Getergde tycoon toont zijn vuisten

In de zaak Tomy versus Tempo staan de zakenman en de dichter tegenover elkaar. Hoe vrij kan de pers in Indonesië opereren?

Op 29 september liet de rechtbank van Jakarta-Oost beslag leggen op de bescheiden woning van weekbladredacteur en dichter Goenawan Mohamad. De rechter baseerde zijn besluit op ,,de vrees van eiser dat gedaagde bewijsmateriaal laat verdwijnen''. Eiser is Tomy Winata, onroerendgoedmagnaat en uitbater van gokpaleizen. De beslaglegging is een absurd dieptepunt in het proces dat deze onderwereldfiguur heeft aangespannen tegen de meest gerespecteerde journalist van Indonesië.

Volgens Winata gaat het om zijn `goede naam', maar volgens gedaagde – en velen met hem – staat in deze zaak niets minder op het spel dan de persvrijheid in Indonesië. Ook is de vraag aan de orde waardoor de rechterlijke macht, de politie en het stadsbestuur van Jakarta zich laten leiden: door de wet of door de vuisten en de geldbuidels van de hoofdstedelijke maffia?

Winata, een etnisch-Chinese zakenman, eist van Mohamad en een landelijk dagblad genoegdoening ten bedrage van 21 miljard roepia (2,5 miljoen euro). Op 13 maart bracht Mohamad, oprichter en senior redacteur van het weekblad Tempo, met andere intellectuelen van naam een bezoek aan het landelijke hoofdkwartier van de politie. Hij zei daar: ,,Wij willen niet dat de Republiek Indonesië in handen valt van gangsters, ook niet in die van Tomy Winata.'' Koran Tempo, het dagblad van de Tempo-groep, had dit citaat afgedrukt.

Het verhaal begint op 19 februari van dit jaar. Toen brak brand uit in de Pasar Tanah Abang, de grootste en oudste stoffenmarkt van Zuidoost-Azië, in het hartje van Jakarta. Blusauto's liepen vast in de wirwar van steegjes en kraampjes en de meeste brandkranen in de buurt gaven geen water. 5.600 stalletjes en miljoenen meters textiel vielen ten prooi aan de vlammen.

Op 3 maart publiceerde Tempo een artikel onder de kop `Zit Tomy achter Tanah Abang?' Redacteur Ahmad Taufik had van een aannemer gehoord dat Winata drie maanden vóór de brand bij de stadsprovincie Jakarta een voorstel had ingediend voor renovatie van de markt voor een bedrag van 53 miljard roepia (6,5 miljoen euro). De aldus gemoderniseerde winkels zouden voor de meeste kraamhouders van Tanah Abang onbetaalbaar worden. Winata was om wederhoor gevraagd en ontkende dat hij zo'n plan had ingediend. Tempo: ,,Het verzet van de marktkooplui tegen de renovatieplannen maakt de theorie van boos opzet geloofwaardig. Een brand – al of niet aangestoken – zou de uitvoering van de plannen immers vereenvoudigen? Dat zou ook Tomy goed uitkomen.''

Winata spande een proces aan wegens smaad, maar liet het daar niet bij. Op 8 maart verzamelden zich zo'n tweehonderd uit de kluiten gewassen mannen voor het kantoor van Tempo. Met spandoeken en megafoons beschuldigden zij het weekblad van `laster'. De meeste betogers droegen uniformen van de particuliere bewakingsdienst van Winata's Artha Graha Groep. Onder leiding van David Tjiu, alias A Miauw, een bekende figuur in de Chinese onderwereld, haalde de menigte het hek omver en drong de redactieburelen binnen. Daar eiste Tjiu dat redacteur Taufik zijn bron onthulde. Taufik weigerde, liet de dagvaarding zien en zei dat de zaak intussen voor de rechter lag. Tjiu gaf hem een klap en zei: ,,Jullie gaan mee naar de politie, nu. Zo niet, dan steken we de zaak in brand.'' Hoofdredacteur Bambang Harymurti vergezelde Taufik en Tjiu naar het bureau Jakarta-Centrum.

Ook Tjiu's vechtersbazen gingen mee. In het politiebureau werd Bambang door hen afgetuigd. Hij kreeg een stomp in zijn maag, een klap tegen zijn hoofd en trappen in zijn zij. De aanwezige agenten keken een andere kant uit. Toen Bambang protesteerde, schreeuwde Tjiu hem toe: ,,Bek dicht jij. De politie wordt door mij betaald; die lampen hier heb ik gekocht. Ik betaal elke maand 150 miljoen roepia (20.000 euro) aan journalisten zoals jij. Daar is een lijst van. Gouverneur Sutiyoso (van de stadsprovincie Jakarta) heeft zijn baan aan mij te danken.''

Tjiu is met Winata opgegroeid in Pontianak (West-Kalimantan) en heeft met hem op school gezeten in Jakarta. In Kota, de oude stad, staat hij bekend als inner van speelschulden. Hij is uitbater van één van Tomy's casino's en tevens `hoofd beveiliging' van diens gokimperium. Winata haastte zich te verklaren dat hij `zijn jongens' voor de actie tegen Tempo een uitbrander had gegeven. Hij zei ook dat de `betogers' vergunning hadden.

Het geweld tegen de Tempo-journalisten maakte een golf van protesten los onder collega's, rechtsgeleerden, religieuze leiders en organisaties voor de mensenrechten. Oud-president Wahid nam Tempo in bescherming en Amien Rais, voorzitter van het Volkscongres, noemde de inval bij Tempo ,,een aanval op één der zuilen van de hervormingsbeweging''.

Intussen hebben beide partijen processen aangespannen, maar het blijkt voor de pers niet eenvoudig om zijn recht te halen. De rechtbank van Jakarta-Centrum sprak David Tjiu deze zomer vrij van geweldpleging en vorige week liet een andere rechter beslag leggen op het huis van Tempo-veteraan Goenawan Mohamad. Tal van juristen, onder wie een rechter, velden een vernietigend oordeel over het beslag.

Nu blijkt dat er in de zaak Tomy vs. Tempo is geknoeid met bewijs. Winata's advocaten kwamen op de proppen met een brief van de gouverneur van Jakarta, generaal b.d. Sutiyoso. Daarin verklaart deze dat Winata nooit een voorstel heeft ingediend voor renovatie van de Tanah Abang-markt. De brief dateert van 13 maart en dat is dezelfde datum waarop Winata's advocaten om zo'n verklaring vroegen. Voor de bureaucratische molens van Jakarta een snelheidsrecord. Sutiyoso's commentaar: ,,Mooi toch? Mijn staf maakt vorderingen.'' Nog vreemder is dat de opdracht van de politie tot beslaglegging van dit bewijsstuk dateert van 12 maart. Het proces-verbaal is mede ondertekend door Winata als verzoekende partij. Tomy is zo goed met de politie en de Jakartaanse bureaucratie dat hij verzoekt om beslaglegging van een brief die nog niet geschreven is.

Een lichtpuntje in de krachtmeting tussen pers en penoze glom afgelopen maandag. Een rechter in Jakarta-Centrum wees een eis van de Alliantie van Onafhankelijke Journalisten (AJI) toe. De landelijke politiechef moet excuses aanbieden omdat de Tempo-redacteuren geen bescherming is geboden in een politiebureau. Hoe deze uitspraak zich verhoudt tot de vrijspraak van David Tjiu is vooralsnog duister. Waarom excuses als er geen sprake was van geweld? Rechter Iskandar Tjakke: ,,Wij kiezen partij voor al wie in het gelijk staat.'' Ahmad Taufik was aangedaan. Hij ging voor de rechter op de knieën en met het voorhoofd op de tegelvloer van de rechtszaal betuigde hij zijn diepe respect.