bolkje dreunt.