Het wielrennen in Canada is vooral geschiedenis

Met de WK wielrennen in Hamilton maakt het peloton weer eens een uitstapje buiten Europa. Het evenement is ook een beetje het feestje van Steve Bauer, de beste wielrenner die Canada voortbracht.

Het is vandaag een heerlijke dag om er met de fiets op uit te gaan, luidde gisteren een advies bij het weerbericht in de WK-bijlage van de plaatselijke krant, The Hamilton Spectator. Zon, vierentwintig graden en een matige zuidwestenwind; het is de Indian Summer op z'n best. Terrassen van cafés in Hamilton zitten 's middags vol, af en toe rijdt een auto met open dak voorbij. De komende dagen komt er nauwelijks verandering in het warme herfstweer. Zondag slaat het volgens de voorspellingen om: in de regen en bij aanzienlijk lagere temperaturen zullen zondagmiddag de profs hun 21 ronden van elk 12,4 kilometer rijden.

Het is pas de vijfde keer in de geschiedenis van de wereldkampioenschappen dat de titelstrijd zich buiten Europa afspeelt. In 1927 werd het eerste WK-toernooi gehouden, op de Nürburgring in Duitsland, maar het zou nog vijftig jaar duren voordat het peloton de oude wereld verliet. Opvallend is dat het telkens Europese renners waren die overzee de dienst uitmaakten. In 1977 werd Francesco Moser wereldkampioen in het Venezolaanse San Cristobal. In 1986 triomfeerde de Italiaan Moreno Argentin in het Amerikaanse Colorado Springs, in 1990 werd de Belg Rudy Dhaenens wereldkampioen in het Japanse Utsunomiya en vijf jaar later won de Spanjaard Abraham Olano de wereldtitel bij de Colombiaanse hoofdstad Bogota.

Voor Nederlandse begrippen is Hamilton, zo'n zestig kilometer ten zuiden van Toronto en gelegen aan Lake Ontario, een grote stad. Over het aantal inwoners zijn ze het hier niet helemaal eens. `Population 491.000' vermeldt een bord op de stadsgrens aan de kant van Toronto. Wie binnenrijdt vanuit Burlington, een stad ten oosten van Hamilton waar de Nederlandse ploeg is gehuisvest, ziet een bord met `population 503.000'. Onomstreden is de schoonheid van Hamilton en omgeving. Een van 's werelds grootste attracties bevindt zich ongeveer zestig kilometer ten zuidoosten van de stad: de watervallen van Niagara.

Het Canadese wielrennen is aanzienlijk minder indrukwekkend dan het natuurschoon. De Canadese ploeg bij de wegwedstrijd van de WK van een jaar geleden in Zolder bestond uit slechts één man, Charles Dionne. Kort voor de WK viel hij toen op door het criterium van San Francisco te winnen, een race met veel venijnige beklimmingen in het hart van de Californische stad waar renners van US Postal (George Hincapie, Lance Armstrong) tot zijn belangrijkste concurrenten behoorden. In eigen land brengt het gastland zondag liefst acht wegrenners aan de start.

Het Canadese wielrennen is vooral geschiedenis, en synoniem met één man, Bauer. De beste wielrenner die Canada voortbracht – als enige Canadees droeg hij de gele trui in de Tour de France – is een man van de streek. In het nabijgelegen Beamsville heeft de man die Bernard Hinault, Greg LeMond en Lance Armstrong tot zijn ploeggenoten mocht rekenen een bedrijf dat fietstochten organiseert, Steve Bauer Bike Tours Inc. Nauw betrokken was de 44-jarige oud-renner bij het uitzetten van het parkoers. Oorspronkelijk zat er maar één beklimming in de 12,4 kilometer lange lus in en om Hamilton, Bauer zorgde ervoor dat het parkoers met een hoogteverschil van iets meer dan honderd meter met een extra klim wat zwaarder werd.

Bij de WK staat meer op het spel dan tien wereldtitels (voor mannen en vrouwen ieder vijf disciplines), tenminste zo wilde Dick Pound als voorzitter van het anti-dopingagentschap WADA de wereld eerder deze week doen geloven. Aan de vooravond van het WK liet de Canadees weten dat hij zich eraan stoort dat de internationale wielerunie (UCI) de anti-dopingcode van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) nog niet heeft onderschreven. Als ze dat niet doen, zei Pound streng, dan wordt wat hem en zijn organisatie betreft volgend jaar het wielrennen geschrapt van het olympische programma in Athene.

,,Niet serieus nemen'', liet UCI-voorzitter Hein Verbruggen zich gisteren in de wandelgangen ontvallen. ,,Pound is een Noord-Amerikaan en die mensen werken met dreigementen. Die kunnen niet normaal communiceren. Lawyer's talk is het.'' Verbruggen wijst erop dat alle internationale sportbonden de anti-dopingcode moeten ondertekenen en dat de UCI niet de enige is die dat nog niet heeft gedaan. Wie niet tekent, gaat niet naar de Zomerspelen, maar zo'n vaart zal het volgens Verbruggen niet lopen. Hij heeft er alle vertrouwen in dat het uiteindelijk tot ondertekening komt. ,,De advocaten zijn er nog mee bezig. Het kost gewoon tijd. En we laten ons door Pound niet opjagen.''