Het Westen wordt sterker door immigratie

Arbeidsmigratie is misschien wel een van de meest doeltreffende manieren om de armoede in de wereld te overwinnen, meent Johan Norberg.

Het vermogen om mensen van buiten aan te trekken is bepalend voor de vraag welke economieën in de toekomst zullen groeien en welke zullen stagneren. De uitdaging zal zijn om immigranten aan te trekken, niet om ze proberen weg te houden. Het probleem zal niet zijn om werk voor de mensen te vinden, maar om mensen voor het werk te vinden.

Om die reden zien we op het ogenblik iets wat ik `de strijd om vakbekwaamheid' zou willen noemen. Regeringen proberen begaafde en geschoolde mensen met bepaalde vaardigheden tot immigratie te bewegen.

Maar hier zit wel iets tegenstrijdigs aan. Enerzijds proberen regeringen geschoolde mensen te werven. Anderzijds maken ze het asielzoekers steeds moeilijker om onze landen binnen te komen, waardoor illegale immigranten stikken in vrachtwagens en aan de zuidkust van Europa lijken van vluchtelingen aanspoelen, in steeds wanhopiger pogingen naar hier te komen. Deze moreel verontrustende poging om sommigen te werven en anderen weg te houden heeft geen kans van slagen.

We hebben namelijk ook de ongeschoolde arbeiders nodig, bijvoorbeeld voor het werk in de dienstverlening dat de eigen bevolking niet wil doen. Dat wil niet zeggen dat iedereen zich in onze landen zou moeten vestigen. Integendeel. Een van de grootste problemen bij de beheersing van de immigratie is dat mensen die alleen maar tijdelijk in onze landen wilden werken, gedwongen worden zich hier te vestigen. Traditioneel hield immigratie in dat buitenlandse arbeiders hier kwamen werken als er vraag naar arbeid was, en bij een recessie gingen ze terug naar huis.

Maar vanaf de jaren zestig, toen we de immigratie gingen sturen, was dit niet meer mogelijk. Toen hielden de buitenlandse arbeiders ook in een tijd van werkloosheid hun verblijfsvergunning stevig tegen de borst, anders wisten ze niet zeker of ze, als er weer vraag naar arbeid was, wel weer terug mochten komen. Om die reden is op zoveel plaatsen het gastarbeiderssysteem mislukt. Zonder de vrijheid hier te werken wanneer ze wilden, gingen ze proberen zich hier blijvend te vestigen.

Wij hebben dus baat bij immigratie. Maar ten koste van wie? Waarschijnlijk de landen waaruit de immigranten weggaan, zeggen sommigen. Arme landen verliezen hun knapste, best geschoolde en bekwaamste mensen, uitgerekend de mensen die deze landen echt nodig hebben om in staat te zijn zich te ontwikkelen en te groeien. Als klassiek liberaal ben ik het principieel oneens met deze redenering. Mensen zijn geen eigendom van hun land, ze zijn geen middelen tot de doelen van hun maatschappij. Mensen zijn een doel op zichzelf. En als de staat mensen hun vrijheid ontzegt, zodat ze weg moeten gaan om een goed en productief leven te leiden, dan moet de staat en niet de mens veranderen.

Maar de redenering gaat ook op praktische gronden mank. Als mensen uit hun land weggaan, heeft vaak ook het land daar om een aantal redenen baat bij. Eén ervan is dat de kans om elders meer te verdienen inhoudt dat meer mensen hoger onderwijs gaan volgen. Omdat niet iedereen weggaat, kan het onderwijspeil zelfs stijgen. Veel mensen gaan uiteindelijk ook weer terug naar hun land van herkomst, en dan hebben ze nieuwe vaardigheden en denkbeelden die hun maatschappij ten goede komen. Ook groeien handelsbetrekkingen en zakelijke banden tussen landen die arbeiders in- en uitvoeren.

En vooral leveren de immigranten met hun overdrachten een aanzienlijke bijdrage aan hun thuiseconomie. De overdrachten verhogen de koopkracht in arme landen en helpen zo de landbouw en het bedrijfsleven en bevorderen aldus de groei van de hele economie. Arbeidsmigratie is misschien wel één van de meest doeltreffende manieren om de armoede in de wereld te overwinnen.

Maar om ons met succes open te stellen, moeten we twee belangrijke uitdagingen het hoofd bieden. De eerste is om niet alleen de belemmeringen aan de grenzen weg te nemen, maar ook onze binnenlandse barrières voor integratie te slechten: de regelgeving die de toegang tot de arbeidsmarkt bemoeilijkt, de voorzieningenstelsels en belastingen die het lastiger maken om je brood te verdienen, de bureaucratie die het moeilijk maakt een bedrijf te beginnen. Mensen moeten hier niet op kosten van de belastingbetaler kunnen komen wonen. Ze mogen hier komen en in hun eigen onderhoud voorzien of leven op kosten van hun familie.

Immigratie maakt de problemen van onze verzorgingsstaat meer dan zichtbaar. Onze geordende verzorgingsstaat gaat uit van de eenheidsgedachte, maar die eenheid bestaat niet. Dat blijkt des te duidelijker wanneer als er mensen uit een andere cultuur aan worden onderworpen.

De tweede uitdaging is het gevaar van botsende culturen. Ik denk niet zozeer aan het gevaar dat cultuurverschillen tot vijandigheid en geweld in onze straten zullen leiden. Ik denk aan de belangrijker vraag of het gevaar bestaat dat immigranten met heel andere waarden een bedreiging vormen voor de liberale samenleving. Zullen we een grote toevloed van mensen zien die niet de waarden delen van Verlichting, secularisatie, gelijkheid, tolerantie? De populistische politicus Pim Fortuyn sneed dit thema aan en blijkbaar vonden veel Nederlanders dit echt een gevaar. En dat was geen racisme – het was en is een gewettigde zorg.

Zijn onze samenlevingen door de immigratie minder liberaal geworden? En leidt de aanwezigheid van twaalf tot vijftien miljoen moslims in de Europese Unie tot import van de vrouwenonderdrukking die in moslimlanden heerst? Mijn voorlopige antwoord is nee. Tot dusver zien we niets wat erop wijst dat dit in onze maatschappij tot meer onderdrukking leidt; onze wetgeving wordt vooralsnog niet minder tolerant en gelijk – integendeel. De gezinsstructuur in moslimgezinnen is weliswaar over het algemeen meer autoritair en patriarchaal dan bij ons, maar dat zou natuurlijk ook zo zijn geweest als ze niet uit hun geboorteland waren weggegaan. En we kunnen er hier een matigende invloed op hebben door middel van westerse culturele invloeden en ons rechtsstelsel.

De overgrote meerderheid van de moslims in de Europese Unie bestaat uit respectabele, hardwerkende niet-fundamentalisten, die niet eens naar de moskee gaan. Blijkbaar is de islam als zodanig dus niet onverenigbaar met de westerse maatschappij. Godsdienstig fundamentalisme en traditionalisme daarentegen zijn dat wel. Net als het christendom voordat dit werd geseculariseerd en gemoderniseerd.

Waar we dus naar moeten streven is dat de islam dezelfde secularisatie en modernisering gaat doormaken als wij, en de godsdienstleer gaat scheiden van de staat. De moslim-immigratie draagt daartoe bij. Niet alleen omdat de moslims in het Westen een natuurlijk belang hebben bij de tolerantie van de niet-islamitische maatschappij waarin ze leven. Ook omdat tegenwoordig de meeste creatieve gedachten en nieuwe interpretaties van de islam van moslims in het Westen komen. De ontwikkeling van de leer, die in moslimlanden verboden is, gaat hier door. Dit kan leiden tot een meer seculiere en tolerante vorm van de islam, die ook in moslimlanden verandering zou kunnen brengen.

Er zijn op het ogenblik mensen die zich aangetrokken voelen tot de fundamentalistische leer en de doctrines van de haat, en sommigen nemen zelfs hun toevlucht tot terrorisme. In dat geval is het nodig dat wij pal staan voor onze waarden. Misschien gaat dat ook op voor het geweld dat enkele imams in grote Nederlandse steden prediken. Maar om bepaalde politiek-correcte redenen staan wij toe dat mensen om godsdienstige redenen haat en moord prediken. Het wordt tijd dat onze liberale maatschappijen ophouden zich te verontschuldigen, hun zelfvertrouwen herwinnen en verklaren dat onze weg die van tolerantie en vrijheid is, en wie eropuit is dit kapot te maken verdient geen tolerantie.

De Zweed Johan Norberg is auteur van het boek `In Defence of global capitalism', in Nederland uitgegeven onder de titel `Leve de globalisering'. Bovenstaande tekst is een bewerking van de Telders-lezing die Norberg op 25 september hield bij de Teldersstichting in Leiden.