De Franse uitdaging

De Europese afspraken voor een behoedzaam begrotingsbeleid liggen in duigen nu Frankrijk voor het derde achtereenvolgende jaar een groter begrotingstekort heeft aangekondigd dan is toegestaan. Ook volgend jaar zal het Franse tekort boven de limiet van 3 procent liggen. Grimmig gingen de Europese ministers van Financiën en de Europese Commissie hiermee akkoord – zonder Frankrijk de boetes op te leggen die in het Stabiliteitspact zijn opgenomen om overtreders te straffen die drie jaar achter elkaar een financieringstekort hebben van meer dan 3 procent.

Frankrijk heeft toezeggingen gedaan om in 2005 het tekort te zullen terugbrengen. Wie dan regeert, die dan zorgt, moet minister van Financiën Mer hebben gedacht. Maar de vooruitzichten voor de overheidsfinanciën zijn niet gunstig. De Franse economie stagneert en de Franse staatsschuld neemt toe. Ook dat is een inbreuk op het Stabiliteitspact. Het is trouwens ook een schending van de nieuwe grondwet van de Europese Unie, waarover de slotronde van onderhandelingen deze week is begonnen. Artikel III-76 legt precies vast waaraan de lidstaten zich wat het begrotingsbeleid betreft dienen te houden en welke sancties op wanbeleid staan. Dit artikel is onomstreden. Frankrijk is dus bezig de letter en geest van de nieuwe Europese grondwet uit te dagen.

Desondanks bleken de Europese ministers van Financiën deze week in Luxemburg niet bij machte om Frankrijk tot de orde te roepen. Dit precedent is des te ernstiger omdat van de vijftien lidstaten er dertien zijn die hun openbare financiën op orde hebben dan wel zich inspannen om binnen de grenzen van de afspraken te blijven. Zelfs Duitsland, dat eveneens in gebreke blijft ten aanzien van het Stabiliteitspact, doet moeite zich aan de regels te houden. In Nederland, waar de linkse partijen geneigd zijn het slechte Franse voorbeeld te volgen, kan het geen kwaad zich er rekenschap van te geven dat een meerderheid van de lidstaten een overschot of slechts beperkte tekorten op hun begroting heeft. Dat kan dus ook.

Het Stabiliteitspact – in 1997 onder Franse druk opgetuigd tot `groei- en stabiliteitspact' – heeft tot doel een sluimerend conflict tussen het begrotingsbeleid van de landen die deelnemen aan de euro en het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank te voorkomen. Als nationale overheden hun tekorten laten oplopen, beperken ze de ruimte voor de bank om de rente te verlagen en kan de koers van de munt onder druk komen. Dat laatste is op het ogenblik niet het geval. De euro is sterk. Maar minder problemen met de overheidsfinanciën in de twee grote landen Duitsland en Frankrijk zou de ECB in staat stellen om de rente verder te verlagen.

Vroeger, tot 1995, losten de landen het politieke onvermogen om begrotingen op orde te krijgen op door hun munt in waarde te laten dalen. In het oude Europese monetaire stelsel vonden periodieke aanpassingen van de onderlinge wisselkoersen plaats. Frankrijk heeft daarvan veelvuldig gebruikgemaakt. Maar in de aanloop naar de Economische en Monetaire Unie was die sluipweg afgesneden. Met de euro kunnen overheden niet meer hun toevlucht nemen tot nationale devaluaties. De harde les is dat ze hun begrotingsbeleid op orde moeten hebben. Stabiliteitspact of geen stabiliteitspact, aan le défi Français kan niet worden toegegeven.