Foekje

Een poosje geleden kwam ik bij een antiquariaat in Amsterdam in een stapeltje oude foto's van de persfotograaf Ben van Meerendonk een foto tegen van Fanny Blankers-Koen. Ik herkende haar meteen. Ze stond, gehuld in trainingskleding, in een stadion en lachte vrolijk.

Naast haar stond een mij onbekende, donkerharige vrouw, eveneens in trainingskleren, die lachend een arm om Fanny's schouders had geslagen. Wie was die vrouw met dat brede, boerse gezicht?

Ik kwam er pas achter toen ik maanden later dezelfde foto zag in de biografie Een koningin met mannenbenen over Fanny Blankers-Koen, geschreven door de sportjournalist Kees Kooman. Een boeiende biografie die te weinig opgemerkt is, omdat het boek aan het begin van de zomervakanties verscheen.

Kooman schetst een onthullend beeld van de beste sportvrouw vier gouden medailles op de Olympische Spelen van 1948 – die Nederland heeft gehad. Ze bleek niet de ideale moeder-sportvrouw die de media van haar hadden gemaakt. Vrienden, collega's, ja zelfs haar eigen kinderen sparen haar niet. ,,Ik denk dat mijn moeder nooit van zichzelf heeft gehouden'', zegt haar dochter. ,,Dan kan je ook andersom geen liefde of vriendschap geven.''

De harde, egocentrische kant van Fanny kwam scherp tot uiting in haar gedrag tegenover de donkerharige vrouw op de foto. Die vrouw was Foekje Dillema, een Friese atlete. De vrouwen stonden op die foto wel zo zusterlijk naast elkaar, maar onderhuids broeide er een felle animositeit, vooral van de kant van Fanny. Foekje deed nog maar twee jaar aan atletiek, toen ze al fenomenale tijden liep.

Fanny meed rechtstreekse duels met Foekje. ,,Ik loop niet tegen een vent'', zei ze tegen collega's. Voor haar stond het vast dat de uit de kluiten gewassen Foekje een verklede man was. Maar wás dat ook zo? Kees Kooman heeft er geen bewijzen van kunnen vinden.

Integendeel, hij is ervan overtuigd dat Foekje het slachtoffer is geworden van het grootste sportschandaal uit de Nederlandse geschiedenis. Fanny en haar man-coach Jan Blankers, tevens chef sport bij De Telegraaf, zouden hun grote invloed hebben aangewend om Foekje als atlete te liquideren.

Dat lukte. Er volgde een duistere keuring en Foekje kreeg een levenslange schorsing. Ze durfde zich een jaar lang niet meer buiten te vertonen.

Ik vroeg Kooman of hij inmiddels door reacties op zijn boek aan het twijfelen is gebracht. Maar nee, hij gelooft nog altijd dat Foekje het slachtoffer is geworden van manipulaties. Ze had misschien wel te veel mannelijke hormonen, maar ze was wel degelijk een vrouw. Er zijn zoveel van dat soort atletes toen en nu.

Foekje heeft nooit over haar tragedie willen praten, ook niet met Kooman. Ook Fanny wilde er niet meer aan herinnerd worden. ,,Men schaamde zich erover in de atletiekwereld, ik denk Fanny ook'', zegt Kooman.

De twee hoofdrolspelers leven nog. Foekje in het Friese Burum, Fanny als ernstig zieke bejaarde in een verpleeghuis in Hoofddorp.

Van oude atletes, de dingen die voorbijgaan, en dan toch opeens weer terugkomen.