Begroting EZ: meer woorden dan daden

Mooie woorden over innovatie, bio-tech en kenniseconomie domineerden het debat over de begroting van Economische Zaken. Aan concrete maatregelen ontbreekt het veelal.

Weinig concreet en teveel gericht op elitaire zaken in plaats van economische zaken. Dat was globaal genomen de kritiek die de oppositiefracties in de Tweede Kamer hadden op de begroting van het minsterie van Economische Zaken. De afgelopen dagen debatteerde de Kamer met de verantwoordelijke bewindspersonen, minister Brinkhorst en staatssecretaris Van Gennip, over innovatie, structuurversterking, kenniseconomie, veiligheid op bedrijventerreinen en marktwerking. De Kamer had maar weinig concrete wijzigingsvoorstellen voor de begroting.

De doelstellingen die EZ zich voor de komende jaren heeft gesteld klinken ambitieus. Zo wil het departement dat Nederland tot de top van Europa behoort op de gebieden innovatie, informatie- en communicatietechnologie. Daarin schuilt direct het gevaar voor EZ: het klinkt mooi, maar hoe slaag je er in dat te realiseren. Die vraag bleek moeilijk te beantwoorden. Vooral Van Gennip kon op sommige momenten slechts herhalen dat innovatie nodig was voor een betere bedrijfscultuur, zonder concreet te kunnen maken wat innovatie precies is, laat staan hoe die kan worden verbeterd.

Minister Brinkhorst (Economische Zaken) verraste de oppositie in positieve zin door ferm afstand te nemen van het liberaliseringsbeleid van zijn voorgangers. ,,Ik neem afstand van het drammerige marktwerkingsgeloof'', zei hij, verwijzend naar de dogmatische opstelling van zijn voorgangster Jorritsma (VVD), die onder het motto `als het kan moet je het willen', in principe alle nutsdiensten onder voorwaarden aan de markt wilde overlaten. Brinkhorst betoonde zich, mede door de ,,lessen uit het verleden'', een minister met veel minder vertrouwen in de `tucht van de markt'. Hij wil nutssectoren pas liberaliseren als er voldoende waarborg is voor de kwaliteit van de diensten. ,,Meer markt betekent ook meer overheid'', stelde Brinkhorst en daarmee oogstte hij zelfs bijval van de SP. ,,Er waait een nieuwe wind door het ministerie van Economische Zaken'', zei het Kamerlid Gerkens. Ook het GroenLinks-Kamerlid Vendrik wilde de minister hierin ,,krachtig steunen'' ,,Het is jammer dat deze minister eigenlijk in het verkeerde kabinet zit'', verzuchtte hij.

Brinkhorst maakte in het debat tevens duidelijk hoe hij denkt over de taakverdeling tussen de verschillende toezichthouders (bijvoorbeeld op de energie- en telecommunicatiesector) en de politiek. ,,De minister bepaalt het beleid, en de toezichthouder fungeert als de scheidsrechter die zo scherp mogelijk controleert of het mededingingsrecht wordt nageleefd.'' Een voorstel van het Kamerlid Heemskerk (PvdA) om sommige toezichthouders meer bevoegdheden te geven over de inhoud van de mededingingsregels, wees hij af.

Maar op veel terreinen kan EZ niet veel meer dan `aansturen' en `agenderen'. Ten aanzien van bijvoorbeeld innovatie en structuurversterking lijken andere ministeries de concrete resultaten moeten boeken. Zo moet Onderwijs het tekort aan techneuten oplossen. En op het gebied van veiligheid zullen Brinkhorst en Van Gennip op de welwillendheid van hun collega's Donner (Justitie) en Remkes (Binnenlandse Zaken) moeten rekenen, die gaan immers over veiligheid en de politie. Vooral CDA en PvdA eisten van de bewindspersonen harde toezeggingen over de vermindering van het aantal gekraakte bedrijfspanden en ramkraken, zodat het af en toe leek alsof het debat met de minister en staatscecretaris van Justitie werd gevoerd.

De Kamer kreeg niet op alle fronten haar zin. Zo bleef de bezuiniging op de subsidies voor de ontwikkeling van nieuwe ruimtevaarttechnologie staan, waarmee Economische Zaken volgens D66 een kans liet liggen om zich ook echt een innovatief ministerie te betonen. ChristenUnie en SGP vroegen aandacht voor een heel andere economische sector, de industrie en dan met name de scheppsbouw. Het Kamerlid Slob verzocht staatssecretaris Van Gennip om een Industriebrief, naar analogie met de Innovatiebrief, waarin per industriële sector aandacht wordt besteed aan de kansen en bedreigingen en wat de overheid wil doen om die sectoren te behouden. Van Gennip wilde ,,deze handschoen wel oppakken'' en zal binnen enkele maanden zo'n brief naar de Kamer zenden. Maar, zoals een hoge ambtenaar van Economische Zaken zei: ,,De tijd dat we sectoren met subsidies kunstmatig in leven houden is voorbij.''