Malaise rond kunstbeurs FIAC

De grote Franse kunstbeurs FIAC verliest aan belang. Vooral de concurrentie uit Londen wordt sterker. Toch is er van vandaag tot en met maandag weer veel fraais te zien en te koop.

Ieder jaar is het raak, maar deze keer lijkt het raker dan ooit. De gisteren geopende Foire Internationale d'Art Contemporain, beter bekend als FIAC, wordt verscheurd door Hoekse en Kabeljauwse twisten. En dat terwijl de grootste Franse beurs voor moderne kunst dertig jaar bestaat en iedereen te spreken is over het niveau van de verjaarseditie.

Het probleem is dat de Franse kunstmarkt het aflegt tegen die van Groot-Brittannië, Amerika, Duitsland en Zwitserland. Daar komt het, alle gevoeligheden, bezwaren en controverses in aanmerking genomen, op neer. Zelfs de Nederlandse kunstmarkt, die grote verzamelaars zou tellen, wordt als lichtend voorbeeld aangehaald.

Vonk in het kruitvat is de nieuwe beurs in Londen, Frieze, waarvan de eerste editie op 17 oktober opent. De beurs, opgericht door het gelijknamige kunsttijdschrift, is erin geslaagd 120 galeries te verleiden tot deelname, waarvan 70 procent uit het buitenland komt. De FIAC kan weliswaar bogen op 175 deelnemers, maar daarvan komt slechts 51 procent uit het buitenland. Dat is niet alleen 2 procent minder dan vorig jaar, ook hebben voor het prestige onontbeerlijk geachte New Yorkse galeries als Gogosian en Gavin Brown de voorkeur gegeven aan Frieze ten koste van de FIAC, net als overigens enkele galeries uit Frankrijk zelf (Air Paris, Chantal Crousel). Dat begin deze maand de jonge concurrerende beurs Art Paris, een afsplitsing van de FIAC, gehouden werd, versterkt de malaise en versnippering alleen nog maar.

Het is niet alles. Volgens de uit galeriehouders bestaande selectiecommissie van de FIAC zet het organiserende bedrijf Reed Exposities, ook eigenaar van fotobeurs Paris Photo, met Jean-Daniel Compain niet de juiste directeur in. Compain is verantwoordelijk voor de organisatie van 56 beurzen, variërend van sport tot kunst, en kan weliswaar goed organiseren, maar hij mist een artistieke visie. Een poging om Lorenzo Rudolf, de oprichter van Art Basel, de belangrijkste kunstbeurs ter wereld, aan te trekken is mislukt. De selectiecommissie verwijt Reed het gebrek aan een `leidend idee'.

Maar de commissie zelf is ook verdeeld. De machtspositie van Yvon Lambert, van de gelijknamige galerie en dit jaar voor het laatst voorzitter, wordt gehekeld, generatieconflicten spelen een rol en een `leidend idee' van de commissie zelf komt door al het interne gesteggel ook niet uit de verf. De jonge galeriehouder Emmanuel Perrotin is uit de commissie gestapt, met opgaaf van allerlei diplomatiek verwoorde redenen die zinderen van de frustratie.

Het resultaat is dat slechts vijf Amerikaanse galeries meedoen aan de dertigste editie van FIAC en dat belangrijke andere als Waddington en White Cube zijn weggebleven. De FIAC biedt dit jaar desondanks veel bezienswaardigs, met een 'video-cube' en `Perspectives', een onderdeel met nieuwe tendenzen. Maar de moordende concurrentie met andere beurzen doet zich niet alleen op het vlak van kopers gelden. Al het moois dat de FIAC toont, is bekend van elders, verrassingen zijn er niet.