Macht in wereldeconomie straks naar China en India

Nog voor 2040 verliezen de gevestigde westerse industrielanden de macht over de wereldeconomie.

India en Brazilië lieten vorige maand het machtswoord klinken tijdens de wereldhandelsconferentie in het Mexicaanse Cancún. Rusland is politiek gezien al jaren het achtste lid van de groep van zeven grootste industrielanden, en werd door kredietbeoordelaars gisteren opgewaardeerd tot `veilig' investeringsland. China ontwikkelt zich in hoog tempo tot een majeure markt voor zowel de afzet als de productie van industriële goederen en het land werd dit jaar ook nauw betrokken bij G7-zaken.

De boodschap: zonder betrokkenheid van deze vier grote landen gaat het niet langer in de internationale economie. Dat werd dit jaar steeds duidelijker. Terwijl het Westen nog intern worstelt met de vraag hoe en of het groeiende gewicht van deze vier in de wereldeconomie geformaliseerd moet worden, snellen buiten de ontwikkelingen voort. Want zo lang duurt het niet meer of de gevestigde industrielanden zijn eenvoudigweg de machtigste niet meer in de wereldeconomie.

De Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs kwam deze week met een uitgebreide studie naar de verwachte opkomst van de `BRIC-landen' (Brazilië, Rusland, India en China) in de komende decennia. Op dit moment is, in dollars van vandaag gerekend, de omvang van het bruto binnenlands product (bbp) van de vier nog bescheiden. Samen zijn ze goed voor maar anderhalf maal het bbp van Duitsland, en een kwart van het bbp van de Verenigde Staten.

Die bescheiden uitgangspositie maskeert het enorme groeipotentieel van de vier landen. Een greep uit de resultaten van Goldman Sachs: in 2016 wordt de Chinese economie – nu al een steeds belangrijker financier van de VS – de op een na grootste ter wereld, na die van de Verenigde Staten. Omstreeks 2041 haalt China de VS in.

Opmerkelijk is ook de opkomst van India. In 2023 zal de Indiase economie volgens de projecties al groter zijn dan de Duitse, in 2032 wordt Japan gepasseerd en vanaf dan is India op de VS en China na de grootste economische wereldmacht. Brazilië en Rusland zijn tegen die tijd groter dan de grote EU-landen als Groot-Brittannië, Duitsland, Frankrijk en Italië.

Op verzoek rekende Dominic Wilson van Goldman Sachs ook de omvang van de – tegen die tijd met Oost-Europa uitgebreide – Europese Unie uit. India zal volgens die schatting in de loop van de jaren veertig op zijn eentje de EU in omvang overstijgen.

Zijn Chinezen, Indiërs, Brazilianen en Russen tegen die tijd ook welvarender dan wij? Dat nog niet. Per hoofd van de bevolking halen alleen Russen straks het Europese niveau van 2050. In dat jaar is de gemiddelde Chinees waarschijnlijk even welvarend als wij vandaag de dag zijn.

Het ver in de toekomst projecteren van economische ontwikkelingen is geen kwestie van het simpelweg doortrekken van het recente groeitempo naar de komende decennia. Vandaar dat ook werd getest hoe het model zich zou hebben gedragen als het in 1960 zou zijn losgelaten op Duitsland, Japan en Zuid-Korea.

[Vervolg DE GROTE VIER: pagina 15]

DE GROTE VIER

Japan van 1960 is het China van 2003

[Vervolg van pagina 1]

De uitkomst van het terugtesten naar 1960 was volgens Wilson en zijn mede-onderzoekers bevredigend genoeg om de projecties tot 2050 te kunnen dragen. Teruggrijpen naar 1960 onderstreept tevens dat de ontwikkelingen in een paar decennia razendsnel kunnen gaan. Destijds waren Duitsland en Japan de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog nog maar net te boven, en was Zuid-Korea wat we vandaag een ontwikkelingsland zouden noemen.

De vier BRIC's, Brazilië, Rusland, India en China, profiteren nu met relatief hoge groeivoeten van het `catch up'-effect: de productiviteit is er nog zo veel lager dan in het Westen dat er forse groei mogelijk is in de `inhaalperiode'. De kapitaalsintensiteit is nog laag, en aangezien het rendement op kapitaal structureel hoger is, zal een toename van de investeringen zich aanvankelijk vertalen in een relatief gunstige groeivoet. Bovendien kunnen de landen, net als Japan of Hongkong destijds, gebruik maken van de technologie die al in het westen voor handen is.

Zoals ook hier gebeurd is, zal het tempo van de economische groei gaandeweg afnemen. Dat heeft bijvoorbeeld te maken met het afnemen van het catch-upeffect, maar ook met demografische ontwikkelingen. Op basis van Amerikaanse overheidsschattingen neemt Goldman Sachs aan dat het aandeel van de beroepsbevolking in de totale bevolking over de eerstvolgende vier decennia met gemiddeld zo'n tien procentpunten afneemt tot rond de 55 procent in 2050. Een land als China houdt zijn gemiddelde economische groei van nu 8 procent om al dit soort redenen dus niet voor eeuwig vol. Tegen 2050 zal de groeivoet van China 2,9 procent per jaar bedragen, en die van Rusland 1,9 procent. India en Brazilië houden hogere groeivoeten vol.

Goldman Sachs maakte deelprojecties van de demografische ontwikkeling, de investeringsontwikkeling en de productiviteit. Kleine afwijkingen in deze vooronderstellingen geven door de jaren heen grote verschillen in de uitkomst, zo benadrukken de onderzoekers van de zakenbank.

Een belangrijke factor in de opkomst van de vier is de wisselkoers. Mede omdat de productiviteit nu veel lager is dan die van de Westerse economieën, is de daadwerkelijke wisselkoers nu veel lager dan de wisselkoers die verwacht zou worden bij koopkrachtpariteit tussen het Westen en de opkomende landen. Naarmate het productiviteitsverschil dichtloopt, is dan ook een appreciatie van de wisselkoers te verwachten. Om inflatieprojecties te ontlopen, hanteert Goldman Sachs overigens een reële wisselkoersprojectie. Het resultaat is dat, in een gemeenschappelijke munt (de dollar) gemeten, de `waarde' van bijvoorbeeld het Chinese bruto binnenlands product wordt opgestuwd in de vergelijking met het Westen.

Hoe zit het met de `gevestigde machten'? In 2050, zo valt te verwachten, zijn we in Europa de helft `welvarender' dan nu, als welvaart mag worden uitgedrukt in het bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking in dollars van 2003. In de Verenigde Staten, waar de gemiddelde groeivoet wat hoger zal zijn, is de ontwikkeling nog gunstiger. Is het bbp per hoofd in de VS nu zo'n anderhalf keer zo hoog als in de EU, in 2050 is dat al bijna een factor twee.

Waarom verdiepen zakenbanken als Goldman Sachs zich in zo'n verre toekomst? Voor beleggers is een lange-termijnscenario verre van vrijblijvend. De waarde van een aandeel is te beschouwen als de nu contant gemaakte optelsom van de stroom van toekomstige bedrijfswinsten waar de aandeelhouder recht op heeft. Aangezien 80 procent van die contant gemaakte winst pas wordt gemaakt over tien jaar en later, is het niet onbelangrijk om ver de toekomst in te denken. Want waar zal de bulk van de mondiale bedrijfsinkomsten dan vandaan komen? Alle opties zijn open, maar één ding lijkt zeker. Niet uit Europa.