Een beeld voor Jacques Brel

De Belgische chansonnier Jacques Brel is vandaag 25 jaar dood. Het lokale kanaal Mokum TV zendt zaterdag een documentaire uit over zijn band met Amsterdam. Een standbeeld in het Westerpark zou passend zijn, zegt maker Mohamed el-Fers.

Als er ooit in Amsterdam een standbeeld – of desnoods een plaquette – ter herinnering aan Jacques Brel zou komen, zou zo'n eerbetoon volgens Mohamed el-Fers het best passen in het stadsdeel Westerpark. Brel trad er twee keer op, in het gebouw Marcanti aan de Jan van Galenstraat. En na het tweede optreden volgde een kroegentocht door de Amsterdamse binnenstad die hem inspireerde tot het onstuimige Amsterdam, dat volgens de laatste tellingen het meest gedraaide Brel-lied op de Franse radiostations is. Zijn dochter France noemde het zelfs ,,het meest testamentaire nummer'' van haar vader: ,,In dat lied zit alles: het Brelliaanse crescendo, het noorden, de sfeer van een haven, de ambiance van mannen onder elkaar en het parfum van de hoeren.''

Mohamed el-Fers, auteur van de mini-biografie Jacques Brel die dit jaar verscheen bij uitgeverij Mets & Schilt, legt dezer dagen de laatste hand aan een documentaire over Brel en Amsterdam die van zaterdagavond tot zondagochtend continu wordt vertoond op het lokale kanaal Mokum TV. ,,Het lijkt wel of Brel hier nu nog veel populairder is dan tijdens zijn leven'', zegt El-Fers. ,,En het zou dus best passend zijn om hem in deze stad blijvend te herdenken.''

El-Fers' verhaal begint op de avond van 20 februari 1963, toen Jacques Brel voor het AVRO-programma Domino kwam zingen in Marcanti – een uitzending die vanavond, precies 25 jaar na 's mans dood, wordt herhaald op de Belgische zender Canvas (22.55 uur). Het was een geslaagd optreden, aldus de tv-recensent van het Algemeen Handelsblad: ,,Hij bracht zijn liedjes op onnavolgbaar gespannen wijze.'' Na afloop van de opnamen wenste Brel met zijn Nederlandse vertaler Ernst van Altena koers te zetten naar de Wallen. Zo slenterde het tweetal langs de rood verlichte ramen, tot hun wegen zich scheidden. Van Altena zette koers naar de artiestensociëteit De Kring aan het Leidseplein, terwijl Brel veel liever nog wat buurtkroegen bezocht.

Uiteindelijk kwam de chansonnier terecht in café De Kuil in de Oudebrugsteeg. Nog jaren later wist de trotse eigenaresse mee te delen, dat zij ooit ,,die Belgische zanger'' over de vloer had gehad. Het amusement bestond die nacht uit de accordeonist Jan Froger, alias de in scabreuze liedjes grossierende Bolle Jan, wiens zingende zoon René tegenwoordig veel beroemder is. Men kan slechts gissen naar wat Bolle Jan ten overstaan van Jacques Brel ten gehore heeft gebracht: zijn onschuldige Heimwee naar Mokum of een refreintje als ,,Daar was een meissie uit Naarde / die had een hete behaarde...'' Zelf kan Froger senior zich er niets meer van herinneren, zo is El-Fers gebleken.

Niettemin was het wellicht het schippersklavier van Bolle Jan, dat model stond voor de verscheurende klank van de ranzige accordeon (,,le son déchiré d'un accordéon rance''), die in Amsterdam de verhitte dans van hitsige zeelieden en zwetende wijven begeleidt – tot het instrument het plotseling begeeft: ,,jusqu'a ce que tout à coup l'accordéon expire...'' Zoals café De Kuil wellicht het decor voor het lied leverde. Daar, op een bierviltje, schreef Brel de eerste aanzet voor het lied.

,,Het heet over le port d'Amsterdam te gaan'', concludeert El-Fers, ,,maar in feite gaat het nummer helemaal niet over de haven. Het gaat alleen maar over het interieur van een kroeg.'' Vorige week heeft de biograaf nog aan een verslaggever van Radio France, die wilde weten hoe Brel in Nederland wordt herdacht, de weg gewezen naar de Amsterdamse haven. Maar diens dooltocht door het desolate Westelijk Havengebied kan weinig zilte couleur locale hebben opgeleverd. ,,Hij dacht waarschijnlijk zo'n haven te zien als in Marseille. Nou, die was hier in 1963 óók al niet.''

Zo bezien is er enige grond voor het vermoeden dat Amsterdam slechts bij toeval de locatie van het lied is geworden. Als het ritme hem niet drie, maar twee lettergrepen had voorgeschreven, was het nummer – wie weet – gesitueerd in le port d'Anvers. ,,Amsterdam is een mooi woord, goed gereedschap'', zei Brel in 1966 in een radio-interview. Maar hij had het lied twee jaar eerder, tijdens een optreden in de Parijse voorstad Versailles, met enige aarzeling ten doop gehouden. Het stormachtige applaus verbaasde hem, schreef Johan Anthierens in zijn boek Jacques Brel, de passie en de pijn: ,,De zanger weet niet waar hij het heeft, want hij dacht dat een lied dat zich in Amsterdam afspeelt, het Parijse publiek minder zou aanspreken. Brel is zo onthutst door die onstuimige bijval dat hij zich een ogenblik afvraagt of zijn gulp niet openstaat, of iets van dien aard.''

Geen wonder, zegt El-Fers, dat Amsterdam reden heeft hem dankbaar te zijn.