Chemie eist onderzoek van Brussel

De chemische industrie eist van de Europese Commissie een onafhankelijk onderzoek naar de economische kosten van een omstreden plan voor registratie en toelating van chemische stoffen.

Volgens de industrie moet er een Europees agentschap met bevoegdheden komen, omdat het plan anders onwerkbaar is. De vertegenwoordigende organisatie Cefic (European Chemical Industry Council) vindt de recente aanpassingen van de Europese Commissie in haar concept-voorstel ,,onvoldoende'' om het systeem van registratie, veiligheidsbeoordeling en toelating werkbaar te maken. De Europese Commissie publiceerde in mei haar plan voor consultatie van belanghebbenden, waarop meer dan 6.000 reacties kwamen. Volgens het oorspronkelijke plan moesten alle chemische stoffen worden onderworpen aan regels voor registratie, beoordeling en toelating. De bewijslast over de veiligheid van de stoffen komt bij de industrie te liggen. De nieuwe regels moeten de risico's voor gezondheid en milieu verminderen.

De eurocommissarissen Liikanen (Bedrijven) en Wallström (Milieu) kwamen onlangs in een nieuw plan met versoepelingen na zware druk van vooral Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië. Zo hadden kanselier Schröder, president Chirac en premier Blair in een brief aan Commissie-voorzitter Prodi ,,substantiële veranderingen'' geëist. De nieuwe chemische regelgeving geldt in Brussel als een belangrijke test voor het Europese industriebeleid.

Volgens het nieuwe concept gelden de strenge veiligheidseisen alleen nog voor stoffen die in hoeveelheden van meer dan 10 ton per jaar worden geproduceerd, waardoor volgens milieuorganisaties als Greenpeace twee derde van de 30.000 chemische stoffen buiten schot blijft. De Europese Commissie wil op 29 oktober met een definitief voorstel komen. De voorzitter van de Europese koepelorganisatie van chemiebedrijven Cefic, Voscherau, toonde zich gisteren tijdens een persconferentie tevreden over de ,,verbeteringen'' van de Commissie. Zo is ook de geheimhouding van vertrouwelijke bedrijfsinformatie beter verzekerd. Maar volgens de Cefic blijven de conceptregels ,,complex, bureaucratisch en belastend'' voor bedrijven. Het door de Commissie voorgestelde Europese Agentschap is niet meer dan een secretariaat van nationale autoriteiten, waardoor bedrijven volgens Cefic met uiteenlopende eisen en met veel bureaucratie te maken krijgen.

Verder vindt Cefic de eisen aan bedrijven over gebruik van vervangende stoffen als deze voorradig zijn ,,te ver'' gaan. De Commissie schat de directe kosten van het nieuwe systeem op 2 tot 3 miljard euro in de komende 11 jaar, terwijl Cefic het op 7 miljard houdt.

Daarnaast zijn er volgens Cefic nog veel hogere indirecte kosten, onder meer omdat het onrendabel wordt bepaalde stoffen nog te produceren. Cefic-voorzitter Voscherau erkende dat zijn eis van een onafhankelijke evaluatie van alle economische gevolgen tot vertraging van de Commissie-plannen leidt.