Richtlijnen bepleit voor illegale kunst

De Nederlandse Museumvereniging moet nadere richtlijnen opstellen voor onderzoek naar de herkomst van aanwinsten van openbare collecties als duidelijk bewijs daarover ontbreekt.

Dit zegt de commissie die de NMV adviseert over de Gedragslijn voor de museale beroepsethiek uit 1991. Het maakt volgens de commissie niet uit of het gaat om aankoop, schenking, legaat of bruikleen. Aanleiding is een vraag van de conservator Aziatische keramiek van het museum Princessehof in Leeuwarden. De laatste tijd wordt de antiekmarkt in Europa en Azië overspoeld met oude – vaak aantrekkelijk geprijsde – keramiek uit China waarvan het vermoeden bestaat dat hij illegaal het land is uitgebracht. Deze stukken zijn volgens het Princessehof van groot belang voor de collectievorming. Het noemt tentoonstellingen zonder deze stukken ,,bijna ondenkbaar en onuitvoerbaar''.

De Nederlandse museumwereld is verdeeld in twee kampen van ,,rekkelijken'' en ,,preciezen'', bleek op een hoorzitting van de Gedragslijncomissie. De kleinere Aziatische musea vinden dat archeologische keramiek moet kunnen worden aangekocht als de herkomst niet kan worden vastgesteld en zelfs wanneer het land van herkomst wel exportverboden heeft maar die niet handhaaft. Het moet dan wel gaan om in veelvoud gemaakte voorwerpen, zoals de Chinese keramiek, en niet om unica. De preciezen, zoals het Rijksmuseum, zien niets in dit onderscheid en vinden dat er altijd een behoorlijke exportvergunning moet zijn als het gaat om nieuwe aankopen.

Het advies van de Gedragslijncommissie is genuanceerd. Zij erkent het grote belang dat plundering van het cultureel erfgoed overal in de wereld wordt tegengegaan. Maar zij sluit niet de ogen voor het belang dat voorwerpen die in strijd met de regels in omloop worden gebracht een ,,veilige haven'' kunnen krijgen in een museale omgeving. Of het om in veelvoud geproduceerde stukken gaat, maakt volgens de Gedragslijncommissie in beginsel geen verschil. Ook een ,,seriematig karakter'' van objecten kan bijdragen aan het cultureel erfgoed. Denk aan grafvelden en scheepswrakken. Wel is er een praktisch verschil: de herkomst van seriegoed valt moeilijker vast te stellen dan van unieke objecten zodat er minder hoge eisen aan de verificatie kunnen worden gesteld.

Bij de verwerving van unica moeten de bevoegde autoriteiten worden gewaarschuwd, maar de commissie vindt dat deze dan wel binnen drie maanden moeten reageren. Over China stelt de commissie vast dat geen enkele duidelijkheid is te verkrijgen hoe het zit met de regels voor export van antiek en de handhaving daarvan.

Voor wat betreft de vraag hoe ver in het verleden musea moeten teruggaan met de controle van verwervingen sluit de Gedragslijncommissie aan bij de internationaal veel gehanteerde peildatum van 1970. Toen nam de Unesco een verdrag aan tegen illegale export, handel en bezit van cultuurgoederen. Nederland heeft dit verdrag overigens niet geratificeerd.