`Mugabonomie' sloopt Zimbabwe

Zimbabwe gaat gebukt onder de rampzalige economische politiek van president Mugabe. `Nee' is het meest verkochte bedrijfsartikel.

De jongen met het zwartgroene truitje van British Petrol, leunend tegen de benzinepomp, lacht vriendelijk maar geeft het verkeerde antwoord. Of hij nog iemand kent hier in het noorden van Zimbabwe met genoeg brandstof voor de terugreis naar de grote stad? Hij schudt zijn hoofd, net als gisteren. En de dag ervoor. Zoals ook de geldhandelaar in de hoofdstad zijn hoofd schudde op de vraag of er dan nergens meer contant geld te krijgen is. En de vriendelijke juffrouw in het winkeltje aan de lome landweg waar ze ooit wel water verkocht hebben. Maar nu niet meer.

In een wankelende economie als die van Zimbabwe is `nee' het meest verkochte bedrijfsartikel. Het is het nee dat de zieken te horen krijgen als ze naar het dichtstbijzijnde hospitaal gaan, waar de doktoren sinds twee weken alleen nog tijd en medicijnen hebben voor de spoedgevallen. Het is hetzelfde nee dat de huisvrouwen te horen krijgen als ze op zoek gaan naar gas voor het fornuis of olie voor in de pan. Of het nee van de baliemedewerker op de bank aan een fabrieksarbeider die aan het eind van de maand zijn salaris dacht op te halen.

Hoe houdt Zimbabwe het vol, met een inflatie van 427 procent, die aan het einde van het jaar waarschijnlijk zal zijn verdubbeld? Hoe bestaat het dat Zimbabweanen nog steeds winkelen, en de supermarkten nog steeds barsten van de klandizie? Waarom is de wankelende economie van Zimbabwe nog niet ingestort?

Het eerste antwoord ligt bij de regering van president Mugabe, die volgens econoom Tony Hawkins net als de middenstand voortdurend `nee' verkoopt. Hij noemt het de `economie van ontkenning', of `Mugabonomie'. ,,Benzine?'' schamperde Mugabe vorige maand nog. ,,Wij hebben helemaal geen benzine nodig. We hebben het Westen niet nodig.''

Sinds in 1999 het Internationaal Monetair fonds en andere geldschieters weigerden nog te lenen aan de regering van Zimbabwe, zijn buitenlandse valuta zo goed als opgedroogd. De verdrijving van de grootste exporteurs in het land, de blanke boeren, heeft de schaarste verder aangejaagd. De laatste schatting is dat er dit jaar niet meer dan 1,2 miljard Amerikaanse dollars het land (officieel) zijn binnen gekomen.

De schaarste van de dollar heeft tot een onstuitbare ontwaarding van de Zimbabweaanse dollar geleid op de zwarte markt, waar je voor een Amerikaanse dollar tegenwoordig 6.000 Zimbabweaanse krijgt. Toch blijft de regering vasthouden aan een officiële koers die zeker zes keer hoger is. Devaluatie is uit den boze. De laatste minister van Financiën die dat durfde te opperen, werd ontslagen. Want devaluatie zou de totale schuld van 10 miljard Amerikaanse dollars onbetaalbaar maken.

Intussen betaalt Zimbabwe zelfs de kleinste boodschappen met kilo's papier. De drukpersen kunnen de vraag niet meer bijhouden. De Centrale Bank heeft alles geprobeerd. Pinautomaten mogen per klant per dag niet meer briefgeld spuien dan de waarde van twee broden. De bank stelde voor om dan maar reischeques als geldig betaalmiddel in te voeren. En nu zijn er ook `Bearer Cheques', slechts geldig voor vier maanden en gedrukt op de oude biljetten van 50 dollar omdat zowel het papier als de inkt in de staatsdrukkerijen is opgedroogd.

De economie blijft draaien. Nog een verklaring daarvoor ligt op de lange tafels van de aandelenbeurs in Harare. De beursvloer in de hoofdstad is geen arena van schreeuwende hoekmannen en monitoren vol getallen als wandelende mieren. In Harare worden de aandelenkoersen nog met zwarte stift op een bord geschreven en bieden de gemiddeld twintig handelaren met pen en papier.

,,Het is eigenlijk gênant'' zegt de directeur van de aandelenbeurs, Emmanuel Munyukwi. Het bruto binnenlands product van Zimbabwe zal dit jaar 12 tot 15 procent krimpen tot het niveau van de onafhankelijkheidsdag 23 jaar geleden. ,,Maar in het meer dan honderdjarig bestaan van de beurs hebben we nog nooit zo hoog gestaan.'' Vorige maand sloegen de computers van de administratie op tilt toen de totale waarde van de aandelen het triljoen passeerde. In minder dan een jaar zijn de aandelen meer met dan 500 procent in waarde gestegen. Zoveel nullen waren nog niet eerder vertoond. Met de torenhoge inflatie zijn aandelenhandelaren in Zimbabwe verzekerd van succes. ,,Koop vandaag en verkoop over vier maanden voor een tienvoud'', zoals de directeur zegt. Vooral de exportbedrijven drijven de koersen op: grondstoffen, textiel, tabak.

Lenen is een lachertje geworden in Zimbabwe. De rente staat weliswaar inmiddels op 98 procent maar omdat de inflatie meer dan vier keer zo hoog is laat geen handelaar zich daardoor afschrikken. Bedrijven die zeggen te lenen voor productie en dus niet voor speculatie kunnen zelfs op een rente van 15 procent rekenen. Pas de rente aan, smeken analisten, maar de regering van president Mugabe peinst er niet over en wijst wederom naar de totale schuld van 10 miljard Amerikaanse dollars.

Een andere verklaring voor de wonderbaarlijke veerkracht van Zimbabwe staat in lange rijen voor de ambassade van Zuid-Afrika, even buiten de hoofdstad. Elke dag proberen duizenden Zimbabweanen hier een visum te krijgen voor het buurland. ,,Een weekje Zuid-Afrika is genoeg om maanden in Zimbabwe te kunnen overleven'', zegt Wellington die aan de andere kant van de grens lakens gaat verkopen.

Familieleden die het land hebben verlaten bieden de Zimbabweanen hun beste levenslijn. Naar schatting drie van de dertien miljoen Zimbabweanen hebben de afgelopen jaren hun vaderland verlaten. Een kleine donatie in ponden of euro's is een fortuin in Zimbabweaanse dollars voor de achterblijvers. Ook makelaars en bouwbedrijven in Zimbabwe zeggen in decennia niet zulke goede zaken te hebben gedaan.

Zimbabwe is een land gebouwd op de schouders van doordouwers, herinnert econoom John Robertson. Het is tenslotte niet voor het eerst dat het land het zonder hulp van het buitenland moet stellen. Ook onder het vijftien jaar durende blanke regime van Ian Smith zorgden sancties voor grote tekorten. ,,Zimbabwe is gelukkig geen bedrijf'', troost hij. ,,Een bedrijf kan failliet gaan. Maar een land blijft altijd bestaan.''